Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 41, 2e alinea, 14°;
Overwegende dat we geconfronteerd worden met een toename van chauffeurs die roekeloos rijgedrag stellen. In een aantal gevallen is het nodig de voertuigen van de roekeloze chauffeurs te immobiliseren en van de baan te halen als preventieve maatregel, het voertuig wordt derhalve bestuurlijk in beslag genomen. Ook gedrag waarbij de openbare orde wordt verstoord door overdreven geluidshinder (patsergedrag) wordt hieronder begrepen;
Overwegende dat het nodig is dat de kosten van deze bestuurlijke inbeslagname worden doorgerekend aan de roekeloze bestuurder, dan wel de eigenaar en/of houder van de nummerplaat in ondergeschikte orde, door middel van een retributie. De retributie is een forfaitair bedrag met inbegrip van de effectieve takelkost. Het komt immers weinig billijk over dat deze kostprijs zou dienen te worden gedragen door alle burgers, nu net de gevaarlijke houding van deze chauffeurs de meerkosten voor het gemeentelijk budget veroorzaakt. Er wordt een differentiatie gemaakt in de tarifering naargelang de zwaarte van het voertuig, wat in verhouding staat met de door de takelfirma aangerekende kosten aan de stad, het stallen van zwaardere voertuigen is bovendien duurder. De betaling van de retributie dient te gebeuren op het moment van ophaling van het voertuig, nadat het bestuurlijk beslag werd opgeheven;
Overwegende dat hiertoe in zitting van 28 maart 2022 het retributiereglement op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen werd goedgekeurd voor de periode ingaand op 1 april 2022 tot en met 31 december 2025;
Overwegende dat het aangewezen is het retributiereglement te verlengen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, zodat de kosten van deze bestuurlijke inbeslagname verder kunnen doorgerekend worden aan de roekeloze bestuurder;
éénparig
Artikel 1: Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen.
Art. 2: Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- Bestuurlijke inbeslagname: het voertuig dat een onmiddellijk gevaar betekent voor het leven en/of de lichamelijke integriteit van personen en/of de veiligheid van goederen wordt aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de gebruiker onttrokken, zolang zulks met het oog op de openbare orde vereist is; Ordeverstorend geluid, geproduceerd door het voertuig, met hinderende impact op het verkeer en/of omgeving, rechtvaardigt tevens een bestuurlijke inbeslagname
- Voertuig: elk transportmiddel, elk mobiel materiaal, landbouwmateriaal, industrieel materiaal, containers, tweewielers, (gemotoriseerde) twee- en driewielers, quads, caravans, aanhangwagens, zonder dat deze opsomming beperkend is. Het begrip voertuig houdt eveneens alle toebehoren in, alsook zijn inhoud en de voorwerpen die er aan vastgemaakt zijn
- Retributie bestuurlijke inbeslagname voertuig: de kost voor de inbeslagname en takeling van het voertuig enerzijds en de bewaarkost anderzijds
- Bewaarkost: de kost voor het bewaren van het voertuig gedurende de periode van bestuurlijke inbeslagname.
Art. 3: De retributie is een bedrag dat bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
Deel 1: Forfaitair bedrag voor de bestuurlijke inbeslagname voertuig
| - tot 3.500 kg - vanaf 3.500 kg |
290,00 EUR 460,00 EUR |
Deel 2: Een bewaarkost per begonnen dag
| - voor een voertuig tot 3.500 kg - voor een voertuig vanaf 3.500 kg |
29,00 EUR 46,00 EUR |
De retributie stijgt jaarlijks met 2 % op 1 januari. Bedragen kleiner dan 100 euro worden afgerond op 25 eurocent. Bedragen vanaf 100 euro worden op de volle euro afgerond.
Art. 4: De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig op het moment van de bestuurlijke inbeslagname.
De houder van de nummerplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de gebruiker in gebreke blijft.
Art. 5: Betaling
§ 1 De totale retributie dient vóór het moment van ophaling van het voertuig betaald te worden.
§ 2 De betaling van de retributie gebeurt bij voorkeur elektronisch.
§ 3 Op het moment van ophaling van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn.
§ 4 Het voertuig wordt enkel vrijgegeven op voorlegging van een betaalbewijs.
§ 5 Indien de betaling van de volledige retributie niet voldaan is op de voorziene dag van ophaling en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag van ophaling, wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 6 Het voertuig wordt maximaal tot 6 maanden na de bestuurlijke inbeslagname bewaard. Indien de retributie na die 6 maanden niet betaald is, kan de eigenaar ervoor kiezen om vrijwillig afstand te doen van het voertuig.
Art. 6: Artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 biedt de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.