Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op artikel 32 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het verslag van de vorige zitting in bijlage;
éénparig
Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd
De gemeenteraad stelt de het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast.
De kredieten van de gemeente voor boekjaar 2026 (Schema M3) worden vastgesteld.
De geconsolideerde resultaten worden als volgt vastgesteld:
Beslissing:
goedgekeurd met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester) en 8 neen-stemmen (fractie Allen 8830 en fractie Vlaams Belang)
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 249 tot en met 275;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen en het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen
Gelet op de Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 18 juli 2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gelet op het gunstig advies van het managementteam van 1 december 2025;
De vaststelling van het meerjarenplan en de aanpassingen ervan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
Burgemeester Kristof Pillaert leidt het agendapunt in:
“Een jaar lang is er keihard gewerkt aan het voorliggend meerjarenplan. Met elke dienst zaten we samen om te luisteren naar hen, om te horen welke wensen en plannen zij de komende zes jaar hadden. Alle diensten hebben daar hun werk van gemaakt. Ik dank hen ook uitdrukkelijk hiervoor. De eerste keuzes werden gemaakt en de financiële dienst kon een eerste draft maken van het meerjarenplan. Daar is nog heel veel aan gewijzigd in de loop van het jaar o.a. door telkens nieuwe parameters die kwamen van hogerhand. De financiële dienst verdient dan ook een bijzondere dankjewel voor het vele werk dat zij in dit document hebben gestopt.
Het was geen evidente oefening, laat dat duidelijk zijn. Zowat overal vallen er subsidies weg, de inkomsten op de aanvullende personenbelasting zijn overal in Vlaanderen in dalende trend en de dividenden van Fluvius verminderen sterk. En dit is dan nog maar een greep uit de minder inkomsten.
Op een spaarpotje konden we ook geen aanspraak maken. Zes jaar terug was er nog een bedrag van 9,7 miljoen euro voorzien, nu is dit amper € 70 000.
Aan de hand van vier beleidsdoelstellingen zijn we er toch in geslaagd om een positief verhaal te schrijven en moedige keuzes te maken waar nog ruimte is om te investeren en Hooglede-Gits te laten groeien.
We willen efficiënt en transparant besturen door de gemeenteraad toegankelijk te maken voor iedereen en deze live uit te zenden. We schaffen de oneerlijke belasting op motoren af en voeren gedifferentieerde opcentiemen op onroerende voorheffing in. Voor meer dan 98% van de bevolking verandert er niets. Hierbij hebben we het principe gehanteerd dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Daarbovenop menen we dat een verlaging van de personenbelasting mogelijk is. We verlagen die in twee stappen van 8% naar 7,9 en in 2029 naar 7,8. Als je weet dat de minder inkomsten voor de komende zes jaar € 300 000 per 0,1 % zijn, weet je dat dit toch een serieuze inspanning is.
Onze tweede doelstelling is een veilige gemeente. De vrachtwagensluis is al genoegzaam bekend. We blijven inzetten op duurzame mobiliteit, toegankelijke voet- en fietspaden, parkeerruimte, ….. In die context behoort zeker de aanpak van de Kleine Stadenstraat, meer bepaald het stuk tussen de Schoolstraat en de Markt. Een breder voetpad waar er veilig kan langs gewandeld worden, is daar noodzakelijk.
Onze derde doelstelling is een zorgzame en levendige gemeente met ruimte om te ondernemen. Het cultuuraanbod willen we organiseren vanuit de vraag van de verenigingen zelf. Zij kunnen voorstellen doen om eventueel samen met andere verenigingen een bekendere naam te vragen. Zo is het cultuuraanbod in onze gemeente een bottom-up verhaal en komt dit niet enkel en alleen vanuit de cultuurdienst.
Binnen de context van een zorgzame gemeente gaan we de komende zes jaar twee nieuwe kinderopvangen bouwen, nl in Gits en Hooglede. Hiermee komen we tegemoet aan de steeds stijgende vraag naar kinderopvang. Zo geven we ook ruimte aan de ouders om hun voltijdse professionele dagtaak uit te oefenen. Dit betekent dan weer dat we een aantrekkelijke gemeente zijn voor jonge gezinnen.
Binnen dit beleidsdomein investeren we in de sportsite Oude Rozebekestraat met o.a. nieuwe kleedkamers en kantine voor Eendracht Hooglede. Het gebouw is uitgeleefd en is zeker aan vernieuwing toe. Samen met hen zal worden afgesproken hoe we deze ingrijpende werken het best kunnen realiseren.
In de loop der jaren hebben de jeugdverenigingen allemaal een nieuw onderkomen gekregen. Dit was enkel nog niet het geval voor Chiro Sint-Jozef. Ook voor hen hebben we een nieuwe locatie voorzien, want de huidige locatie was te krap geworden.
In de laatste beleidsdoelstelling ‘Een mooie en groene gemeente die klaar is voor de toekomst’ vinden we tal van zaken terug zoals de verledding. We gaan onverminderd verder met het verledden van de openbare verlichting. Alle gemeentegebouwen worden gescreend om quick wins te detecteren en gerichte aanpassingen door te voeren. Samen met Fluvius kijken we om de reductiedoelstellingen te behalen voor afvalwaterbeheer. In ons meerjarenplan vallen er nog heel wat acties te bespeuren binnen dit beleidsdomein. Denken we maar aan een bomenplan of de bestrijding van de Aziatische hoornaar.
In 2031 loopt deze meerjarenplanning ten einde. Onze opvolgers laten we zeker niet met lege handen achter. We voorzien nog 1 133 000 euro als beschikbaar resultaat op het einde van de rit. Zo verzekeren we de continuïteit.
Zoals jullie kunnen horen is deze bestuurscoalitie best ambitieus en vernieuwend. Tegen de Vlaamse trend in, verlagen we belastingen, we werken met gedifferentieerde belastingen op onroerende voorheffing en toch houden we nog ruimte over om de nodige investeringen te doen.”
Schepen Tomas De Meyer licht het agendapunt verder toe aan de hand van een powerpoint.
Het meerjarenplan 2020-2025 kende een beschikbaar budgettair resultaat van 9,7 miljoen euro. Bij de start van het meerjarenplan 2026-2031 is het beschikbaar budgettair resultaat 70.039 €, bij de start van het meerjarenplan 2032-2037 zal dit 1,13 miljoen euro zijn.
Enkele kerncijfers: de totale exploitatie-uitgaven bedragen in het meerjarenplan 2026-2031: 200.348.585 €, de exploitatie-ontvangsten: 221.548.373 €. Dit betekent een exploitatiesaldo van 21.199.788 €. Dit saldo ligt 15,3 % lager dan in het vorige meerjarenplan (25.034.139 €).
De investeringen in het meerjarenplan 2026-2031 kunnen we in volgende grote rubrieken indelen:
- wegen en andere infrastructuur: 9,1 miljoen euro
- terreinen en gebouwen: 9,1 miljoen euro
- roerende goederen: 1,8 miljoen euro
- investeringssubsidies: 1,4 miljoen euro
- openbare verlichting: 0,9 miljoen euro
- software en studies: 0,3 miljoen euro.
In vergelijking met het vorige meerjarenplan zijn het vooral de investeringen in terreinen en gebouwen die sterk gedaald zijn, van 21,9 naar 9,1 miljoen euro. De investering in het WZC Ter Linde, dat zich in het vorige meerjarenplan situeerde, is daar een belangrijke verklaring voor.
De schuld per inwoner evolueert als volgt:
2025: 2.029 €
2026: 2.079 €
2027: 2.257 €
2028: 2.430 €
2029: 2.283 €
2030: 2.074 €
2031: 1.898 €
In het doelstellingenplan zijn er 4 grote beleidsdoelstellingen:
1. Efficiënt en transparant besturen
2. Veilige gemeente
3. Zorgzame en levendige gemeente met ruimte om te ondernemen
4. Mooie en groene gemeente die klaar is voor de toekomst.
Deze diverse doelstellingen worden hier verder in detail besproken:
1. Efficiënt en transparant besturen omvat het “Gemeentehuis van de toekomst” en videoconferentie en livestreaming van de gemeenteraad.
Ook bij dit item: eerlijke en transparante belastingen: afschaffing van de belasting op drijfkracht, differentiatie van de opcentiemen en een verlaging van de personenbelasting.
2. Veilige gemeente: speerpunten hierbij zijn toegankelijk en aantrekkelijk openbaar vervoer, veilige en toegankelijke wegen, promoten van duurzame mobiliteit (deelfietsen, deelwagens, Hoppin-punten,…) en veiligheidsmaatregelen onderzoeken en toepassen.
Verder nog: opwaarderen van de parkeergelegenheden en veilige en toegankelijke fiets- en voetpaden. Bij de fietspaden gaat het om de Roeselarestraat en de Kortemarkstraat.
Ook nog de aanpassing van landbouwwegen en wegen in de dorpskernen en diverse herstellingen.
3. Zorgzame en levendige gemeente met ruimte om te ondernemen omvat een levendige lokale economie (oprichting ondernemersraad en kwalitatieve ruimte voor bedrijvigheid) en behoud van erfgoed en monumenten (opwaarderen veldkapellen, project “Warden Oom” en promoten erfgoedzorg). Er is ook nog de herbestemming van de kapel in Gits en cultuur-aanbod in samenwerking met de lokale verenigingen.
Bij duurzaam investeren in kwaliteitsvolle infrastructuur is er o.m. aandacht voor nieuwe burelen voor de technische dienst, nieuwe infrastructuur voor de kinderopvang, nieuwe jeugdinfrastructuur op Sint-Jozef en openbare speelruimtes. Belangrijk project is ook het uitbreiden en vernieuwen van de sportinfrastructuur in de Oude Rozebekestraat. Ook educatieve en verbindende initiatieven voor gezinnen (huiswerkbegeleiding, fietsexamen,…) en het label kindvriendelijke gemeente.
Onder deze doelstelling valt ook het lokaal sociaal beleid: buurtgerichte zorg (thuiszorgdiensten en dienstencentrum), verdere ondersteuning van Oekraïense ontheemden, leefloon naar aanleiding van de beperking van de werkloosheid in de tijd en duurzame en kwaliteitsvolle ouderenzorg (Woonzorgcampus Ter Linde).
4. Mooie en groene gemeente: hierin krijgen volgende acties een plaats: de overdracht van de sociale woningen naar “Thuiswest”, de studie en verdere uitvoering van het kerkenbeleidsplan en inspelen op opportuniteiten voor het verwerven van patrimonium.
Bedoeling is ook om in te zetten op duurzame en energie-efficiënte initiatieven: verdere verledding van de openbare verlichting, ecologisch infrastructuurbeheer, initiatieven in het kader van de Burgemeestersconvenant en het LEKP en modern afvalbeheer.
Bij “strategisch woonbeleid voeren” worden volgende acties voorzien: project Sleedoornstraat (rioleringswerken, herinrichting plein en aanleg pad Duivelsbeek), ondersteunen conformiteitsattest en rollend woonfonds voor renovatie.
Daarnaast wordt er nog ingezet op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving en riolerings- en afvalwaterbeheer.
Tot slot: groene ruimte versterken via natuurontwikkeling. Daarin zetten we in op de volgende acties: opmaak bomenplan Hooglede, dorpskernen en -wijken vergroenen en klimaatrobuuster maken en bestrijding van de Aziatische Hoornaar.”
Raadslid Dimitri Carpentier: “Eerst en vooral willen wij vanuit onze fractie uiteraard ook Simon, Liesbet en hun collega’s van de financiële dienst bedanken voor het vele werk. Ook een woord van dank aan iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken was bij de opmaak van dit meerjarenplan en in het bijzonder Filip, onze algemeen directeur die steeds bereikbaar is als ons iets niet helemaal duidelijk is.
Vooraleer we van start gaan, heb ik een vraag voor de voorzitster:
Hoeveel tijd hebben wij om onze opmerkingen te maken?
Ik stel deze vraag, omdat ik vorige week een verhaal hoorde dat ik op z’n minst onthutsend mag noemen.
De burgemeester zei toen tegen een gemeenteraadslid van onze fractie: “Kunnen jullie zich op de gemeenteraad een beetje inhouden, zodat we nog op café kunnen? Alles is toch al beslist.”
Burgemeester, wat zitten wij hier eigenlijk te doen?
Mag ik deze uitspraak, dit teveel aan arrogantie en tekort aan respect betreuren? Het is een Burgemeester onwaardig om de oppositie te beschouwen als een verplicht nummertje en al op voorhand te zeggen dat alles al is beslist. Als oppositie is het onze verdomde taak om het meerjarenplan kritisch te bekijken, net zoals de oppositie dat de voorbije legislaturen ook deed. U zou dit toch moeten weten, want u hebt ook 12 jaar aan deze kant gezeten. Als onze vorige Burgemeester zoiets had gezegd, wat ik voor alle duidelijkheid niet zag gebeuren, was het kot te klein geweest, en terecht.
‘Alles is toch al beslist.’ Ben ik onthutst? Ja. Ben ik verbaasd? Eigenlijk niet, want het is natuurlijk de eerste keer niet dat de oppositie buitenspel wordt gezet. Toen we naar de toekomst van het recyclagepark in Gits vroegen, kregen we nul op het rekest, maar niet veel later stond het in de krant. Toen we een vraag over de belastingen stelden, kregen we een sussend antwoord dat we nog enkele maanden geduld moesten hebben, om het dan daags nadien eveneens in de krant te lezen. Ook nu steekt er een N-VA-blaadje in de bus met de speerpunten van het meerjarenplan dat nog goedgekeurd moet worden.
Burgemeester, ik had gehoopt dat u een burgemeester voor alle inwoners zou zijn, maar u bent duidelijk een Burgemeester voor uw eigen aanhang. U hebt nu al gezegd dat alles beslist is, wat eigenlijk betekent dat u nul interesse hebt in wat wij zo meteen zullen vertellen.
Ik stel dan ook voor dat u ons onderbreekt wanneer het te laat dreigt te worden, zodat u zeker nog op café kan gaan. In afwachting hiervan, en uit respect voor alle inwoners, hebben wij ons huiswerk wél gemaakt en hebben wij deze visie op het meerjarenplan.
Het meerjarenplan zelf is van nature en in alle objectiviteit uiteraard een lijvig document. 100 bladzijden, al moeten we dat een beetje nuanceren. Het strakke keurslijf waaraan een meerjarenplan moet voldoen, zorgt er namelijk voor dat er veel overlap is. Zo zijn de prioritaire actieplannen en acties noodgedwongen twee keer vermeld. Verder danken wij de zoekfunctie van onze Acrobat Reader, want de actieplannen lijken ons niet altijd onder de juiste beleidsdoelstelling te staan, tenzij ik de enige ben die de link niet ziet tussen het verkopen van sociale woningen en het creëren van een mooie en groene gemeente. Los van dit zoekwerk was het vaak ook een raadsel waarop bepaalde budgetten betrekking hebben. Het is niet logisch dat we aan de algemeen én de financieel directeur moesten vragen wat met bepaalde posten wordt bedoeld.
Uiteraard hebben we de inhoud die wél duidelijk was met zeer veel aandacht bekeken. Hoewel er vanzelfsprekend een aantal interessante en noodzakelijke verwezenlijkingen op til staan, valt het ons op dat er vooral heel wat zaken NIET in staan.
Zo lezen we niets over de toekomst van het cultureel centrum, het Sociaal Huis, de site waar ooit het recyclagepark van Gits was of de voormalige jongensschool in Gits. Ook lezen we, alweer in de krant, een aantal zaken die we niet terugvinden in het meerjarenplan. Zo wordt in de pers verwezen naar het feit dat het deeltijds kunstonderwijs in Gits terecht zal komen in de kapel, maar in een document van 100 bladzijden vind ik dat niet terug.
Heel veel zaken die er dan wél instaan, blijven beperkt in cijfers of in woorden. We lezen veel tekst met een hoog Chat GPT-gehalte, maar qua concrete inhoud is het allemaal zéér beperkt. Als ik het meerjarenplan als kerstcadeau zou krijgen, dan stuur ik het terug omdat het eigenlijk een lege doos is. Er wordt geïnvesteerd in onderzoek en studies, maar niet in uitvoering. Neem nu het kerkenbeleidsplan: jullie investeren in 2026 een bedrag van 30.000 euro voor studie, maar de vijf jaar daarna investeren jullie... 0 euro. Wat gaan jullie dan met die studie doen?
Het meerjarenplan is uiteraard al op de verschillende adviesraden gekomen, waarvoor we jullie zeer dankbaar zijn. Het enige frappante is dat de oppositie 6 jaar geleden op de gemeenteraad letterlijk zei: “De adviesraden werden geraadpleegd, maar er werd een presentatie gegeven waarbij opmerkingen konden worden gemaakt. Er werden echter geen cijfers getoond.” En dan wordt 6 jaar later net hetzelfde gedaan, dus er werd toen kritiek gegeven op iets wat jullie nu eigenlijk zelf ook doen.
Nu, wat de cijfers betreft: Eerst en vooral: we hoorden hier verschillende keren een sneer naar de vorige legislatuur, als zou de vorige meerderheid al het geld opgesoupeerd hebben. Ik wil er toch even op wijzen dat bijna de helft van het vorig schepencollege ook in het huidig schepencollege zit en dat deze meerderheidspartij ook de voorbije 12 jaar de schepen van Financiën heeft gehad. We nemen akte van deze zelfkritiek.
Over de autofinancieringsmarge en het beschikbaar budgettair resultaat zal ik het vanavond niet hebben, omdat het mij – en ik spreek uit ervaring – moeilijk lijkt om dit zo minutieus te voorspellen voor 6 jaar. De cijfers zien er alvast positief uit, maar dat is niet zo moeilijk als we bijvoorbeeld de belastingen bekijken, toch de belangrijkste bron van inkomsten voor de gemeente.
De meerderheid klopt zich ook vandaag graag op de borst wat die belastingen betreft. “We hebben de belastingen verlaagd”. Laat ons een beetje serieus blijven. Als we de belastingen van 2024 erbij nemen, dan zien we dat we inkomsten hadden van 9.730.000 euro. Voor 2025 ligt dat nog niet vast, maar dit wordt geraamd op 10.024.000 euro. Als we dan kijken voor 2026, het eerste jaar van het meerjarenplan, is er een inkomst voorzien van 10.485.908 euro. Maak ons dus niet wijs dat de belastingen dalen, ze stijgen meer dan 400.000 euro.
Laat ons het eerst over de aanvullende personenbelasting hebben.
ACT 1-02-03
Het is natuurlijk een mooi staaltje van window dressing door te stellen dat er een verkiezingsbelofte werd nagekomen en dat de belastingen maar liefst 0,1% dalen, van 8% naar 7,9%. In de krant lees ik dat dit voor gezinnen 200 euro kan schelen. Er werd natuurlijk niet bij verteld dat die 200 euro gespreid is over 6 jaar én rekening houdt met een verdere daling naar 7,8%, terwijl dat onder zwaar voorbehoud is. Ik hoor jullie hier vertellen dat het een historische dag is voor de gemeente en dat de koopkracht zal stijgen, maar als we het concreet bekijken, dan zal de gemiddelde inwoner in 2026 door deze belastingverlaging een korting krijgen van 5 euro en 36 cent. 5 euro en 36 cent! Weet je wat je met dit geld kan kopen? Bijna twee vuilniszakken. Wat een koopkracht.
Bovendien verwijs ik nog eens naar de verhoging van de administratieve bijdrage voor dienstencheques, van 1 euro naar 2 euro. Concreet: een alleenstaande 80-jarige zal jaarlijks 198 euro éxtra betalen voor poetshulp, maar hoera, zijn belastingen zakken met 5 euro en 36 cent. Als jullie ons dan proberen wijs te maken dat de sterkste schouders de zwaarste lasten zullen dragen, dan vrees ik dat dit niet zal lukken. Ik wil er ook nog eens op wijzen dat Groep 21 zes jaar geleden een amendement indiende om de belastingen te verlagen naar 7 procent. Thans uitpakken met een verlaging naar 7,9 procent, is een beetje lachwekkend.
Wat de belasting op motoren betreft (ACT 1-02-01), vinden wij het ergens acceptabel om deze moeilijk te controleren taks af te schaffen. Op zich zijn wij hiermee dus akkoord, maar het alternatief, een verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing, draagt absoluut onze voorkeur niet weg.
ACT 1-02-02
Waar de belasting op motoren nog slechts 20 bedrijven trof, zullen nu 199 percelen belast worden. Toch straf, opnieuw, voor een partij die zes jaar geleden een amendement indiende om de opcentiemen te verlagen naar 1000. Nu blijft het dus 1133 én stijgt het voor 199 bedrijven, waaronder heel wat KMO’s. In andere gemeenten werd hiervoor al geprotesteerd en in Tienen besliste de burgemeester om deze belasting uit te stellen. Wij maken ons hier echter geen illusies, want ‘alles is toch al beslist’.
Waar we in het meerjarenplan lezen dat de gemeente zal zorgen voor een bloeiende lokale economie, zal hiervoor toch eerst 280.000 euro extra uit de zakken van de ondernemers geklopt worden, iets wat wij vanuit onze fractie onaanvaardbaar vinden.
Ook andere belastingen, waaronder bijvoorbeeld deze op leegstaande en verwaarloosde woningen, stijgen substantieel. Op zich geen probleem wat deze belastingen betreft, maar toeter dan niet dat de belastingen dalen.
En dan spreek ik nog niet over de nieuwe belastingen die jullie invoeren en nogmaals de ondernemers zullen treffen, met name de belasting op ongeadresseerd drukwerk. Hier is merkwaardig genoeg geen woord van te vinden in het meerjarenplan. Ook de aanpassing van het reglement inzake tweede-verblijftaks is niet terug te vinden in een document van 100 bladzijden. Ik kan dus niet verwijzen naar een actieplan en zal mijn repliek op deze twee taksen dan ook houden voor de agendapunten verder op deze raad.”
Schepen Tomas De Meyer: “Wat de stijging van de belastingen betreft, die stijgen ook door meer inwoners, zelfs als het tarief wat daalt. De personenbelasting wordt ook geïndexeerd, waardoor deze meer opbrengt. De nieuwe belasting op het ongeadresseerd drukwerk is een bewuste keuze. Wij vinden dit milieubelastend en willen dus stimuleren dat dit meer digitaal verloopt. Veel mensen hebben ook al een sticker “geen reclame”. Het geld van de belastingen zal ook geïnvesteerd worden.”
Raadslid Frederik Sap: “AP-1-01-01: Gemeentehuis van de toekomst. Wanneer we enkel de toelichting lezen, kunnen we deze ambitie zeker onderschrijven. Maar een budget van 6.000 euro per jaar is echter allesbehalve ambitieus. Dit is enkel een façade waarmee we niet ver geraken. En die soort van window-dressing komen we te vaak tegen in dit meerjarenplan.
Het Gemeentehuis van de toekomst ziet er volgens ons toch anders uit.
Dan denken we bijvoorbeeld aan:
Datagedreven en proactieve dienstverlening, met automatische triggers bij levensgebeurtenissen zoals een geboorte, verhuis, pensionering, opstart onderneming, … met gepersonaliseerde informatiebundels per kanaal.
Of digitale inclusie als structureel beleid, ondersteund door een aanzienlijk budget, in samenwerking met vrijetijdspunt Trimard, Zonder Zulle, of andere organisaties. We zagen echter dat de gemeente ook dergelijke dienstverlening afbouwt.
Of nog een ander voorbeeld. We maken een digitale werkplek voor gemeentemedewerkers met uniforme tools die mobiel en flexibel werken nog efficiënter maakt. Maar jullie kiezen ervoor om terug te keren in de tijd, waarbij jullie het thuiswerken als grote uitzondering zien, en thuiswerk quasi afschaffen. Komt daarbij dat progressief werken, iets wat veel geneesheren onderschrijven en als nuttig beschouwen, ook niet meer kan voor het huidige bestuur, dan komen we terecht in het Gemeentehuis van de twintigste eeuw, in plaats van de toekomst.
Open data & transparantie horen ook tot het Gemeentehuis van de toekomst. Publieke dashboards en open datasets zijn hier onlosmakelijk mee verbonden.
Data zijn trouwens altijd nuttig. Meten is weten. Inzicht in bijvoorbeeld wachttijden, doorlooptijden van dossiers, of concrete data zoals het aantal vrachtwagens in overtreding zijn nuttig of zelfs cruciaal om beleid te voeren.
Ook heldere beleidsrapportering is van groot belang. Door communicatie te politiseren en reeds te communiceren vóór beslissingen genomen zijn, wordt net het tegenovergestelde bereikt van duidelijke en transparante beleidscommunicatie.
Tot slot rijst de vraag of onderzocht werd hoe nieuwe digitale technologieën de gemeentelijke werking kunnen versterken. We denken daarbij niet alleen aan AI, maar ook aan bijvoorbeeld IoT. Werd er onderzocht hoe nieuwe digitale technologieën de gemeentelijke werking kunnen versterken. Aan de ambitie volgens de cijfers te zien, duidelijk niet.
De mogelijkheden zijn legio, maar jullie missen duidelijk deze trein.
En als het gaat over toegankelijke dienstverlening, dan wisten we eigenlijk al hoe hoog jullie lat ligt. Op de grond.
Na het beperken van de openingsuren van vrijetijdspunt Trimard, na het sluiten van de bibliotheek-uitleenpost Gits op zaterdag, na het sluiten van het recyclagepark in Gits en na het beperken van de algemene uren om afval naar een recyclagepark te brengen, is een hoofdstuk over toegankelijke dienstverlening gewoonweg ongeloofwaardig.
Bijkomende concrete vraag: vorige maand ging het over een bijkomend scherm dat ging gebruikt worden op toplocaties om evenementen aan te kondigen. Waar kunnen we het budget voor deze investering vinden?”
Schepen Tomas De Meyer: “Het “Gemeentehuis van de toekomst” loopt al jaren via Midwest. Ik pleitte daarvoor in de vorige legislatuur, maar de toenmalige schepen voor ICT ging daar niet in mee. Het verplaatsbaar digitaal bord is vervat in het meerjarenplan 2025 en komt bijgevolg inderdaad niet meer voor in dit meerjarenplan.”
Raadslid Sap repliceert dat hij ten minste niet met grote woorden pretendeerde dat er aan digitalisering werd gedaan.
Raadslid Julie Misplon: “Actie ACT-1-01-02 (prioritair): Transparante en toegankelijke besluitvorming via livestream. Er is een livestream voorzien voor 91.500 euro, wat wel heel duur is. Dit komt dus neer op ongeveer 1500 euro per gemeenteraad deze legislatuur.”
Schepen Tomas De Meyer: “Dit bedrag klopt, maar er gaat nu ook veel tijd verloren aan verslaggeving, dit zijn dure lonen, het zal tijdsbesparend zijn.
Er is nu ook geen systeem van hybride vergaderen mogelijk, er bleek al diverse malen dat het vervelend is dat dit niet kan.”
Raadslid Julie Misplon: “Actieplan AP-2-01 (prioritair): Veilige, toegankelijke en duurzame mobiliteit.
Ik ga nu dieper ingaan op het thema mobiliteit en verkeersveiligheid. Algemeen wil ik verduidelijken dat er een manier van rekenen gebruikt is die een vertekend beeld geeft. Het lijkt alsof de gemeente evenveel investeert in mobiliteit als vroeger, maar in werkelijkheid is dat niet zo.
Uitgaven voor zaken zoals landbouwwegen en diverse herstellingen openbare werken stonden vroeger bij de gelijke werkingskosten, niet onder mobiliteit in het meerjarenplan (zie strategische doelstelling 2).
Het valt me daarnaast ook op dat er bij mobiliteit geen ontvangsten ingeschreven staan voor mobiliteitssubsidies.
De voorbije legislatuur hebben we sterk ingezet op subsidies rond mobiliteit van de hogere overheid. Alles hebben we uitgeplozen om te kijken bij welke dossiers er subsidiemogelijkheden waren. Dit ging van veilige schoolomgevingen, tot veilige schoolroutes, tot veel subsidies voor infrastructuur van openbaar vervoer, enzoverder. Er werd maar liefst 710.000 euro aan subsidies goedgekeurd (waarvan sommige nog lopende waren om in te dienen). Kwestie van onszelf terug te verdienen kan dit tellen.
Goed, dus de voorbij zes jaar waren er tientallen subsidies aangevraagd met om en bij de 710.000 euro aan ontvangsten. Nu zie ik 0 euro staan bij de ontvangsten van mobiliteit. Waarom worden de subsidiekanalen niet aangewend? ...
Ik zie nochtans veel projecten met mogelijkheden, ik geef er straks bij de concrete punten.”
Schepen Arne De Brabandere: “We zullen wel degelijk subsidies aanvragen waar het kan en mogelijk is. Sommige subsidies zijn echter nog niet helemaal duidelijk en daarom worden ze nu nog niet budgettair voorzien. Maar bestaande subsidies, zoals vb. de veilige schoolomgeving, zullen we zeker verder benutten.”
Schepen Jan Lokere stelt dat landbouwwegen ook de vorige legislatuur in investering terug te vinden waren, maar dan wel onder gelijkblijvend beleid.
Raadslid Julie Misplon: “Actie ACT-2-01-01 (prioritair): Investeren in toegankelijk en aantrekkelijk openbaar vervoer.
Ik ben blij om te zien dat er verder geïnvesteerd wordt in toegankelijke haltes. Ik wil hierbij ook nog eens herinneren aan het masterplan toegankelijke haltes die goedgekeurd werd met de gemeenteraad. Hierbij is de doelstelling om 50% van de haltes van het kernnet en het aanvullend net toegankelijk te maken tegen 2030. Hebben jullie hier al een plan van aanpak welke haltes eerst worden aangepakt? ...
Ook hiervoor zijn subsidies. Per halte en per rijrichting kan er 5650 euro bekomen worden. Waarom staan deze subsidies nog niet bij de ontvangsten? En worden de haltes volgens de richtlijnen van de Lijn toegankelijk gemaakt?”
Schepen De Brabandere: “Een concreet plan van de haltes is er nog niet. Een aantal zitten vb. in het fietsdossier Roeselarestraat en ook in het rioleringsdossier voor de Hogestraat zit een halte.
Of de haltes volgens de richtlijnen van “De Lijn” worden gedaan zal afhangen van het type project, het hangt ook af van het type bus. Dus: dit wordt project per project bekeken.”
Schepen Lokere vult nog aan dat “De Lijn” automatisch wordt betrokken bij alle grote infrastructuurwerken.
Schepen De Meyer: “We gaan wel degelijk subsidies vragen, maar als goede huisvader schrijven we geen subsidies in die niet helemaal zeker zijn. We vermijden ook om projecten te doen omwille van de subsidies. Je bent steeds welkom om suggesties te geven rond mobiliteitssubsidies.”
Raadslid Julie Misplon: “ACT-2-01-02: Inzetten op veilige en toegankelijke trage wegen: er is gedurende de legislatuur 2 x 25000 euro voorzien. Ook vroeger werd er budget voorzien. Maar met dit budget zal enkel onderhoud kunnen uitgevoerd worden en slechts heel beperkt nieuwe trage wegen. Hiermee zal het trage wegennetwerk dus niet kunnen uitgebreid worden op de punten waarvoor nu al plannen waren, zoals van de ”Big Bench” richting Dominiek Savio, en tussen de Huwynsbossen en Hoeve ter kerst. Wat is de stand van zaken wat betreft deze missing links?
Zijn er anders al concrete investeringen voorzien in 2027 om het trage wegennetwerk te versterken of uit te breiden? Zijn er andere bepaalde ideeën? Wordt er dan gekeken vanuit toeristisch oogpunt, sportief oogpunt, verkeersveilig oogpunt, …?
Er werden hier ook terug geen subsidies tegenover gezet. Vorige legislatuur werden er ook voor tal van trage wegen subsidies bekomen. “
Schepen Arne De Brabandere: “Het heeft geen zin om nu al concrete plannen te maken voor verbinding tussen “Ter Kerst” en “Huwynsbossen”, als er nog geen zekerheid is als dit er komt. We kunnen het budget nog steeds bijsturen waar nodig.
De trage wegen op Sleihage zitten in het grotere “DNA van het dorp”-project. Op Onledemolen moeten de aangelanden mee willen werken om iets te kunnen realiseren.
Op Sleihage is er subsidie voor veilige schoolomgeving mogelijk, dit kan vb. ook voor trage wegen worden gebruikt.”
Raadslid Julie Misplon: “ACT-2-01-03: Duurzame mobiliteit stimuleren en promoten. We waren blij om te zien dat er een actieplan is om duurzame mobiliteit te stimuleren en te promoten. Maar we zien echter dat 80% van dit budget voorzien is om een park & ride aan te leggen aan Zoeber. Kinderen stimuleren om met de auto afgezet te worden aan speeldomein Zoeber lijkt mij niet te rijmen met de titel duurzame mobiliteit. Dan denken we eerder aan fietsen, stappen, openbaar vervoer, deelmobiliteit, enz. Maar ok, stimuleren om met de auto te verplaatsen hoort hier dan ook blijkbaar onder.
In de inleidende uitleg valt te lezen dat de parkeerdruk rond Malpertuus en Den Akker zorgt voor onveilige situaties. park & ride is een verbetering voor het brengen van kinderen.
Maar bij grote feesten is dat geen oplossing en blijft de druk op de buurt.
Er is in 2026 een bedrag van rond de 180.000 euro voorzien voor een park & ride aan speeldomein Zoeber. En in het boekje van NVA lezen we nu zelfs dat er een fiets- en voetgangerstunnel komt aan speeldomein Zoeber.
Er werden reeds plannen gemaakt voor een parking in de vorige legislatuur, maar deze konden nog niet uitgevoerd worden zolang het RUP nog niet goedgekeurd was. Waar komt die park & ride? En hoe zal die park & ride de verkeersdrukte en veiligheid rond de site verbeteren?
Schepen Arne De Brabandere: “Er is een nieuw plan, maar eerst moet het meerjarenplan goedgekeurd zijn. Bedoeling is om de parkeerdruk op de site te verbeteren.
We moeten de fiets en het wandelen promoten, maar de realiteit is dat er veel auto’s zijn en dat moeten we oplossen. Het budget voor deze park & ride is in 2026 voorzien.”
Schepen Lokere vult aan dat dit mee vervat zit in het project van de sportsite, eerst komen de bouwwerken, dan volgt de parking.
Schepen De Meyer: “We leggen nu het meerjarenplan voor, wat we gaan doen… De oppositie zegt dat alles beslist is, nu zeggen ze het omgekeerde, namelijk dat er nog niets beslist is.”
Raadslid Frederik Sap repliceert dat het toch duidelijk moet zijn wat er gaat gebeuren.
Schepen De Brabandere: “Tussen Malpertuus, Den Akker en het voetbal komt de park & ride, dit moet namelijk aansluiten op de centrale parking. Ik ga nu nog geen plannen tonen, jullie haalden ook aan dat de verkeerscommissie dit eerst moet zien. Bovendien, je kent het RUP en je weet waar er gebouwd moet worden.”
Raadslid Chiron Potié vult nog aan dat er wel een verschil is tussen een park & ride en een parking, een park & ride moet ideaal zijn voor het “afzetten”. Raadslid Misplon vult nog aan met de vraag om gebruik te maken van de reeds bestaande plannen.
Schepen De Brabandere vult nog aan dat het ook de bedoeling is om ook de diverse zalen, ingang, parkings, enz. beter aan te duiden, waarop raadslid Potié stelt dat dit de komende jaren zeker verder dient opgevolgd te worden.
Raadslid Misplon: “ACT-2-01-04: Opwaarderen parkeergelegenheden.
Waar wordt de parking in de Kleine Stadenstraat bij de buitenschoolse kinderopvang voorzien?
De parking wordt het best voorzien ergens in het midden van de site, en niet nabij aanpalende huizen (zeker niet op de locatie van huis Thorrez). Fietsers komen van twee kanten, de fietsers komende van links (Trimard) zijn moeilijk zichtbaar als ze van achter de huizen komen.
Waar komt het wonderwoudje?
Wordt de riolering ook meegenomen in de Kleine Stadenstraat?
Schepen Lies Colpaert antwoordt dat het “wonderwoudje” er niet komt, er wordt wel voorzien in een groene zone rond de kinderopvang.
Raadslid Misplon wenst te weten of deze groene zone toegankelijk zal zijn voor de buurt, waarop schepen Colpaert antwoordt dat dit bij de uitwerking en bespreking van de plannen duidelijk zal worden.
Raadslid Misplon vraagt ook of de riolering wordt meegenomen, schepen Lokere antwoordt daarop dat er een studie is en budget werd voorzien.
Raadslid Misplon: “Er is een jaarlijks budget voorzien van 10.000 à 11.000/jaar voor een vrachtwagenparking. Waar komt deze parking? Is dit bedrag om te huren?
Zal er dan nog mogen geparkeerd worden aan de begraafplaats van Gits?
Ook aan de school van Gits werd er extra parking voorzien in het kader van het masterplan. Dit vinden we hier echter niet terug.
Schepen Frederik Demeyere antwoordt dat de parking in de buurt van de Sadef zit, en dat het de bedoeling is om alles wat nu geparkeerd staat langs de Stationsstraat daar te plaatsen.
Raadslid Mieke Debergh vraagt of de huidige parking voor vrachtwagens aan het kerkhof behouden blijft, wat schepen Demeyere bevestigt. Raadslid Debergh vult daarop aan dat er nu grote camionettes staan, wat het parkeren van grote vrachtwagens moeilijker maakt.
Raadslid Johan Vanneste stelt voor de vrijgekomen site van het containerpark als vrachtwagenparking te benutten, waarop raadslid Debergh antwoordt dit een goede idee te vinden.
Schepen Arne De Brabandere repliceert dat er op die site toch een vrij groot niveauverschil is, het aantal vrachtwagens dat er kan staan is volgens hem ook beperkt. Schepen Demeyere wijst erop dat het geen goed idee is om alle vrachtwagens door het centrum van Gits te laten rijden om zich daar te parkeren.
Raadslid Misplon herhaalt de vraag of er ook parking voorzien is in het masterplan van Gits, waarop schepen Demeyere antwoordt dat dit voorzien is in de afwerking, alsook een zone park & ride.
Verder wenst raadslid Misplon te weten of de afwerking van het stukje Gitsbergstraat aan de school vervat is in het meerjarenplan, wat door schepen Lokere bevestigd wordt. Het maakt deel uit van een groter project voor het aanpakken van de wegen. Raadslid Misplon stelt ook nog dat de technische dienst dit destijds raamde op 600.000 € en dat de raming nu lager ligt. Schepen Lokere antwoordt dat de ingeschreven raming gebaseerd is op gegevens van de technische dienst.
Raadslid Misplon: “Actie ACT-2-01-05 (prioritair): Inzetten op veilige en toegankelijke fiets- en voetpaden. We zijn tevreden dat jullie de fietsfondsdossiers in de Roeselarestraat en Kortemarkstraat verderzetten. Uit de cijfers blijkt echter dat er geen budget is voor uitvoering zelf van de Roeselarestraat en Kortemarkstraat, enkel verdere voorbereiding en aankopen gronden. De effectieve uitvoering wordt dus opgeschoven naar nog een volgende legislatuur?
We merken ook op dat er in Gits hier niets gepland is. Wat met de fietssnelweg tussen Roeselare & Lichtervelde? We zijn hier al jaren mee bezig en hebben al concrete stappen gezet. Zeker het stuk ter hoogte van de grens met Beveren is cruciaal. De plannen voor deze missing link zijn klaar en moeten uitgevoerd worden. Hoe komt het dat dit niet is meegenomen in het meerjarenplan? Wij zijn een belangrijke partner in dit verhaal. Wordt niets van gezegd.
Ook de fietsveiligheid in de Stationsstraat tussen de Pislap en de groene long aan de Theresia Vancanneytstraat werd niet meegenomen. Dit pijnpunt wordt vaak gesignaleerd door onder andere rolstoelgebruikers en fietsers dat het gevaarlijk is.
De Gitsbergstraat aan de school Gits groeit wordt in het kader van de nieuwe school heraangelegd als een straatplein, waarbij ook zwakke weggebruikers de nodige ruimte krijgen. Hoeveel budget is hiervoor voorzien?
Tussen Dominiek Savio en Onledemolen ontbreekt een stuk voetpad in de Koolskampstraat. Kunnen de mogelijkheden hier bekeken worden om budget te voorzien voor het veiliger te maken voor fietsers en voetgangers?
Daarnaast ook nog een cruciaal punt: We willen de Amersveldestraat van de Lokkedijze naar De Geite veiliger maken voor fietsers. Wordt er hier iets voorzien?
Er staat hier ook helemaal niets van subsidies tegenover, terwijl er zoals eerder gezegd ook veel subsidies zijn voor veiligere fietsinfrastructuur.
Schepen Lokere: “De Provincie legt het fietspad aan, als gemeente betalen wij de studiekosten en de verwervingen van de gronden. Op de vraag of het wegdek ten laste valt van de gemeente: dit moet nog met Fluvius en Aquafin afgestemd worden, zij betalen daarin normaal gezien ook een deel. Naar timing van de werken kunnen we nog geen richtdatum geven. Het meerjarenplan is levendig document, dat ieder jaar wordt geactualiseerd volgens de noden die zich aandienen.”
Schepen De Brabandere: “Wat de fietssnelweg betreft, daar blijven we met hetzelfde probleem zitten: namelijk ter hoogte van een bedrijf in Beveren en voorbij het voormalige station van Gits waar een loods in de weg staat.”
Raadslid Misplon vraagt daarop om dit probleem te blijven op tafel leggen en op te volgen, waarop Schepen De Brabandere belooft om dat te doen, maar ook stelt dat het probleem voor het moment hetzelfde blijft.
Over het voetpad aan Dominiek Savio en de verkeerssituatie aan de Lokkedijze stelt schepen De Brabandere dat dit wordt meegenomen.
Raadslid Misplon: “ACT-2-02-01: Aanpassingen van landbouwwegen en wegen in de dorpskernen. Welke (landbouw-)wegen worden er in 2026 aangepakt?”
Schepen Lokere: “Het gaat om de Oude Gentweg op Sint-Jozef, de herstellingen n.a.v. omleidingen en de hoek Theresia Vancanneystraat-Torhoutstraat van zodra de eigendomsstructuur daar uitgeklaard is.
Raadslid Misplon vult nog aan dat het goed is dat er budget voorzien wordt voor de Kleine Stadenstraat tussen de scholen, gezien haar fractie dit ook een prioriteit vindt.
Raadslid Sap: “ACT 2-2-02: Diverse herstellingen openbare werken. Welke noden zijn het meest prioritair? Wat staat er op de planning voor 2026, er zijn enkele prioritaire herstellingen, zoals in de Rodenbachwijk (waar hoe langer hoe meer voetgangers op de straat lopen)?
Schepen Lokere verduidelijkt dat er een jaarlijks budget is voor de voetpaden en dat dit ieder jaar wordt ingezet in functie van de noden die er dan zijn.
Raadslid Sap besluit dat er dus geen prioriteit is voor de Rodenbachwijk, waarop schepen Lokere repliceert dat raadslid Sap als schepen die keuze ook niet heeft gemaakt. Raadslid Sap antwoordt dat hij nu wil weten wat de prioriteiten van de huidige meerderheid zijn.
Raadslid Bruwier: “Ik lees bij AP-3-01: Draagvlak creëren voor een levendige lokale economie - Beleidsdoelstelling: Zorgzame en levendige gemeente met ruimte om te ondernemen: “Hooglede wil een gemeente zijn waar mensen zich goed voelen, elkaar kunnen ontmoeten en kansen krijgen om zich te ontplooien. We streven naar een omgeving die gezinnen ondersteunt, waar kinderen veilig kunnen opgroeien en waar iedereen kan participeren, ongeacht achtergrond of situatie.” Iedereen moet dus kansen krijgen om zich te ontplooiien. Dat juichen we toe. Zeker voor kinderen en jongeren. Maar ook voor volwassenen.
We zijn bezorgd over de ontplooiingskansen die ouderen krijgen. Bijvoorbeeld over hoe ze in een digitale wereld mee kunnen blijven en daartoe opleidingskansen en ondersteuning krijgen. We lazen in het verslag van het College van 5 november 2025 dat “Hooglede wel lokaal verder zal inzetten op e-inclusie, door de verdere openstelling van digipunten, het aanbieden van vormingen aan burgers en de continuering van het aanbod aan hulp voor digitale vragen via de lokale digihelpers“. Een activiteit die zeer succesvol is en aangeboden wordt op diverse locaties. Er wordt dus gekozen om niet verder te werken in een regionaal initiatief rond de digitale kloof. Als de gemeente dat zelf zal opnemen, hoe zien jullie dat dan concreet? Wie zal de regie daarvoor opnemen en waar vinden we de middelen daarvoor in het MJP? In de doelstelling zorgzame gemeente vinden wij dat niet terug. “
Schepen Demeyere antwoordt dat de middelen voor de digipunten/digihelpers in het gelijkblijvend beleid te vinden zijn. De subsidies blijven nog doorlopen tot eind juni 2026, daarna neemt de gemeente de regierol over.
Raadslid Sap: “Actieplan AP-3-01 (prioritair): Draagvlak creëren voor een levendige lokale economie. Tijdens het Lokaal Overleg Kinderopvang zei schepen Colpaert dat er de voorbije jaren niet veel werd gedaan voor de lokale economie. Kan deze schepen dit wat verduidelijken?
Schepen Colpaert repliceert dat haar dit niets zegt, dat het trouwens ook haar bevoegdheid niet is, waarop raadslid Sap antwoordt dat dit dan best rechtgezet wordt.
Raadslid Sap vervolgt: “De voorbije jaren werd het aanbod aan bedrijventerreinen – uiteraard in samenwerking met derde ontwikkelaars – fors uitgebreid. De gemeente faciliteerde de activering van het juridisch aanbod aan bedrijventerreinen. Wordt er gekeken om bijkomende ruimte voor bedrijven te voorzien, ruimte die het liefst vrij in te vullen zal zijn, dit was trouwens ook een vraag van de ondernemersraad.
Daarnaast werd de gemeentebon gelanceerd. In een vergelijkende analyse kwam die als de meest succesvolle van alle buurgemeenten uit. Wat zijn de plannen voor deze gemeentebon? Wordt ze verdergezet in de huidige vorm?
Daarnaast werd een visienota detailhandel Hooglede goedgekeurd, waarbij we de aandacht leggen op bedrijvigheid in het centrum van Hooglede. Er werden gesprekken opgestart met eigenaars van leegstaande panden. Werden er al acties ondernomen om dit verder te zetten, of hoe ziet het college de toekomst van de handelskernen? Zijn er plannen om deze nota verder uit te voeren en uit te breiden naar andere kernen?
Het is duidelijk dat de ambitie de komende jaren veel lager ligt dan wat de voorbije jaren is gebeurd. Misschien dat de schepen tijdens een volgend LOK dit even rechtzet?
De nieuwe fiscaliteit en de nieuwe non-ambitie maakt duidelijk hoe dit bestuur omspringt met de lokale economie. Ondernemers worden geprezen in woorden, maar belast in daden.”
Schepen Demeyere antwoordt dat er bijkomende bedrijfsruimte komt door reconversie van oudere terreinen, zoals bij de firma Mol vb. Beschikbare terreinen worden aan nieuwe bedrijven aangeboden.
Raadslid Sap wenst te weten of hiervoor met derden wordt samengewerkt, waarop schepen Demeyere antwoordt: “Hiervoor wordt inderdaad o.m. met WVI en de Provinciale dienst Ruimtelijke Planning samengewerkt. In bepaalde gevallen is het ook de Provincie die de beslissende overheid is, zoals vb. bij de firma Turbo’s Hoet. Wij adviseren in dit geval.”
Raadslid Sap stelt voor dat dit best steeds positief geadviseerd wordt, waarop schepen Demeyere repliceert dat we plannen binnenkrijgen om te beoordelen, dat we a priori dit niet altijd kunnen zeggen. Raadslid Sap zegt dat je onze visie wel altijd kan meegeven.
Schepen De Meyer keert nog terug op de vergadering van het LOK waarin gezegd zou zijn dat er weinig werd gedaan voor economie in de vorige legislatuur. Hij stelt dat dit in ieder geval niet in het verslag staat, waarop raadslid Sap repliceert dat een verslag nooit een letterlijk verslag is.
Schepen De Brabandere komt nog terug op de visienota detailhandel. Hij stelt dat de bestaande nota opnieuw bekeken zal worden, waarbij ook de Provincie in deze gesprekken wordt betrokken. De schepen stelt ook nog dat met de betrokken eigenaars van de leegstaande handelspanden opnieuw gesprekken zullen aangeknoopt worden.
Raadslid Sap: “ACT-3-02-03: Opwaarderen veldkapellen. We herhalen graag ons standpunt van enkele maanden geleden. Als de gemeente het écht menens is met het kapelletjeserfgoed, dan moet er een gelijker speelveld komen. Particuliere eigenaars moeten de vaak hoge restauratiekosten volledig uit eigen zak betalen, vooraleer de kapel kan worden overgedragen.
De hoge, zelf te betalen, kosten ontmoedigt uiteraard particuliere eigenaars om deze inspanningen te leveren. Het gevolg kan zijn dat waardevolle kapellen in verval raken omdat de lasten voor de eigenaars te zwaar zijn. Daarom vinden wij dat de gemeente een nieuw initiatief moet nemen om ook met particuliere eigenaars rond de tafel te zitten. De gemeente kan voorstellen aan de eigenaars om hun kapel kosteloos in eigendom over te nemen, zodat niet langer de individuele eigenaar maar de gemeente als geheel instaat voor renovatie en bewaring. Als de betrokken eigenaar beslist om de kapel niet over te dragen, dan moet die eigenaar uiteraard zelf instaan voor de renovatie.
Op die manier komt er een eerlijk en coherent beleid waarin alle kapellen op lange termijn behouden blijven als deel van ons cultureel erfgoed.”
Schepen Demeyere: “We zullen de Provinciale subsidies aanspreken en ook een deel van de eigenaar vragen. Als de gemeente alles zou betalen, schenden we het gelijkheidsbeginsel.”
Raadslid Sap repliceert dat dit een beleidskeuze is.”
Raadslid Sap: “ACT-3-02-03: Erfgoedzorg promoten met publieksgerichte activiteiten. We zien dat er ook ontvangsten zijn? Wil dit zeggen dat de gemeente zelf activiteiten zal organiseren? Wat zijn de uitgaven voor deze activiteiten? Wat zijn de plannen voor 2026?”
Schepen Demeyere: “Er zullen vb. activiteiten zijn in verband met de Grijspeerdmolen, die nu elke maand geopend is met 4 vrijwillige molenaars. De ontvangsten hebben betrekking op de draaipremie van de Provincie, dit wordt wel opnieuw uitgegeven als vergoeding voor de vrijwillige molenaars. Ook deelname aan initiatieven zoals Erfgoeddag, Molendag, e.d. behoort tot de mogelijkheden.”
Raadslid Sap: “ACT-3-03-02: Culturele programmatie versterken en verbreden. Zal de gemeente nog altijd zelf activiteiten - zoals de Trimart-avonden - organiseren? Welk deel van het budget is desgevallend voor deze activiteiten voorzien?
Het andere deel is waarschijnlijk voor de aangekondigde steun voor organiserende verenigingen om een ‘grote naam’ te strikken. Hoe zal dit in de praktijk gebeuren?
Geldt dit ook voor particulieren of bedrijven, of enkel voor verenigingen?
De aanvraag moet waarschijnlijk vooraf gebeuren. Wie bepaalt of deze steun geactiveerd wordt, en worden er adviezen gevraagd (cultuurraad, cultuurmedewerker)?
Welke criteria worden gehanteerd om te beslissen of de steun wordt geactiveerd? Er zijn kwantitatieve criteria, zoals de gage, maar ook kwalitatieve criteria. Op wat wordt de beslissing gebaseerd?
In de praktijk krijgt een organisatie een optie bij de gevraagde artiest vaak maar voor een beperkte periode. Hoe kan er vlug geschakeld worden met behoud van de adviserende tussenpersonen?
Hoe gebeurt de controle over inkomsten en uitgaven om de uiteindelijke steun te geven?
Ik herhaal een eerste concrete vraag: organiseert de gemeente nog zelf?”
Schepen Colpaert antwoordt dat zal gekeken worden hoe dit evolueert.
Raadslid Sap: “Is het budget allemaal in functie van het reglement of ook voor eigen activiteiten van de gemeente”.
Schepen Colpaert: “De Trimardavonden blijven in 2026, daarna zien we hoe dit evolueert.”
Raadslid Sap wenst verduidelijkt te zien hoe het reglement in elkaar zal zitten: is dit vb. ook voor bedrijven of particulieren, waarop schepen Colpaert antwoordt dat het om verenigingen gaat.
Raadslid Sap wenst te weten hoe de aanvraag moet gebeuren en wie dit zal evalueren, waarop schepen Colpaert antwoordt dat het Schepencollege dit zal doen. Raadslid Sap wenst te weten of het Schepencollege hiervoor adviezen zal vragen, schepen Colpaert antwoordt dat dit in het reglement zal staan.
Raadslid Sap vraagt verder welke criteria naar prijs/aanbod zullen gehanteerd worden, daarop stelt schepen Colpaert dat het reglement op dit vlak nog uitgewerkt zal worden.
Raadslid Sap stelt vast dat er nog onduidelijkheid is: “Wordt de subsidie vooraf of nadien verrekend, de bedragen staan toch in het meerjarenplan, wat zijn dan precies de ontvangsten,…”
Gemeenteraadsvoorzitter Els Werbrouck stelt dat het reglement zal moeten afgewacht worden.
Raadslid Potié: “Het is goed dat we verenigingen steunen, maar we blijven hopelijk toch ook zelf organiseren. De gemeente moet ook organiseren als er niet voldoende aanbod zou zijn. Ik wil dat de zalen voldoende gebruikt worden en dat er voldoende cultureel aanbod is in de gemeente.”
Raadslid Sap vult aan dat men het duidelijk nog niet weet, waarop schepen Colpaert repliceert dat er wel degelijk een aanbod zal zijn.
Raadslid Sap: “De Gulden Zonne is al jaren een aantrekkelijke plaats waar verenigingen zorgen voor een rijk aanbod aan mooie activiteiten. We hoorden links en rechts investeringen in De Gulden Zonne, maar vinden hiervan weinig terug. Uiteraard moeten er bouwtechnische werken worden uitgevoerd, maar er zou ook qua functionaliteit moeten worden geïnvesteerd. Welke investeringen worden er concreet voorzien? We vinden het belangrijk om de gebruikers van De Gulden Zonne nog meer te ondersteunen door de cafeteria onder handen te nemen. Het verschuiven van de toogruimte naar de brede kant, met handigere frigo’s en een frigocel zou een wereld van verschil maken voor de gebruikers.“
Schepen Colpaert: “Er is 100.000 € opgenomen in gelijkblijvend beleid en als er extra middelen zouden vrijkomen, investeren we deze graag in “De Gulden Zonne”.”
Raadslid Misplon: “Actie ACT-3-04-03 (prioritair): Nieuwe infrastructuur buitenschoolse kinderopvang Gits. Er komt dan helaas geen dubbel gebruik van de school om er ook muziek en woord te vestigen. Maar we zijn tevreden dat de plannen om de BKO Gits in de school te brengen, wel stand gehouden hebben. Dit is immers een eenmalige opportuniteit om mee te stappen in een gezamenlijk verhaal waarbij ruimte efficiënt kan gebruikt worden en de kinderen veilig op school kunnen blijven. We stellen vast dat er vanaf 2027 een bedrag van 90.000 euro wordt voorzien voor de BKO in Gits. Meer uitleg viel er niet te lezen, zodat wij het nagevraagd hebben. Klopt het dat jullie voor de BKO, die in het schoolgebouw Gits Groeit zal worden gevestigd, een huur betalen van 90.000 euro per jaar, en dit voor 18 jaar aan een stuk? Wat na 18 jaar? Wat zullen de gemeenschappelijke delen zijn met de school?”
Schepen Colpaert bevestigt dat het om een huur van 90.000 €/jaar gaat en dat dit in overleg met de scholengroep tot stand gekomen is.
Raadslid Misplon wenst te weten of na de afbetaling van de lening, de gemeente dan eigenaar wordt.
Schepen De Meyer: “We werken een regeling uit qua erfpacht voor vb. 100 jaar. Door de huurovereenkomst zijn we verzekerd van deze locatie. Het fiscale plaatje wordt zo via de school geoptimaliseerd.”
Raadslid Misplon vraagt ook of er dan na 18 jaar niet meer betaald moeten worden, schepen Demeyere antwoordt hierop: “Na 18 jaar zijn de investeringskosten betaald. We betalen dan enkel nog de gebruikskosten, maar die betalen we ook al vanaf jaar 1. Het gebouw staat bovendien op grond van de gemeente, dat blijft dus ook.
Raadslid Carpentier vraagt of “STAP” nu een plaats zal krijgen in de kapel, schepen Demeyere antwoordt: “We geven nog een concrete invulling aan de kapel, en daarbij onderzoeken we zeker of STAP daar een plaats kan krijgen. Het is zeker ook onze voorkeur wegens de nabijheid van de school en BKO. Het integreren van STAP in het schoolgebouw was echter een te duur plaatje.”
Raadslid Potié stelt de vraag of de gemeenteraad de plannen van school/BKO eens kan zien, schepen Demeyere stelt voor dit met de school te bespreken en belooft te bekijken of dit via de gemeenteraad of via een aparte vergadering kan verlopen.
Burgemeester Pillaert stelt voor dat de fractievoorzitters dit eens bespreken en wijst erop dat er ook al een informatievergadering vanuit de school was.
Raadslid Misplon vraagt ook naar de stand van zaken m.b.t. het BOA-decreet en de middelen die zullen ontvangen worden.
Schepen Colpaert antwoordt dat de middelen verder zullen bijgepast worden en dat deze rond de 370.000 € zullen variëren.
Raadslid Misplon vraagt of al bekend is waarvoor de middelen zullen ingezet worden, schepen Colpaert antwoordt dat de visie nog verder dient verfijnd en dat het de bedoeling is om dit af te werken tegen september 2026.
Raadslid Misplon stelt dat het interessant kan zijn om dit ook eens op een lokaal overleg kinderopvang en/of gemeenteraadscommissie te bespreken.
Raadslid Frederik Sap: “ACT-3-04-04: Jeugdinfrastructuur Chiro Sint-Jozef. Het is een goede zaak dat de betreffende Chiro meer ruimte krijgt. Werd hiervoor in overleg gegaan met de Chiro van Sint-Jozef, en wat was desgevallend hun wens of voorstel? Er wordt in 2026 156.000 euro voorzien op de nieuwe locatie. Welke garanties zijn er met de eigenaar van het pand om daar te kunnen blijven? Wat als de eigenaar het pand wenst te verkopen?
Het gaat over een erfpacht, er moet dus ook betaald worden voor het gebruik van de grond. Hoeveel bedraagt dit, en waar staat dit in het budget?
Schepen Demeyere: “De erfpachtvergoeding moet nog onderhandeld worden. Er werd een bepaald bedrag voorzien in het budget, maar dit is niet noodzakelijk het bedrag dat betaald zal moeten worden.”
Raadslid Sap wenst te weten of het klopt dat de kerk van Sint-Jozef ook een mogelijke locatie voor de Chiro was. Schepen Demeyere ontkent dit.
Raadslid Sap vraagt ook of er voldoende garanties zijn dat de Chiro daar kan blijven, schepen Demeyere antwoordt dat de opvolger van het bedrijf die garantie alvast uitsprak, maar dit moet nog in een overeenkomst voorzien worden.
Raadslid Sap: “ACT-3-04-05: Uitbreiden en vernieuwen sportinfrastructuur Hooglede.
Hoeveel werd gebudgetteerd voor de infrastructuur zelf en hoeveel voor de omgevingsaanleg?
Eendracht Hooglede kent ook een tekort aan binnenruimte voor de vele thuisspelende maar uiteraard ook bezoekende ploegen. Hoeveel kleedkamers zal het nieuwe gebouw tellen. Nu zijn het er zes, maar zelfs acht zal waarschijnlijk niet genoeg zijn.
Hoe wordt de periode tijdens de bouwwerken overbrugd? Komen er containerunits, of moet de club uitwijken?
Dan heb je nog KVP Gits, die kampt met problemen met hun tweede terrein. Het is geweten dat bij – zelfs niet veel – regenval, het veld onbespeelbaar wordt. Twee jaar geleden hebben we dit euvel al verholpen op het eerste terrein. Het is opmerkelijk dat er niets van budget wordt voorzien om ook een oplossing te bieden voor het tweede veld. Welke oplossingen voorziet het huidige bestuur voor dit toch wel dringend geworden probleem?
Op het Lokaal Overleg Kinderopvang werd door de schepen verteld dat de skatespot zal verhuizen. Is er al een idee naar waar?
Schepen Lokere antwoordt: “Er is 1 miljoen voorzien voor het gebouw + BTW, de rest is voor parking en omgevingswerken.
Hoe de periode van de bouwwerken zal overbrugd worden, zal in overleg met de voetbalclub bepaald worden. Ook de verdere uitwerking van de plannen zal in overleg met hen gebeuren. De concrete invulling van het gebouw is daardoor op vandaag nog niet bekend.
Wie de kosten voor de oplossing in de tussenperiode zal betalen, zal overlegd worden met de voetbalploeg, zodra dit dossier concreter wordt gemaakt.
Er zitten ook middelen vervat in het gelijkblijvend beleid.”
Schepen Demeyere vult aan dat er een onderzoek lopende is hoe de drainage moet aangepakt worden.
Over het skate-park stelt schepen Colpaert dat dit mogelijks zal verhuizen, maar dat er voor en tegens hiervoor zijn.
Raadslid Frederik Sap: “Algemeen is er een tekort aan zwemwater. Ook op Midwest niveau wordt dit probleem onderschreven, en werden er initiatieven opgezet om dit te counteren. Ik denk dat niemand kan ontkennen dat zwembadwater enorm belangrijk is. We vinden het daarom enorm frappant dat Hooglede de komende jaren hiervoor niets zal ondernemen.
Zwemwater is voor ieder kind belangrijk.
Waarom kiest de gemeente Hooglede ervoor om niet mee te investeren in sport- en instructiebaden, terwijl er een duidelijk tekort aan zwemwater is in de regio?
Is het realistisch om de ambitie dat ‘alle kinderen moeten kunnen leren zwemmen’ te onderschrijven zonder bereidheid tot financiële samenwerking in extra zwemwater?
Welke argumenten lagen aan de basis van de beslissing om niet te participeren in de samenwerking rond nabij sport- en instructiewater?
Heeft het bestuur een kosten-batenanalyse laten uitvoeren van wat deelname in die samenwerking zou kosten, tegenover de impact van niet-deelname?
Hoe wordt gegarandeerd dat scholen uit Hooglede daadwerkelijk toegang en tijdslots krijgen in de bestaande baden als andere gemeenten wél investeren en dus terecht prioriteit claimen? Het is niet ondenkbaar dat het zwembad van Lichtervelde zal moeten sluiten. De vergunning van het zwembad loopt nog tot 2030. Het vraagstuk van waar en hoe er geïnvesteerd zal worden is afhankelijk van eventuele intergemeentelijke nieuwe zwembadplannen. Op eigen houtje een nieuw zwembad bouwen gaat Lichtervelde wellicht nooit doen. Volgens voorliggend meerjarenplan van Hooglede zal de gemeente dus niet participeren, en dan wordt het voor onze scholen waarschijnlijk niet meer mogelijk om daar nog te schoolzwemmen. Op welke manier gaat de gemeente Hooglede de deelname aan schoolzwemmen ondersteunen, als ze zelf geen zwembadinfrastructuur ontwikkelt of ondersteunt?
Wat zijn de verwachte kosten voor de gemeente Hooglede voor de deelname aan initiatieven zoals de zwembus of het poolen van schoolzwemmen?
Het is niet geloofwaardig om de gedeelde ambitie dat elk kind moet leren zwemmen te onderschrijven, maar tegelijk elke vorm van structurele investering in sport- en instructiebaden af te wijzen. Zonder zwemwater zijn er geen zwemlessen mogelijk. De gemeente wil wel de voordelen van bovenlokale samenwerking, maar weigert mee te bouwen aan de basisvoorwaarden, de zwembaden zelf. Dit is opportunistisch en op korte termijn zelfs onhoudbaar. Deze strategie voor het nochtans belangrijke ‘leren zwemmen’ maakt ons afhankelijk van buurgemeenten en maakt ons dus uiterst kwetsbaar.
Als we niet betalen, verdwijnt het schoolzwemmen. Zo simpel is het.”
Burgemeester Pillaert: “De kwestie kwam reeds aan bod in Midwest. Men pleit er zelfs voor een open zwembad. Lichtervelde zal misschien sluiten, maar investeren in een zwembad in Torhout of Izegem lijkt me toch een brug te ver.
Ik geef ook mee dat we op vandaag al het busvervoer naar het zwembad ondersteunen vanuit de gemeente.
In het huidige zwembad van Roeselare is geen plaats voor nieuwe scholen, de mogelijkheden met het zwembad van Savio werden ook onderzocht, maar om dat zwembad aan te passen/te vernieuwen kwamen we in het beste scenario tot een hallucinant bedrag van 200.000 €/jaar.
Een eigen zwembad is ook geen optie.
In Midwest werd inderdaad een studie opgemaakt, maar concreet is daar nog niet veel mee gebeurd.”
Raadslid Sap stelt dat zijn vrees dus bewerkstelligd wordt dat er geen oplossing voor het schoolzwemmen zal komen en vraagt zich af waarom er niet geparticipeerd wordt in Torhout.
Schepen De Meyer stelt dat het vreemd is dat er een waarschuwing wordt gegeven als we mee investeren in de school in Gits, maar dat er nu net gevraagd wordt om ondersteuning te geven in een andere gemeente.
Schepen Lokere: “Er is een studie lopende binnen Midwest, geen enkele gemeente staat echter te springen om mee te investeren. We volgen de vergaderingen rond het nieuwe zwembad in Torhout mee, maar we kregen er te horen dat er 0% bezoekers vanuit onze gemeente zijn. Ik begrijp zeker de bezorgdheid, maar een oplossing voor dit probleem zal van hogerhand moeten komen.”
Raadslid Sap herhaalt dat het vooral heel belangrijk is dat er verder schoolzwemmen kan aangeboden worden, raadslid Potié vult aan dat de eindtermen van het lager onderwijs ook voorzien dat de leerlingen moeten kunnen zwemmen.
Schepen De Meyer stelt dat met 14 miljoen meer investeringsruimte dit zou gelukt zijn.
Raadslid Potié: “Ik hielp mee kijken voor de atletiekpiste, als ik weet van subsidies voor zwemmen, breng ik zeker de gemeenteraad op de hoogte. Er kunnen ook alternatieven worden bekeken, waarbij men vb. andere lessen laat doorgaan in het zwembad. Het is zeker belangrijk dat we ons bewust zijn van dit probleem.”
Burgemeester Pillaert stelt dat de huidige zwembaden vol zitten, de huidige subsidies zijn niet toereikend, ik had ook kunnen zeggen dat we gingen kijken voor een oplossing, maar dit is niet realistisch.
Raadslid Sap stelt schepen Lokere te volgen dat we de mogelijkheden voor intergemeentelijke samenwerking moeten bekijken en daarvoor ook budget moeten voorzien.
Raadslid Misplon vult nog aan dat er best ook eens met Lichtervelde in overleg wordt gegaan en raadslid Sap besluit door te stellen dat de vergunning van Lichtervelde in 2030 eindigt en dat we daarom best budget uittrekken om tegen dan in een intergemeentelijke samenwerking te participeren.
Raadslid Carpentier: “Actieplan AP-3-07 (prioritair): Lokaal Sociaal Beleid.
Over het Woonzorgcentrum Ter Linde vind ik niets terug in het meerjarenplan. Op zich, qua infrastructuur, lijkt mij dit evident, nu we inderdaad in een eindfase zitten van ingrijpende verbouwingen. Ik ben onlangs nog eens gepasseerd in het WZC en het moet gezegd dat het resultaat gezien mag worden. Toch lees ik in de krant het volgende: “Na 25 jaar verbouwingswerken aan woonzorgcentrum Ter Linde, wil de gemeente de komende legislatuur investeren in het personeelsbestand.”
In het verleden kwam er meermaals commentaar op de omvang van het personeelsbestand van Ter Linde en werden ook vragen gesteld bij de kostprijs van jobstudenten en interimarbeid. Ik zie dat de financiële dienst dit ook terecht opneemt in de opsomming van de financiële risico’s.
Los van de proportionele toename in personeel omwille van de uitbreiding van Ter Linde in 2024 zie ik de komende zes jaar geen enkele verandering, zodat ik mij afvraag wat precies wordt bedoeld met “investeren in het personeelsbestand”. Hoe zien jullie dit concreet?”
Schepen Demeyere: “In de komende jaren moeten we binnen het WZC een aantal cruciale posten vervangen. We zorgen dat de personeelsbezetting up to date gehouden wordt n.a.v. de pensioneringen.”
Raadslid Carpentier wenst te weten of er dan geen extra personeel wordt aangeworven, waarop schepen Demeyere antwoordt dat er nu nog een aantal aanwervingen gepland zijn voor de 10 extra kamers die in 2026 openen en dat daarna met die bezetting de huidige personeelsbezetting behouden blijft.
Raadslid Carpentier: “Ik wil het ook nog even hebben over het lokaal dienstencentrum Zonder Zulle. In 2021 werd dit dienstencentrum opgestart in het Centrum-zaaltje in de Kerkstraat. Daar kwam zeer veel kritiek op, in die zin dat de oppositie zelfs de ocmw-raad verliet. Los van het politiek kleur dat kennelijk verbonden was met deze zaal, kregen we vooral de opmerking dat het absurd is om een zaaltje te huren als je zelf over zoveel patrimonium beschikt. Eerst en vooral stel ik vast dat het huidige meerjarenplan niet in hetzelfde bedje, maar in dezelfde slaapzaal ziek is. Er wordt gemiddeld 10.500 euro per jaar huur betaald voor een vrachtwagenparking, er wordt een onbekend bedrag aan erfpacht betaald voor het gebruik van een deel van een bedrijf én er wordt zoals gezegd liefst 90.000 euro per jaar betaald om de kinderopvang in de school in Gits te mogen vestigen.
Met betrekking tot het dienstencentrum heb ik vanaf dag één gezegd dat het Centrum-zaaltje een logische, maar tijdelijke keuze was, waarbij het de bedoeling was om het vast lokaal dienstencentrum op de kloostersite in Gits te vestigen. Net daarom werd in de huurovereenkomst ook een duidelijke opzegclausule voorzien. Intussen, na het verstrijken der jaren, had de toenmalige meerderheid voortschrijdend inzicht en stelde het vast dat het dienstencentrum zo’n succes was dat deze minstens als antennepunt moest worden behouden in Hooglede.
De plannen in Gits, waar de ‘hoofdzetel’ zou worden gevestigd, waren na verloop van tijd ver gevorderd en 4 architecten kregen van het schepencollege zelfs de opdracht om plannen te maken. Nadat deze plannen gemaakt werden, kregen deze architecten de boodschap dat het college van mening veranderd was en dat er weer vanaf 0 kon worden begonnen.
Waar er lange tijd sprake was van een dienstencentrum in Gits, deels in de kapel, maar ook deels met een aanbouw aan deze kapel, lees ik nu niets meer over deze plannen. Kunnen jullie daar iets meer over vertellen?
Klopt het dat het dienstencentrum in de kapel zal worden gevestigd zonder aanbouw, dus eerder als antennepunt en niet als hoofdlocatie? Dit betekent wellicht ook dat dit antennepunt niet erkend zal worden en dat jullie een subsidie van 60% van de verbouwing mislopen? In het vorige meerjarenplan kwam dit overeen met 600.000 euro.
Klopt het dat de hoofdlocatie dan wél in de Kerkstraat blijft en dat de vorige oppositie warempel eveneens voortschrijdend inzicht heeft en dit keer de zaal niet zal verlaten?
Klopt het dat er ondanks de vestiging van een antennepunt géén personeel bij komt en dat het antennepunt in Gits dus wellicht een zeer flauw afkooksel wordt van wat ooit de bedoeling was.
Klopt het dat de werking van het lokaal dienstencentrum zal worden uitgebreid naar Sleihage? Ik las dit niet in het meerjarenplan, maar wel in de krant. Er is al een werking in Sleihage, in welke zin zal deze dan worden aangepast en zal dit ook met het huidige personeelsbestand gebeuren? En als jullie dit zouden uitbreiden, waarom dan enkel in Sleihage en niet op De Geite?
Schepen Demeyere: “Vroeger was inderdaad de optie om de kapel volledig om te vormen tot lokaal dienstencentrum. Nu zal het inderdaad een antennepunt worden in combinatie met STAP. De subsidie die we zullen ontvangen, zal inderdaad lager zijn bij een beperkter bouwprogramma. De bedoeling is om met hetzelfde personeel te werken ook voor het antennepunt in Gits. We zitten daar trouwens op een boogscheut van het WZC, waar ook dienstverlening kan aangeboden worden.
Het klopt dat de werking op Sleihage blijft doorlopen, in samenwerking met OCMW Staden. Met de sociale woonwijk die er komt, zal de werking inderdaad mogelijks versterkt worden. Wat De Geite betreft daar is er op dit ogenblik nog geen concrete vraag.”
Raadslid Carpentier: “De Centrum-zaal was/is goed, maar te beperkt. De kapel in Gits bood meer mogelijkheden, met o.m. ook de komst een leskeuken.”
Burgemeester Pillaert repliceert dat zijn partij inderdaad tegen was, maar niet omwille van het principe van het dienstencentrum, wel omwille van de locatie.
Raadslid Carpentier wenst te weten of de Burgemeester met zijn partij dan nu wel overtuigd is van de locatie, waarop de Burgemeester antwoordt dat de locatie goed is, maar dat zijn partij de beslissing zou hebben genomen om ze te kopen.
Raadslid Misplon: “Beleidsdoelstelling 4: Mooie en groene gemeente die klaar is voor de toekomst. Hooglede wil een aangename en duurzame leefomgeving creëren, met aandacht voor groen, klimaat en ruimtelijke kwaliteit. Dit kunnen we uiteraard alleen maar aanmoedigen.”
Raadslid Misplon: “AP-4-01-02: Studie en verdere uitvoering kerkenbeleidsplan. Enkel studie dus (30.000 € in 2026), geen enkele bedoeling om uit te voeren?”
Schepen Demeyere antwoordt: “Er is inderdaad geen budget voorzien, we wachten de studies af, zodat we zien wat de mogelijkheden zijn en dan zoeken we de gepaste subsidie hiervoor.”
Raadslid Misplon: “ACT-4-01-03: Inspelen op opportuniteiten tot verwerving van patrimonium.
Los van kennelijk eenmalige 265000 opportuniteit volgend jaar, is er 0 budget voorzien de komende jaren voor ‘opportuniteiten’? Dus jullie gaan er nu al van uit dat er geen opportuniteiten zullen zijn, want er is geen geld voorzien?
Bijvoorbeeld: Is er budget voorzien voor opportuniteiten qua bos?
Waarom vraag ik dit? Natuurpunt heeft een volledig memorandum geschreven maar we zien hier weinig van terug in het meerjarenplan. Een belangrijk speerpunt was de vraag om budget te voorzien voor extra bos in onze gemeente, maar hier zien we niets voor staan. De lokale groep van natuurpunt ging zelfs met het college in overleg over hun memorandum. Onze oproep is hierbij ook om aub de bestaande kennis en ervaring van lokale mensen en beschikbare organisaties in te zetten.”
Schepen Demeyere: “Het budget staat in 2026, maar stelt de opportuniteit zich pas in 2027 of 2028, dan wordt het budget doorgeschoven.”
Schepen De Brabandere antwoordt dat voor bos een deel middelen in het gelijkblijvend beleid staan.
Raadslid Misplon: “Actie ACT-4-02-02 (prioritair): Initiatieven in het kader van het burgemeestersconvenant en LEKP.
Waarom staan niet alle doelstellingen van het LEKP hierin, maar enkel de opmaak van het warme- en sloopbeleidsplan?
De eerste test van de klimaattafel in Onledemolen was bijvoorbeeld een groot succes, met de bedoeling om te herhalen. Gaan er dus in de andere deelgemeentes ook nog klimaattafels door? Hetzelfde met ecolution, worden dergelijke succesvolle initiatieven nog herhaald?
We zijn ook tevreden dat jullie na onze vraag ook de bomenactie met gratis bomen voor inwoners terug herhaald hebben.
ACT-4-02-03: Opmaak warmte- en sloopbeleidsplan: het zijn ook enkel plannen? Geen budget voor actie. Is dus een actie uit LEKP, waarom de rest dan niet?”
Schepen De Brabandere: “Waar mogelijk worden er zeker initiatieven genomen in het kader van het LEKP. Warmte- en sloopbeleidsplan staan er specifiek in, omdat daar nog geen werk van gemaakt was. Het behoort tot de mogelijkheden dat klimaattafels en Ecolution opnieuw doorgaan. We kijken naar de bestaande budgetten en sturen bij waar mogelijk.
Raadslid Misplon: “Actie ACT-4-02-04 (prioritair): Toekomstgericht en ecologisch infrastructuurbeheer: enkel EPC-studie, niets van budget voor uitvoering? Er staat nochtans beheer…”
Schepen De Brabandere antwoordt dat een deel van deze acties ook in gelijkblijvend beleid zitten.
Raadslid Julie Misplon: “ACT-4-02-05: Modern afvalbeheer: kostprijs per ondergrondse glasbol? Hoeveel staan er nu? Op dezelfde locaties? Nieuwe locaties? …
Klopt het dat er niets te vinden is rond zwerfvuil? Dit is nochtans na verkeersveiligheid één van de grootste ergernissen.”
Schepen De Brabandere: “We bekijken waar er nieuwe ondergrondse glasbollen kunnen komen, dit zal vb. wel niet het geval zijn op het Quirinusplein, omdat de situatie daar nog zal wijzigen.
Rond zwerfvuil zitten heel wat zaken in het gelijkblijvend beleid, in ieder geval gaat de zwerfvuilactie in 2026 opnieuw door, de datum ligt reeds vast.”
Raadslid Misplon: “Actieplan AP-4-06 (prioritair): Groene ruimte versterken via natuurontwikkeling.
We waarderen het idee om groene ruimte te versterken, maar we zien overal natuur en bomen verdwijnen. In Hooglede worden ook de concrete plannen voor het wonderwoudje niet meer uitgevoerd,...
En ik kan me vergissen, maar ik vind niets rond bijen of het project kruisbestuivers, klopt dit?”
Schepen De Brabandere stelt: Het wonderwoudje is inderdaad niet meer voorzien, maar zal opgenomen worden in een groene zone rond de nieuw te bouwen kinderopvang. Ik heb ook reeds uitgelegd dat we ingestapt zijn in het project Bomenplan, maar dat omwille van budgettaire beperkingen dit niet gebeurd is voor de Kruisbestuivers. Dit kan echter als er meer budgettaire ruimte komt.
Schepen De Meyer vult aan dat er wel acties rond de Aziatische Hoornaar zijn voorzien.
Raadslid Misplon merkt nog op dat niet voor alle bomen een kapvergunning aanwezig zijn, waarop Schepen De Brabandere een concreet voorbeeld vraagt. Schepen Demeyere verwijst wel naar een “noodkap” die gebeurd is in de tuin van de Pastorie van Gits, maar waar later, na de afwerking van de school, in een nieuwe aanplanting zal worden voorzien.
Raadslid Misplon vraagt dan om de opmerking te vergeten.
Raadslid Misplon: “Actie ACT-4-06-01 (prioritair): Opmaak van het bomenplan Hooglede. Het bomenbeheersplan waren we al voorbereidend mee bezig, blij om te zien dat dit verder opgepikt wordt. Het is belangrijk dat het niet enkel bij een plan blijft, maar het ook goed opgevolgd wordt. Is de groendienst intussen volledig mee in het verhaal om het via de manier van het West-vlaamse hart te doen? Want zij zullen het effectief moeten uitvoeren.”
Schepen De Brabandere antwoordt dat eerst het bomenplan zal opgemaakt worden en dat de groendienst daarna met de tool zal leren werken.
Raadslid Misplon: “Actie ACT-4-06-03 (prioritair): Dorpskernen en -wijken vergroenen en klimaatrobuuster maken, dorpskernen vergroenen.
In Gits dreigt de groene long aan de hoek Theresia Vancanneytstraat met de Stationsstraat te verdwijnen. Deze hoek vormt vandaag een belangrijke groene long in het dorpsweefsel.
Deze ontwikkeling roept vragen op over ruimtelijke kwaliteit, klimaatbestendigheid en over de inconsistentie met jullie beleid om de dorpskernen te vergroenen. Het staat zelfs letterlijk in het meerjarenplan hier voor ons: “dorpskernen vergroenen”.
Ik vraag dan ook dat deze plannen grondig worden herbekeken, met respect voor: het bestaande groen en de waardevolle bomen, de schaal en draagkracht van Gits en de afspraken die we als gemeente vroeger hebben vastgelegd en de ideeën die er reeds waren.
Schepen Demeyere: “Voor dit project werd een informatievergadering gehouden op maandag 8 december, de bezwaren komen binnen
De gemeente is er aan gehouden een opgestarte procedure in omgevingsloket te lopen en dan een beslissing te nemen – dat betekent:
- aanplakaffiche bezorgen
- indien gewenst info-vergadering
- adviezen bij bevoegde instanties
- dan een gedragen beslissing nemen op einde van procedure – en niet nu al zoals de bewoners lieten doorschijnen en sommige communicatie op sociale media ook suggereert.
De communicatie op sociale media is tendentieus en filtert een eigen waarheid.
- onafhankelijke bomenstudie lijnde drie waardevolle zones af die nu dreigen te verdwijnen
- de voorliggende plannen raken maar aan 1 zone, de beide andere zones liggen in woonuitbreidingsgebied en worden niet geraakt
- als we de blokken van verkavelingsplan dan tegen zone 3 afzetten dan merken we dat het noordelijke blok buiten die waardevolle zone ligt. Dus als we omwille van inkijk de noordelijke blok meer naar zuiden brengen dan gaan we echt in die waardevolle zone met bomen moeten snijden
- ontwerp RUP spreekt van 3 bouwlagen, hier vraagt men er vier...
- in startnota van RUP is inderdaad 3 bouwlagen vermeld, maar het RUP is nog niet van toepassing
-sinds 2024 is er veel gewijzigd in regelgeving over inname van nieuwe bouwgronden en woonuitbreidingsgebieden. Dat heeft een impact op bouwmogelijkheden maar ook op footprint en bouwhoogte.
- verhoogde mobiliteitsdruk door de 35 wooneenheden
- mobiliteit en parkeren kan nog verder bekeken worden, maar is momenteel volgens de geldende gemeentelijke verordening
- medewerking in plan door huidige CBS
- inderdaad meerdere overlegmomenten geweest, in deze en vorige legislatuur, tot zelfs voor 2020, waarbij raadsleden die toen schepen waren (en bevriend met de eigenares van de grond) ook nauw betrokken zijn geweest
- vraag om zoveel te bouwen komt van de bouwheer, niet van de gemeente
- eens een dossier is ingediend, ondanks advies van de gemeente, dan moeten we dit neutraal behandelen volgens de procedure.
- wij verkozen niet de piste verkaveling, hebben dit ook duidelijk gemeld aan de ontwikkelaar, maar is zijn keuze
- mee vorm gegeven betekent bijgestuurd en aangepast naar wat binnen de normen van de verordening en goede ruimtelijke ordening past
- laatste concrete plan was in mei 2025, was een bijgewerkt plan van de gebouwen met 3 eenheden minder – wij hebben er ook het raden naar waarom de aanvraag nu verkaveling is met 3 extra eenheden.
Historiek:
- plannen opeenvolgend door GECORO besproken maar zijn niet openbaar en kunnen niet openbaar gedeeld worden. Kan wel in besloten zitting van de raad
- 2020: ontwikkeling van woongebied en woonuitbreidingsgebied – 101 woningen en 25 appartementen
- November 2020: groep woningen met 2 bouwlagen en 2 meergezinswoningen met 3 bouwlagen aan Stationsstraat
- 2024: 2 meergezinswoningen in de hoek van beide straten (woongebied) - 32 entiteiten
Bouwdichtheid:
- het kan tevens relevant zijn om te verwijzen naar een aantal dichtheden van andere projecten:
Project/ aantal woongelegenheden/ oppervlakte/dichtheid:
- voorliggende verkaveling 35 volgens aanvrager, 32 volgens laatste ontwerpplannen, dus uitgaand van 32 4114 m² 78 woningen/ha
- Ter Prinne (Hyboma, Leenbosstraat) 20/ 4600 m²/ 43 woningen/ha
- Vancanneyt (Leenbosstraat) 20 /4600 m²/ 43 won./ha
- Hoek Grijspeerdstraat 14/717 m²/ 198 woningen/ha
- Den Engel 13 + café/1531 m²/ 85 woningen/ha”
Raadslid Misplon vraagt om rekening te houden met de bomen, de inkijk en de “groene long”. Schepen Demeyere wijst nog op de uitnodiging voor de info-vergadering die naar alle aangelanden is gegaan.
Raadslid Lieve Bruwier: “Op onze vraag van enkele raden geleden om de buurt te betrekken bij de aanleg van een groenzone werd positief gereageerd. Dat wordt gewaardeerd. Zo kwamen de bewoners van de Nieuwkerkestraat en de Ieperstraat samen op een info vergadering. Er was veel interesse en veel expertise in de groep. Het was duidelijk dat dit een zinvolle vergadering was. De grote lijnen werden uitgetekend door de eigen milieu- en technische dienst. Mooi dat de expertise en het enthousiasme van de eigen diensten gevaloriseerd wordt. Maar toch was het ook duidelijk dat plannen maken voor een parkzone ook een aparte expertise vraagt. Veel van het plan werd als positief ervaren. Maar de oproep was duidelijk: leg het beplantingsplan nog eens voor aan mensen die professioneel ervaring hebben met de aanleg. Tientallen fruitbomen aanplanten is op het eerste zicht een goed plan. Maar wie ervaring heeft zal ook nadenken over het vervolg: wie zal die bomen vakkundig snoeien? Wat met het fruit? Wordt het valfruit of is er een idee voor de verwerking? Wie ervaring heeft met aanplant van hoogstambomen zal ook nadenken over het realistisch aantal bomen op die oppervlakte. Bewuste keuzes over soorten en aantallen geven de bomen de meeste groeikansen. De buurt is fan van het project maar is bezorgd. We herhalen dus de oproep om de collega’s van het West Vlaamse hart hier nog eens bij te betrekken om duurzame keuzes te maken.”
Schepen De Brabandere antwoordt dat het verzoek zal worden meegenomen.
Raadslid Carpentier: “Voorzitster, collega’s, ik rond af. Wat wij vanuit onze fractie willen meegeven is dat een meerjarenplan richting moet geven, keuzes moet uitleggen en vertrouwen moet creëren. Maar als je vooraf laat uitschijnen dat “alles toch al beslist is”, dan ondermijn je dat vertrouwen nog vóór iemand één vraag heeft kunnen stellen. Democratie is geen verplicht nummer. Oppositie is geen decorstuk. En inspraak is geen praatronde die je liefst zo snel mogelijk afrondt.
Inhoudelijk zien we in dit plan goede zaken, uiteraard, maar helaas ook te vaak een patroon: veel woorden, veel studies, veel “we zijn van plan”, kortom veel woorden, maar te weinig budget om er acties aan te koppelen. Tegelijk worden inwoners en ondernemers wél heel concreet aangesproken in hun portemonnee. Dan kan je niet blijven herhalen dat de belastingen dalen. Mensen voelen dat anders. En zij hebben gelijk.
Wat ons ook bijzonder opvalt, is dat Gits in de kou dreigt te staan. Gelukkig is er nog het project Kloostersite uit de vorige legislatuur, maar jullie nieuwe plannen gaan totaal de verkeerde richting uit: minder dienstverlening, minder voorzieningen, minder investeringen, en niet de zekerheid, maar wel het risico dat waardevol groen verdwijnt.
Daarom is onze boodschap duidelijk: neem de gemeenteraad ernstig en wees transparant.
Wees eerlijk over de lasten, schuif de rekening niet door naar wie het minste marge heeft, en stop de schone schijn rond de ondernemers, terwijl je ze achter de schermen extra belast.
Herbekijk de dossiers waar het draagvlak ontbreekt. Bewaar wat waardevol is, pas de schaal aan, en respecteer eerdere afspraken en studies.
Kortom, stop het overmatige window-dressing, en focus op beleid.
Wij zullen dit meerjarenplan afkeuren, maar ook blijven beoordelen zoals het hoort: kritisch, inhoudelijk en met voorstellen waar het beter kan. Niet om tegen te zijn, maar omdat inwoners recht hebben op degelijk bestuur en eerlijke communicatie.”
Raadslid Alexander Vandemaele vult nog aan: “De opmerkingen van Julie gingen over de bomen op de looppiste, de kritiek was dat de werkgroep “Boom” niet geconsulteerd werd.”
Raadslid Alexander Vandemaele:
“Mevrouw de Voorzitter,
Beste collega’s,
En vooral: Burgemeester en schepenen
Vanavond wil ik vooral beginnen met het bedanken van de gemeentediensten en de financieel directeur. Het harde werk, de lange uren en de korte nachten hebben hun vruchten afgeworpen en hebben voor een meerjarenplan gezorgd waar we ons allemaal over konden buigen.
Ik heb dit meerjarenplan niet alleen gelezen, ik heb het bestudeerd. En ik moet zeggen: ik ben bijna onder de indruk. Ik ben onder de indruk van de artistieke vrijheid waarmee u de werkelijkheid probeert te verhullen. Want laten we eerlijk zijn: wat hier voor ons ligt, is geen visie voor Hooglede. Het is een boekhoudkundige goocheltruc, vermomd als beleid. Een "mooiweerplan" dat bij de eerste de beste financiële storm als een kaartenhuis in elkaar zal storten. Jullie leggen een positieve autofinancieringsmarge voor, dat lijkt voor iedereen goed nieuws. Die positieve marge is echter op zeer zwakke grond gebouwd. Valt de economie tegen, met onverwachte indexering tot gevolg, verliezen jullie maar liefst € 400.000 op jaarbasis, enkel en alleen aan loonkosten. Verwateren de aandelen bij Fluvius, kost jullie dit tot bijna € 200.000 op jaarbasis. Van 1 miljoen marge blijft er ocharme € 400.000 over, en dit is dan nog zonder andere onvoorziene omstandigheden gerekend.
Laten we de daling van de persoonsbelasting er even bij nemen. Uw zogenaamde fiscale cadeau, laten we eerlijk zijn, is gewoon een belediging voor de intelligentie van de burger.
U klopt uzelf op de borst met een verlaging. Van 8 naar 7,9% en, onder voorbehoud zoals ik hoorde op de participatiemarkt, eventueel naar 7,8 procent. Denkt u nu echt dat de Hoogledenaar niet kan rekenen? Voor een gezin als het mijne, ik ben zo vrij geweest dit uit te rekenen voor u, komt dit op een schamele €50 verschil. In de pers kan u inderdaad uitpakken met een belastingverlaging, helaas is dit in de realiteit slechts een symbolische verlaging en zitten we nog steeds boven het Vlaamse gemiddelde.
En wat u met de ene hand geeft, graait u met de andere hand dubbel en dik terug via stijgende retributies voor kinderopvang en schoolmaaltijden (p. 96, grote tabel, bijdrage IBO). Dit is geen belastingverlaging, dit is een vestzak-broekzak-operatie.
De aanval op onze ondernemers dan, zullen we het daar even over hebben?
U noemt Hooglede "ondernemingsvriendelijk". Mag ik vragen of u dat cynisch bedoelt? Want wat ik zie in de tabellen van de onroerende voorheffing, is tegenstrijdig met het beleid dat u zegt te willen voeren.
U verhoogt de opcentiemen voor grotere panden van 1133 naar 1400. Een stijging van bijna 24 procent! U viseert de bedrijven die investeren, die uitbreiden, die zorgen voor werkgelegenheid.
U richt zich symbolisch op de zogenaamde sterke schouders, terwijl gewone gezinnen wiens woning net te groot is, net de dupe zullen zijn van deze maatregel.
Op andere vlakken wordt er nauwelijks geïnvesteerd in onze ondernemers, terwijl zij net het kloppende hart zijn van onze, in uw woorden, bloeiende economie. U belooft hen studies, maar weinig tot geen investeringen.
Hoe durft u onze KMO's nog recht in de ogen te kijken? U gebruikt hen als melkkoe om uw begroting sluitend te krijgen, terwijl u hen afscheept met een "studiereis" over ruimtelijke ordening in plaats van extra bedrijfsgrond. Dit is geen steun, dit is ondernemertje pesten.
Dan, de mobiliteit. Of beter gezegd: Uw verkiezingskalender.
Als we naar de investeringen kijken, zien we iets heel interessants. Jarenlang kabbelt het budget voor wegenwerken voort, om dan plots in 2029 – toevallig het jaar voor de verkiezingen – te exploderen naar 1,2 miljoen euro.
En de fietser? Die mag wachten op Aquafin. "Als Aquafin niet graaft, leggen wij geen fietspad," dat is uw motto. U verschuilt zich achter rioleringsdossiers om zelf geen initiatief te moeten nemen. U speelt roulette met de veiligheid van onze schoolgaande kinderen in de Kortemarkstraat en de Roeselarestraat. Dossiers over de Ieperstraat en de Bruggestraat worden zelfs gewoon over deze legislatuur getild. Nochtans dacht ik dat alle partijen hier aanwezig tijdens de verkiezingen dat de verkeersveiligheid een topprioriteit moest zijn? Met enkel een vrachtwagensluis zullen we niet ver geraken!
Ik rond af, want ik neem aan dat de andere collega’s ook graag hun mening nog willen geven vanavond.
U rekent zich rijk met onzekere dividenden van Fluvius (p. 48, 2.7 miljoen extra) en tijdelijke kortingen op de pensioenfactuur (responsabiliseringsbijdrage). U schuift alle risico's door naar na 2030. Onze kinderen zullen de factuur dus mogen betalen voor jullie beleid.
Wij trappen hier niet in. Wij stemmen niet voor een plan dat de ondernemer straft, de burger een rad voor de ogen draait en pas in actie schiet als de stembusgang nadert.
Onze conclusie is dan ook de volgende: Hooglede verdient visie en daadkrachtig beleid, geen symboliek.
Onze fractie stemt dan ook TEGEN dit meerjarenplan.”
Schepen De Brabandere: “Er was voor de bedrijven een belasting op motoren, een 20-tal bedrijven betaalden die omdat ze ook drijfkracht hadden. We vonden dat als we deze belasting afschaften we iets in de plaats moesten stellen. De gedifferentieerde KI is logisch en beter te controleren, bedrijven moeten ook mee bijdragen in de kosten van de gemeente. Hun vrachtwagens vb. gebruiken ook de wegen van de gemeente. Het is evenredige bijdrage.”
Wat de fietspaden betreft: als we nu een fietspad aanleggen en Aquafin gooit het later weer open, zullen er klachten zijn. Wij stemmen de werken nu net af om dit te vermijden. We bundelen de werken in het Fietsfondsdossier.
Maar in de Kortemarkstraat vb. legden we wel een nieuwe asfaltlaag op het fietspad, in de Bruggestraat pasten we de voorsorteerstrook aan en voor de Bruggestraat en de Ieperstraat hebben we de intentie om deze ook aan te melden in het Fietsfondsdossier. We doen dus wel degelijk iets.”
Raadslid Vandemaele: “Er werd bij de belasting op bedrijven gezegd dat een 4-tal bedrijven meer gaan betalen, ik vrees dat die bedrijven zullen weggaan. De firma Mol vb. vestigde zich reeds aan de overkant van de straat in een andere gemeente.”
Schepen Demeyere repliceert dat het bedrijf zich daar vestigde omdat de modernste gebouwen daar gelegen waren, raadslid Vandemaele stelt nog dat hij ervan overtuigd is dat bedrijven niet meer zullen investeren.
Schepen Tomas De Meyer: “Hooglede verdient de juiste visie. Wij vervangen de huidige belastingen door een eerlijke maatstaf. Sommige bedrijven zullen voordeel doen, de vroegere belasting was natte-vinger-werk. 60% van de inkomsten kwam van 1 bedrijf en dat vond ik niet OK. De belastingsverlaging met 0,1 % is inderdaad niet veel, ik had liever gezien dat we naar een belastingspercentage van 7 % konden gaan, maar hiertoe zijn de budgetten beperkt.
Ik vind de belastingsverlaging gedurfd beleid.
We verhogen bepaalde belastingen ook niet zomaar, we doen een taks shift. Het lijkt mij terecht dat de grote woningen meer belast worden.
De autofinancieringsmarge verdubbelt. Wij beloven een efficiënte dienstverlening.
Wat de indexering van de lonen betreft: alle indexaties van het Planbureau zijn meegerekend in het plan.
Voor het overige nemen wij zeker de bezorgdheden mee.”
Raadslid Pieter Declercq:
“Voorzitter,
collega’s,
Ik zal het kort houden maar een reactie vanuit onze fractie mag niet ontbreken.
In een tijd van complexe uitdagingen is het duidelijk, in tegenstelling tot wat de collega’s in oppositie beweren, dat de nieuwe meerderheid kiest voor daadkracht. Namens Team Burgemeester Hooglede-Gits willen we dit onderstrepen. Het is geen evidentie om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen, maar het is wel noodzakelijk om gezamenlijk met ambitie, binnen een begrensd budget, te blijven werken aan een sterke gemeente.
Ik wil daarbij ook expliciet onze trots uitspreken over onze schepenen Arne en Frederik. Hun sterke dossierkennis, hun bereidheid om moeilijke dossiers vast te pakken, en hun vermogen om knopen door te hakken wanneer dat nodig is, gebeuren telkens ten dienste van alle inwoners van Hooglede-Gits. Dat verdient erkenning. Ook een dankjewel aan de collega’s van Groep 21 voor de constructieve samenwerking tijdens de opmaak van dit toekomstplan.
Het voorliggende meerjarenplan bevestigt voor onze fractie waar Team Burgemeester Hooglede-Gits voor staat: een lokaal, eerlijk en verbonden beleid, met oog voor alle inwoners van onze gemeente, en met de ambitie om Hooglede-Gits verder uit te bouwen tot een sterke gemeente.
We stellen vast dat heel wat zaken die wij de voorbije jaren hebben voorgesteld, duidelijk terug te vinden zijn in dit meerjarenplan. Dat toont aan dat er geluisterd wordt, dat ideeën groeien in dialoog en dat we samen verantwoordelijkheid opnemen voor de toekomst van Hooglede-Gits.
Toch wil ik namens onze fractie enkele accenten extra toelichten.
Jeugd blijft een absolute prioriteit.
De verdere uitwerking van een gebouw voor de jeugd in de woonkern van De Geite is belangrijk om jongeren een veilige, aantrekkelijke plek met voldoende ruimte te bieden. Daarnaast juichen we de aandacht voor geestelijke gezondheidszorg toe, een thema dat zeker bij jongeren steeds urgenter wordt. Ook de vernieuwing van speelruimtes in onze gemeente is essentieel: spelen verbindt en versterkt het welzijn van kinderen en jongeren.
Op het vlak van mobiliteit zien we duidelijke stappen vooruit.
Investeringen in voetpaden en verkeersveiligheid, onder meer via fietsfondsdossiers, zijn noodzakelijk. Tegelijk willen we benadrukken dat ook de budgetten voor het onderhoud van voetpaden en landbouwwegen blijvend belangrijk zijn, zeker in een landelijke gemeente. Specifiek vragen we blijvende aandacht voor de verkeersveiligheid op Sleihage, waar bezorgdheden leven bij bewoners.
We zijn ook tevreden met de aandacht voor groene longen, voor bomen en bos. Een leefbare gemeente is een groene gemeente. Bewust en doordacht investeren in natuur is investeren in gezondheid, klimaat en levenskwaliteit.
Daarnaast is er terecht aandacht voor onze land- en tuinbouwers.
De aanleg van het spaarbekken ter hoogte van de rijksweg en de focus op erosiebestrijding tonen aan dat landbouw hier niet vergeten wordt. Het is een sector die diep verankerd is in het landelijke Hooglede-Gits en die nood heeft aan een beleid dat meedenkt, ondersteunt en ontlast.
Wat ondernemen betreft, pleiten wij voor een luidere stem voor onze ondernemers. Een versterkte ondernemersraad kan hierin een belangrijke rol spelen. Bedankt Arne om hier versneld werk van te maken. Lokale ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, dynamiek en leefbaarheid in onze gemeente, en dragen zo mee bij aan een sterke lokale economie.
Tot slot wil ik ingaan op zorg.
We kijken ook uit naar de invulling van de kloostersite in deelgemeente Gits, met de nieuwe school, de polyvalente kapel en het dienstencentrum, die een belangrijke meerwaarde zal zijn voor menig Gitsenaar. Het afwerken van het WZC is cruciaal, maar we zijn ook tevreden dat er nu meer aandacht gaat naar het personeel, want zij zijn de ruggengraat van onze zorg. Daarnaast is de grondige vernieuwing van de infrastructuur voor kinderopvang een noodzakelijke investering in jonge gezinnen en in de toekomst van Hooglede-Gits.
Collega’s,
Het voorliggende meerjarenplan bevestigt voor onze fractie waar Team Burgemeester Hooglede voor staat: een lokaal, eerlijk en verbonden beleid, met oog voor alle inwoners van onze gemeente. Ik wil dan ook uitdrukkelijk iedereen bedanken die zijn of haar schouders onder dit plan heeft gezet: het bestuur, de administratie en alle medewerkers die hier met inzet en engagement aan hebben meegewerkt.
Met ambitie bouwen we samen verder aan een sterke gemeente. Team Burgemeester Hooglede-Gits zal dit plan dan ook constructief blijven ondersteunen, met aandacht voor uitvoering, haalbaarheid en blijvende dialoog.
Dank u wel.”
Raadslid Lies Casteleyn:
“Collega’s,
Onze fractie ziet dat deze meerderheid toch een andere weg is ingeslagen.
Hoewel duidelijk is dat er sterk verminderde inkomsten zijn durft het gemeentebestuur toch nog te investeren. Iedere inwoner wordt hier beter van, want geen enkele doelgroep is vergeten in dit meerjarenplan. Jeugd, ouderen, leerlingen, sporters, cultuurbezoekers, verenigingen, weggebruikers, wandelaars, fietsers, … iedereen passeert de revue. Met de beschikbare middelen is er een mooi evenwicht gevonden bij deze begroting.
Er is ook sterk nagedacht hoe deze middelen tot bij de gemeente komen. Zo is er een taxshift waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De piste van de moeilijk te controleren belasting op motoren wordt hierbij ook verlaten.
Bij de start van dit meerjarenplan is de gemeentekas zo goed als leeg. Zes jaar terug kon men nog rekenen op 9,7 miljoen euro. Vandaag is dit amper € 70 000. Een snelle berekening leert ons dat dit zelfs nog geen 0,7 is van het huidige spaarpotje.
Daarom is het des te opmerkelijker dat de huidige coalitie de aanvullende personenbelasting verlaagt. Ook doen zij een inspanning naar diegene die binnen zes jaar de fakkel zullen overnemen, want in 2031 zal de gemeentekas weer gevuld zijn met € 1.130 000.
Als Groep 21 kunnen we alleen maar blij zijn met voorliggend plan. Doordacht investeren, de belastingen naar beneden brengen en zorgen dat de volgende ploeg een mooie startbasis heeft, kan ons alleen maar doen besluiten dat wij dit meerjarenplan vol enthousiasme zullen goedkeuren.”
met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester) en 8 neen-stemmen (fractie Allen 8830 en fractie Vlaams Belang)
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente vast.
Art. 2: De kredieten van de gemeente voor boekjaar 2026 (Schema M3) worden vastgesteld.
Art. 3: De geconsolideerde resultaten worden als volgt vastgesteld:
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed.
De kredieten van het OCMW voor boekjaar 2026 (Schema M3) worden goedgekeurd.
De geconsolideerde resultaten zijn de volgende:
Beslissing: goedgekeurd met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester) en 8 neen-stemmen (fractie Allen 8830 en fractie Vlaams Belang)
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikelen 249 tot en met 275;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
Gelet op het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen en het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen
Gelet op de Omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 18 juli 2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
Gelet op het gunstig advies van het managementteam van 1 december 2025;
De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben wel nog hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.
Het ontwerp van meerjarenplan bevat volgende documenten:
met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester) en 8 neen-stemmen (fractie Allen 8830 en fractie Vlaams Belang)
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het OCMW goed.
Art. 2: De kredieten van het OCMW voor boekjaar 2026 (Schema M3) worden goedgekeurd.
Art. 3: De geconsolideerde resultaten zijn de volgende:
Er wordt kennis genomen van de begrotingswijziging 3 en 4 van de politiezone RIHO. De gemeentelijke tussenkomst blijft gelijk.
Kennisname: éénparig
Gelet op artikel 40 van de Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus van 7 december 1998 dat bepaalt dat de begroting van het lokaal politiekorps wordt goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning bepaalde begrotingsnormen;
Gelet op het KB van 5 september 2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie;
Gelet op de omzendbrief PLP 17 betreffende de tussenkomst van de federale overheid in de financiering van de lokale politiekorpsen – federale toelage;
Gelet op de omzendbrief ZPZ 8 dd. 18.10.2001 betreffende de richtlijnen inzake de gemeentebegroting en –boekhouding m.b.t. de politiehervorming;
Gelet op het KB van 5 september 2001 betreffende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie;
Gelet op de ministeriële omzendbrief PLP 65 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2025 ten behoeve van de politiezone;
Overwegende dat de politiebegroting 2025 werd goedgekeurd in de politieraadszitting van 24 oktober 2024;
Overwegende dat op de artikelen nummer 33003/485-48 en 33003/685-51 “Gemeentelijke toelage Hooglede” van de politiebegroting 2025 een bedrag is voorzien van € 1.562.453,63 voor exploitatie en € 24.883,70 voor investeringen;
Overwegende dat met de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2024 de gemeentelijke bijdrage voor de politiezone RIHO werd goedgekeurd;
Overwegende dat in de politieraad van de politiezone RIHO van 12 juni 2025 de begrotingswijziging 1 en 2 van de politiezone RIHO werd goedgekeurd;
Overwegende dat de gemeenteraad kennis nam van de begrotingswijziging 1 en 2 op 18 september 2025;
Overwegende dat in de politieraad van de politiezone RIHO van 4 december 2025 de begrotingswijziging 3 en 4 van de politiezone RIHO werd goedgekeurd;
Overwegende dat uit de begrotingswijziging 3 en 4 blijkt dat de gemeentelijke bijdrage van de gemeente Hooglede aan de politiezone RIHO gelijk blijft voor 2025;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Neemt éénparig kennis:
Van de begrotingswijziging nr. 3 en 4 van de politiebegroting 2025 van de politiezone RIHO.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de heer Provinciegouverneur, de Voorzitter van het Politiecollege van RIHO en aan het Stadsbestuur van Izegem en Roeselare.
De bijdrage van de Gemeente Hooglede, zoals ingeschreven in de politiebegroting 2026, zijnde in totaal € 1.684.293,97 (exploitatie: € 1.601.514,97 – investeringen: € 82.779) wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
Gelet op art. 40 van de Wet op de Geïntegreerde Politie waarin bepaald wordt dat de begroting van het lokaal politiekorps wordt goedgekeurd door de politieraad, overeenkomstig de door de Koning bepaalde minimale begrotingsnormen;
Gelet op het Koninklijk Besluit van 5.9.2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie;
Overwegende dat de politiebegroting 2026 in de politieraadszitting van 4 december 2025 werd goedgekeurd;
Overwegende dat op de artikelen nummer 33003/485-48 en 33003/685-51 “Gemeentelijke toelage Hooglede” van de politiebegroting 2026 een bedrag is voorzien van
€ 1.601.514,97 voor exploitatie en € 82.779 voor investeringen;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
Raadslid Alexander Vandemaele stelt dat er een verschil is tussen de gemeentelijke toelage in investering voor Hooglede in de politiebegroting 2026 enerzijds en in het gemeentelijk meerjarenplan anderzijds. In de politiebegroting 2026 is een bedrag voorzien van
82.779 € voor investeringen, terwijl in het meerjarenplan van de gemeente de investeringstoelage voor de politiezone slechts 81.260 € bedraagt.
Schepen Tomas De Meyer beaamt dat er een verschil is, dit zal n.a.v. een meerjarenplan-aanpassing moeten rechtgezet worden.
Voorafgaand aan agendapunt 6 licht schepen Tomas De Meyer de algemene beleidsvisie m.b.t. de belastingen toe:
“In onze visie voor de belastingshervorming zijn we uitgegaan van 3 uitgangspunten:
- Eerlijkheid: sterke schouders dragen zwaardere lasten
- Objectiviteit en duidelijkheid
- Lagere belastingen voor onze inwoners
In onze analyse kwamen we tot de conclusie dat kadastraal inkomen (KI) een billijke maatstaf voor belastingheffing vormt, omdat het een objectieve en algemeen toepasbare indicator is van de waarde en het economisch nut van een onroerend goed.
Het weerspiegelt de potentiële opbrengst of gebruikswaarde van een eigendom en dus indirect de financiële draagkracht van de eigenaar.
Eigenaars van grotere of waardevollere eigendommen beschikken doorgaans over meer middelen en genieten meer voordelen van lokale infrastructuur en dienstverlening.
Door het KI als basis te nemen, wordt de belastingdruk evenredig verdeeld zonder subjectieve beoordeling per geval. Het systeem is bovendien transparant, administratief uitvoerbaar en sluit aan bij het gelijkheidsbeginsel, doordat gelijkaardige eigendommen op gelijke wijze worden belast en verschillen in waarde leiden tot een proportionele bijdrage.
Daarom willen wij met ingang van aanslagjaar 2026, de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing differentiëren volgens schijven van het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen (KI), binnen haar fiscale autonomie en met respect voor het gelijkheids- en proportionaliteitsbeginsel.
De tariefstructuur zal in 5 trappen opgedeeld worden. De laagste trap blijft zoals die is op vandaag. En meer nog: méér dan 98% van de eigenaars op onze gemeente valt ook in deze trap. Zo goed als alle huisgezinnen hebben een KI dat kleiner is dan 2500 euro. Het zijn vooral bedrijven en mensen met kapitaalsintensievere eigendommen die daarboven gaan. We zijn ervan overtuigd dat deze entiteiten dan ook dat kleine beetje meer kunnen betalen.
Voorgestelde tariefstructuur:
- KI < €2.500 → 1.133 opcentiemen
- €2.500 ≤ KI < €25.000 → 1.200 opcentiemen
- €25.000 ≤ KI < €100.000 → 1.300 opcentiemen
- €100.000 ≤ KI < €200.000 → 1.350 opcentiemen
- KI ≥ €200.000 → 1.400 opcentiemen
Deze getrapte structuur beoogt een billijkere verdeling van de fiscale lasten in verhouding tot de draagkracht, of anders gezegd de sterkste schouders dragen in dit systeem ook de zwaarste lasten.
Uit analyse blijkt dat ondernemingen binnen het huidige stelsel relatief weinig bijdragen aan de gemeentefinanciën, ondanks hun aanzienlijk gebruik van gemeentelijke infrastructuur. De differentiatie corrigeert dit structurele onevenwicht en vertaalt het principe “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten” in de praktijk.
De enige bedrijfsbelasting die er op vandaag heerst in onze gemeente is de belasting op vermogen van motoren en machines (drijfkracht). Er zijn heel wat redenen waarom deze belasting op vandaag niet meer past in een modern fiscaal kader:
- Economisch ontmoedigend:
Ze straft investeringen in modernisering, automatisering en energie-efficiëntie af, want wie krachtigere of nieuwere machines gebruikt, betaalt meer belasting. Dat werkt innovatie en productiviteit tegen.
- Slecht voor de lokale economie:
Bedrijven kunnen afgeschrikt worden om zich te vestigen of uit te breiden in de gemeente, wat lokale werkgelegenheid en investeringen schaadt.
- Verouderde maatstaf:
Het motorvermogen (in pk of kW) zegt weinig over de reële winstgevendheid of milieubelasting van een bedrijf. Twee bedrijven met een vergelijkbaar vermogen kunnen financieel totaal verschillend zijn.
- Administratief weinig controleerbaar:
Het inventariseren, controleren en updaten van alle motoren is arbeidsintensief en foutgevoelig, wat de uitvoering duur en complex en vooral onbetrouwbaar maakt.
- Weinig rechtvaardig of proportioneel:
De belasting houdt geen rekening met draagkracht of effectief gebruik van de machines — wie veel vermogen heeft maar weinig draait, betaalt evenveel als wie voortdurend produceert.
Daarom zullen wij deze belasting naar de bedrijven ook schrappen. In de plaats daarvan komt een proportionele en juridisch verantwoordbare keuze.
- Ze berust op objectieve criteria (het niet-geïndexeerd KI als indicator van onroerend vermogen en draagkracht).
- Ze respecteert het gelijkheidsbeginsel, aangezien de tarieven geleidelijk toenemen en afgestemd zijn op de feitelijke spreiding van de KI’s in Hooglede (van €1 tot ±€275.000).
- Ze vermijdt abrupte belastingstijgingen, beschermt eigendommen met lage waarde en houdt de druk op hogere KI’s gematigd.
- Ze waarborgt een evenwicht tussen fiscale noodzaak en sociale bescherming.
De maatregel verzekert tevens stabiele en voorspelbare inkomsten voor de financiering van gemeentelijke dienstverlening en investeringen op lange termijn, en wordt administratief eenvoudig geïnd.
Tot slot, en dat is het leuke nieuws zal ook de aanvullende personenbelasting voor elke inwoners naar beneden gaan. Deze behoort tot de hoogste van Vlaanderen. We hebben hier jaren van gezegd dat dit niet nodig was. Belofte maakt schuld. Daarom – en we zullen wellicht bij de enigen in Vlaanderen zijn die hierin slaagt in de komende legislatuur- is het ook de bedoeling om de personenbelasting met 0,1% te laten dalen vanaf 2026. We willen graag een verlaging van 0.2% vanaf 2029 – als de financiële situatie het op dat moment toelaat, d.w.z. zoals de prognoses er op vandaag bij liggen en er geen onverwachte onvoorziene zaken op ons hoofd komen gevallen.
In concreto betekent dit voor de inwoners van Hooglede-Gits:
- Direct meer netto-inkomen voor inwoners (dus meer koopkracht, welkom in deze tijden)
- Positieve impuls voor het lokale imago
- Signaal van efficiënt bestuur
- Sociale rechtvaardigheid en lastenverlaging
- Verlaging van de algemene belastingdruk
Met deze ganse operatie wordt de koopkracht verhoogd, wordt het positieve imago van de gemeente versterkt, wordt de lokale economie gestimuleerd, en getuigt uw gemeentebestuur van efficiënt bestuur, zonder dat dit leidt tot slechtere dienstverlening, dankzij een doordachte en integrale begrotingsaanpak.”
éénparig
Artikel 1: De bijdrage van de Gemeente Hooglede, zoals ingeschreven in de politiebegroting 2026, zijnde in totaal € 1.684.293,97 (exploitatie: € 1.601.514,97 – investeringen: € 82.779) wordt goedgekeurd en toegekend aan de politiezone Roeselare – Izegem – Hooglede.
Art. 2: Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
- de Gouverneur, FAC Kamgebouw, K. Albert I-laan 1/5 bus 6, 8200 Brugge,
- de Voorzitter van de politiezone RIHO,
- het Stadsbestuur Izegem, Korenmarkt 10, 8870 Izegem,
- het Stadsbestuur Roeselare, Grote Markt 1, 8800 Roeselare.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 7,9% aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting geheven.
Beslissing: goedgekeurd met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 onthoudingen (fractie Allen 8830)
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing van 25 november 2024 houdende vestiging voor het aanslagjaar 2025 van een aanvullende gemeentebelasting van 8% op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar;
Overwegende dat de financiële toestand van de gemeente de continuering van deze belasting vergt;
Gelet op de artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op de artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Gelet op het continueren van de beslissing van de gemeenteraad van 25 november 2024 (vaststelling van deze belasting voor het aanslagjaar 2025);
Schepen Tomas De Meyer licht het agendapunt toe en verwijst naar bovenstaande algemene toelichting. “We kiezen voor een lokale taxshift: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. De aanvullende personenbelasting wordt vastgesteld op 7,9 %, waar het voorheen 8 % was. Onder voorbehoud komt er een tweede daling naar 7,8 % in 2029. In alle cijfers die we brengen in het meerjarenplan houden we met deze tweede daling rekening. Het is dus budgettair voorzien.”
Raadslid Dimitri Carpentier repliceert: “Jullie hebben zonet het meerjarenplan goedgekeurd. In het meerjarenplan is voorzien dat de aanvullende personenbelasting in 2029 zal zakken naar 7,8%. Jullie zijn daar precies zelf niet zo zeker van, want in dit agendapunt gaat het over 7,9% voor de komende 6 jaar. Iedereen weet dat we tijdens een legislatuur af en toe het meerjarenplan moeten wijzigen, maar het zou wel straf zijn als jullie dat met dit agendapunt al na enkele minuten moeten doen. Het lijkt mij bizar dat jullie een punt goedkeuren dat tegenstrijdig is aan het meerjarenplan? Als jullie consequent zijn, dan moeten jullie nu voorstellen dat de belasting vanaf 2029 zakt naar 7,8%, anders hechten jullie zélf geen belang aan de inhoud van het meerjarenplan.
Wij zullen dus goedkeuren mits aanpassing conform het meerjarenplan, zoniet zullen wij ons onthouden.”
Schepen De Meyer antwoordt dat nu de eerste verlaging naar 7,9 % wordt goedgekeurd en dat in 2029 met de punt zal teruggekeerd worden voor de volgende verlaging.
Raadslid Carpentier besluit door te stellen dat dit dan volgens hem niet klopt.
met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 onthoudingen (fractie Allen 8830)
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 2: De belasting wordt vastgesteld op 7,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen gebeuren door het toedoen van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van de inkomstenbelastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Art. 4: Deze beslissing wordt naar de toezichthoudende overheid gezonden.
Het gedifferentieerd tarief van opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt vastgesteld voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Beslissing: goedgekeurd met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester), 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830) en 1 onthouding (fractie Vlaams Belang)
Gelet op de artikelen 41, 162 en 170 § 4 van de gecoördineerde Grondwet;
Gelet op artikel 464/1,1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
Gelet op artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Gelet op het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing dd. 25 november 2024 waarbij voor het aanslagjaar 2025, 1133,00 opcentiemen op de onroerende voorheffing werden geheven;
Gelet op het advies van de Vlaamse belastingdienst inzake de technische uitvoerbaarheid van het voorstel tot differentiatie van de opcentiemen dd. 22 oktober 2025.
Overwegende dat het vanaf aanslagjaar 2026 wenselijk is om het reglement aan te passen, gezien de mogelijkheid om een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;
Overwegende dat uit een financiële analyse is gebleken dat ondernemingen binnen het huidige belastingstelsel slechts beperkt bijdragen aan de algemene gemeentefinanciën, terwijl zij substantiële voordelen halen uit de gemeentelijke voorzieningen en infrastructuur. Dit beperkte aandeel wordt maatschappelijk als onbillijk ervaren. De differentiatie van de opcentiemen beoogt dit structureel onevenwicht te corrigeren door de bijdrage van actoren met grotere economische draagkracht proportioneel te verhogen;
Overwegende dat het uitgewerkte getrapte systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het (niet-geïndexeerd) belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het belastbaar KI, aangezien dit een indicatie is van de waarde en het economische nut van het onroerend goed;
Overwegende dat een getrapt schijvensysteem naar omvang van het belastbaar KI toelaat dat eigendommen met beperkte waarde of rendement een lager tarief genieten, terwijl eigendommen met een aanzienlijk hogere waarde proportioneel meer bijdragen. Dit sluit aan bij het algemeen rechtsbeginsel dat fiscale lasten evenredig mogen worden verdeeld in functie van objectieve indicatoren van draagkracht, binnen de grenzen van de gemeentelijke fiscale autonomie;
Overwegende dat de basiscategorie ongewijzigd blijft op het niveau van de opcentiemen dat voordien uniform werd geheven, zodat de maatregel niet uitsluitend gericht is op inkomstenverhoging maar vooral op een billijke verdeling van de lasten naar draagkracht;
Overwegende dat de differentiatie aansluit bij het gelijkheidsbeginsel en proportioneel is doordat de opcentiemen geleidelijk toenemen in functie van de hoogte van het KI. Bij de bepaling van de schijven is uitdrukkelijk rekening gehouden met de feitelijke spreiding van de kadastrale inkomens (KI) die aan de percelen op het grondgebied van gemeente Hooglede zijn toegekend, welke een zeer brede marge vertonen. De gematigde groei van de tarieven in de hoogste schijven waarborgt het proportionaliteitsbeginsel, terwijl dit tegelijk ook het draagkrachtbeginsel respecteert. De tariefdifferentiatie waarborgt een billijke lastenverdeling zonder overmatige belastingdruk te creëren;
Overwegende dat de differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.
De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten:
| Categorie |
Opcentiemen |
Toelichting |
| BASIS |
1133 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI kleiner dan 2.500 euro |
| LAAG |
1200 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 2.500 euro en kleiner dan 25.000 euro |
| MIDDEL |
1300 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 25.000 euro en kleiner dan 100.000 euro |
| HOOG |
1350 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 100.000 euro en kleiner dan 200.000 euro |
| EXTRA HOOG |
1400 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 200.000 euro |
Aangezien de inning van deze belasting verloopt via de Vlaamse Belastingdienst, werd voorafgaandelijk advies gevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid;
Schepen Tomas De Meyer verwijst naar de algemene inleiding bij de belastingen, waar de invoering van een gedifferentieerd tarief van opcentiemen op de onroerende voorheffing werd voorgesteld. Hij stelt hierbij ook dat dit een toepassing is van het principe van de lokale taxshift: de sterkste schouders dragen de sterkste lasten.
met 13 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester), 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830) en 1 onthouding (fractie Vlaams Belang)
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten voordele van de gemeente de opcentiemen op de onroerende voorheffing als volgt gevestigd:
| Categorie |
Opcentiemen |
Toelichting |
| BASIS |
1133 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI kleiner dan 2.500 euro |
| LAAG |
1200 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 2.500 euro en kleiner dan 25.000 euro |
| MIDDEL |
1300 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 25.000 euro en kleiner dan 100.000 euro |
| HOOG |
1350 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 100.000 euro en kleiner dan 200.000 euro |
| EXTRA HOOG |
1400 |
voor percelen met een belastbaar niet‑geïndexeerd KI groter dan of gelijk aan 200.000 euro |
Art. 2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeurt door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst, zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Art. 3: Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 4: De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Er worden 50 gemeentelijke opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op de grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170 §4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Gelet op het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, 40 §3, eerste lid en 41.
Gelet op het gecoördineerd wetboek van inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 464/1, 2°.
Gelet op het decreet van 13.12.2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder de artikelen 2.6.1.0.1, 2.6.4.0.2, 3.1.0.0.4. en 3.1.0.0.5.
Gelet op het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur.
Gelet op de omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en met het feit dat het wenselijk is dat op het grondgebied van de gemeente de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt voorkomen en bestreden, wordt voorgesteld om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten te heffen.
Langdurige leegstand en verwaarlozing tasten immers de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving en van het economisch weefsel aan.
Schepen Tomas De Meyer verduidelijkt: “De bedrijfsruimten onder de 5 are zijn gevat in het reglement leegstand. Bedrijfsruimtes groter dan 5 are ontsnapten aan de gemeentelijke leegstandsheffing. Wij waren één van de weinige gemeenten die deze belasting nog niet inden.
Raadslid Dimitri Carpentier wenst te weten of het klopt dat er voor deze belasting geen ontvangsten voorzien zijn in het budget, waarop Schepen De Meyer repliceert dat dit inderdaad zo is, vermits het moeilijk in te schatten is wat de leegstand zal zijn.
éénparig
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten behoeve van de gemeente Hooglede 50 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten zoals opgenomen in het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Art. 2: De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 3: Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Art. 4: Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Vlaamse Belastingdienst overgemaakt.
Het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het bestaande reglement van 16 december 2019, zoals gewijzigd tot op heden, dient aangepast te worden.
Schepen Tomas De Meyer licht toe dat binnen de Woondienst Regio Roeselare de tarieven worden opgetrokken tot maximum 5.000 €, maar dat in Hooglede de huidige tarieven niet gewijzigd worden.
éénparig
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
3° beveiligde zending: één van de volgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) een elektronische aangetekende zending.
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
6° Een leegstaand gebouw is een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
Bij de beoordeling van deze toestand wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte, als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° leegstaande woning:
Een leegstaande woning is een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte, als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, die voor die woning is uitgereikt.
Bij een woning waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen
11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
13° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
Art. 2: Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst “leegstaande gebouwen”;
2° een lijst “leegstaande woningen”.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;
4° het nummer en de datum van de administratieve akte,
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Art. 3: Registratie van leegstand
§1De personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen belast zijn met de opsporing van leegstand, beschikken over de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst (niet-limitatief):
Art. 4: Kennisgeving van registratie
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Art. 5: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep blijft mogelijk, voor zover de beroepstermijn van §1 nog niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Art. 6: Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie, zoals omschreven in art. 1, 7°.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Art. 7: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Art. 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. In geval van mede-eigendom zijn alle mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Art. 9: Tarief van de belasting
De belasting bedraagt:
- € 1500 voor een leegstaand gebouw;
- € 1500 voor een leegstaande woning;
- € 750 voor een leegstaande kamer.
Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 2500 voor een leegstaand gebouw
- € 2500 voor een leegstaande woning
- € 1250 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 3500 voor een leegstaand gebouw
- € 3500 voor een leegstaande woning
- € 1750 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 4500 voor een leegstaand gebouw
- € 4500 voor een leegstaande woning
- € 2250 voor een leegstaande kamer
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning is opgenomen in de inventaris van leegstaande woningen en gebouwen, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij een overdracht van het volledige zakelijk recht op het betrokken onroerend goed, met dien verstande dat geen reset plaatsvindt bij gedeeltelijke overdracht of overdracht van een onverdeeld aandeel, noch bij de vestiging of overdracht van beperkte zakelijke rechten (zoals vruchtgebruik, erfpacht of opstal).
Deze herberekening is niet van toepassing bij overdracht van of aan:
Art 10: Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in artikel 10§2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen.
Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via de administratie.
§2. Van de leegstandsbelasting is vrijgesteld de belastingplichtige:
1° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor een periode van één jaar die volgt op de volledige overdracht van het gebouw of de woning.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
a) de overdracht van of aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
b) de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
2° Die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
ii. een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;
iii. een raming van de kosten van de geplande werken via één van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) een combinatie van beide offertes;
iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 3 opeenvolgende aanslagjaren verkregen worden.
Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw beperkt tot een termijn van één jaar die volgt op de goedkeuring van de vergunning.
3° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van drie jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing;
4° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
5° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek en dit voor een periode tot één jaar die volgt op de datum van de vrijgave;
6° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp;
7° die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht. Het College van Burgemeester en Schepen beslist over elk individueel geval; na advies van de intergemeentelijke woondienst;
8° die aantoont dat de woning in beheer is van een erkende sociale huisvestingsmaatschappijen en een renovatie, herbouw of sloopdossier aan gekoppeld is via een aanmelding bij de VMSW;
9° bij opname in een woonzorgcentrum of psychiatrische instelling en dit gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum van opname.
Art. 11: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 12: Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Art.13: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 16 december 2019, zoals gewijzigd tot op heden.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 16 december 2019, zoals gewijzigd tot op heden, blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien. Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een voorafgaand belastingreglement kan door dezelfde eigenaar voor dezelfde woning of gebouw niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement. Indien op een vrijstelling meerdere aanslagjaren beroep kan worden gedaan, dan wordt het aantal jaren waarvoor, onder toepassing van een voorafgaand belastingreglement, reeds een vrijstelling (op basis van dezelfde of gelijkaardige grond) werd toegekend in mindering gebracht van het totaal aantal jaren vrijstelling voorzien in het huidig belastingreglement.
Art. 14:
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Beslissing: goedgekeurd met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830)
Gelet op artikel 170 §4 van de Grondwet;
Gelet op artikel 41, 2e alinea, 14° van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december
2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op de omzendbrief ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 15 februari 2019;
Overwegende dat in de gemeente Hooglede een aantal tweede verblijven aanwezig zijn, die bijkomende lasten voor de gemeente met zich meebrengen (op vlak van administratie en veiligheid en inzake infrastructuur en afvalbeheersing), dat het bijgevolg aangewezen is een belasting op tweede verblijven in te voeren;
Overwegende dat de gemeente er zo veel mogelijk zorg voor moet dragen dat eenieder die gebruik maakt van de gemeentelijke dienstverlening ook een fiscale bijdrage levert ter financiering van deze dienstverlening;
Overwegende evenwel dat inwoners van de gemeente reeds structureel bijdragen aan de gemeentelijke financiën via gemeentelijke belastingen, specifiek gelinkt aan het wonen en het gebruik van voorzieningen op het grondgebied; dat de gemeente het gepast acht om dubbele lastendruk op het woon-en gebruikspatroon van inwoners te vermijden; dat een vrijstelling voor de eigen inwoners een maatregel van evenredigheid vormt binnen de globale gemeentelijke fiscaliteit.
Schepen Tomas De Meyer: “We voorzien in deze belasting een vrijstelling voor eigen inwoners met een tweede verblijf in Hooglede, gezien ze anders tweemaal belastingen moeten betalen voor hetzelfde. Binnen de Woondienst trekt men het bedrag op tot 1.500 €, wij volgen die verhoging niet en blijven op 1.000 €.”
Raadslid Dimitri Carpentier: “Het stond natuurlijk in de sterren geschreven. In de vorige gemeenteraad wist de schepen van burgerlijke stand niet wat gezegd toen ik het over domiciliefraude had én moest de burgemeester zich al in bochten wringen om te doen alsof de uitzondering die het schepencollege voor één persoon had gemaakt geen vriendjespolitiek was. Ik kan mij inbeelden dat wanhopig werd gezocht naar een excuus om dat niet meer mee te moeten maken. Er waren dus al wat tekens aan de wand dat er wat op til stond. En ja hoor, daar is ie dan. Voortaan worden inwoners van de gemeente vrijgesteld van het betalen van een tweede-verblijftaks. De man in kwestie zal zeer gelukkig zijn. Zelf ben ik dat ietsje minder.
Allereerst ondermijnt een dergelijke vrijstelling het uitgangspunt van fiscale gelijkheid, iets waar jullie zonet op hamerden. De tweede-verblijftaks is bedoeld als heffing op het gebruik en de druk die een tweede woning legt op gemeentelijke voorzieningen en de lokale woonruimte. Deze druk ontstaat ongeacht of de eigenaar wel of niet in de gemeente staat ingeschreven. Een vrijstelling op basis van domicilie binnen de gemeente introduceert een ongerechtvaardigd onderscheid tussen belastingplichtigen in gelijke omstandigheden.
Daarnaast leidt een vrijstelling voor inwoners tot een uitholling van het doel van de tweede-verblijftaks. Tweede woningen dragen bij aan schaarste op de woningmarkt en verhogen de prijs van de markt. Deze effecten worden niet verminderd doordat de eigenaar inwoner is van de gemeente. Het verlenen van een vrijstelling ondergraaft daarmee de effectiviteit van het instrument.
Ook is sprake van een perverse prikkel. Inwoners worden fiscaal aangemoedigd om een tweede woning aan te houden of te verwerven binnen de gemeentegrenzen, terwijl het gemeentelijk beleid juist gericht zou moeten zijn op het bevorderen van efficiënt en duurzaam gebruik van de bestaande woningvoorraad.
Bovendien leidt de vrijstelling tot lagere belastingopbrengsten, terwijl de druk op voorzieningen onverminderd blijft. Dit betekent dat de lasten feitelijk worden afgewenteld op andere belastingbetalers en in de meeste gevallen zullen dat de minder vermogenden zijn.
Daarnet hoorde ik jullie zeggen dat de opcentiemen op onroerende voorheffing stijgen voor grote percelen, omdat de eigenaars hiervan vermogend zijn. Ik noteerde dat mensen met een grote woning wel tegen een duwtje kunnen.
Wel, ik neem aan dat inwoners, die niet één maar twee woningen in onze gemeente hebben, die ze als hoofdverblijf én tweede verblijf kunnen gebruiken, ook tegen een duwtje kunnen. Net zij krijgen een vrijstelling van 1.000 euro per jaar. Hoezo dragen de sterkste schouders dan de zwaarste lasten?
Tot slot wil ik nog even wijzen op de anomalie tussen de leegstandsheffing en de tweede-verblijftaks. De tweede-verblijftaks is deels in het leven geroepen om het omzeilen van leegstandsheffing tegen te gaan. Vroeger, nog vóór de tweede-verblijftaks bestond, was er enkel een leegstandsheffing. Mensen die deze heffing wilden ontlopen, konden zeggen ‘ah, het is mijn tweede verblijf’, waardoor zij aan elke heffing ontsnapten. Met het invoeren van de tweede-verblijftaks werd hier terecht komaf mee gemaakt. Nu keren jullie terug in de tijd, want bij de leegstandsheffing zie ik géén uitzondering voor inwoners. Met andere woorden: inwoners van Hooglede die te maken hebben met leegstandsheffing zullen opnieuw kunnen zeggen dat het hun tweede verblijf is, waardoor zij vrijgesteld worden. Ik zou dus adviseren om de inkomsten uit leegstandsheffing wat lager in te schatten, want de vorige gemeenteraad heeft mij geleerd dat die controles wel zéér summier worden uitgevoerd…
Wij zullen dit punt dus niet goedkeuren.”
Schepen De Meyer: “Het lijkt ons niet logisch dat inwoners van de gemeente met 2 verblijven, tweemaal zouden moeten betalen voor vb. huisvuilophaling. Ze betalen tweemaal opcentiemen, dus ze betalen meer, vandaar dat wij zeggen dat het niet meer nodig is om voor hen dit tweede verblijf nog te belasten.”
met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830)
Artikel 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een directe gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Art. 2: Een tweede verblijf is elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de zakelijk gerechtigde, de huurder of de gebruiker ervan, maar die wel op elk ogenblik door hen kan worden bewoond. De woning beschikt over een slaapgelegenheid, kookgelegenheid, badkamer en de nodige nutsvoorzieningen en is voor meer dan 50% in gebruik als woning. De woning voldoet aan de Vlaamse Wooncode, wat betekent dat zij geschikt is om te bewonen.
Hoofdverblijf houdt in dat de eigenaar, de huurder of de gebruiker op dit adres is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
- de constructie die uitsluitend gebruikt wordt voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit en waarbij de woonfunctie volledig ontbreekt
- de woongelegenheid die rechtstreeks verbonden is met een handelsgedeelte of een gedeelte voor het uitoefenen van een vrij beroep, en die bijgevolg niet afzonderlijk kan gebruikt worden
- de studentenkamers
- de woning palend aan de woning waar de belastingplichtige gedomicilieerd is en onder één huisnummer valt
- de woongelegenheid die opgenomen is in de inventaris van leegstand
- tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens
- panden die voldoen aan de voorwaarden voor toeristische logies volgens Toerisme Vlaanderen en als dusdanig gebruikt worden.
De opsporing van de tweede verblijven gebeurt door de bevoegde ambtena(a)r(en) van de gemeente, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen. De opsporing kan tevens gebeuren door een personeelslid, aangesteld door het College van Burgemeester en Schepenen, van de intergemeentelijke woondienst regio Roeselare.
De bevoegde ambtenaren van de gemeente en de personeelsleden van de intergemeentelijke Woondienst regio Roeselare zijn gemachtigd de feitelijke toestand ter plaatse vast te stellen.
Art. 3: De belasting is verschuldigd door diegene die op 1 januari van het aanslagjaar zakelijk gerechtigde is van het tweede verblijf.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.
Ingeval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of de erfpachthouder. De naakte eigenaar is hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Ingeval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 4: De belasting wordt vastgesteld op 1.000 euro per tweede verblijf.
Art. 5: Indien het tweede verblijf op 1 januari van het aanslagjaar wordt verhuurd en er geen domicilie is gevestigd in het betrokken goed, is de belasting voor dat aanslagjaar – in afwijking van artikel 3 – verschuldigd door de huurder, op voorwaarde dat de eigenaar tijdig en afdoende de huur bewijst en de gemeente in kennis stelt van de identiteit van de huurder. Als bewijsstukken worden aanvaard: een geregistreerde huurovereenkomst en betalingsbewijzen van de huurgelden en/of de waarborg. De eigenaar bezorgt de bewijsstukken en de identiteitsgegevens van de huurder uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar aan de financiële dienst van de gemeente, bij gebreke waaraan de belastingplicht voor het betrokken aanslagjaar bij de eigenaar blijft te liggen. De verschuiving van de belastingplicht geldt uitsluitend voor het betrokken aanslagjaar en moet jaarlijks opnieuw worden aangetoond.”
Art. 6: Een vrijstelling van de belasting op tweede verblijven wordt verleend aan natuurlijke personen die op 1 januari van het aanslagjaar hun hoofdverblijfplaats hebben in de gemeente en die daarnaast in dezelfde gemeente een tweede verblijf bezitten
Art. 7: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van Burgemeester en Schepenen.
Art. 8: De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art. 9: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van Burgemeester en Schepenen volgens de modaliteiten van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 10: Dit reglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026 en vervangt voorgaande reglementen.
Het reglement op verwaarloosde woningen en de gemeentelijke belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op de Grondwet, artikel 170, §4;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op het bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente
Overwegende dat de Vlaamse Codex Wonen van 2021 de gemeente aanstelt als regisseur van het lokale woonbeleid;
Overwegende dat verwaarlozing de voorbode is van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;
Overwegende dat verwaarloosde woningen en gebouwen makkelijker het mikpunt vormen van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners;
Overwegende dat verwaarlozing een gevoel van onveiligheid creëert, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt;
Overwegende dat verwaarloosde woningen of gebouwen het minder aantrekkelijk maken voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;
Overwegende dat verwaarloosde gevels in het straatbeeld de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels tenietdoen;
Overwegende dat verwaarloosde woningen en gebouwen minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt;
Overwegende dat het wenselijk is dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente;
Overwegende dat gemeenten op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen kunnen bijhouden;
Overwegende dat gemeenten een reglement kunnen aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen;
Overwegende dat de strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen maar een effect zal hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting;
Overwegende de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, omdat die het best aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;
Schepen Tomas De Meyer licht toe dat binnen de Woondienst Regio Roeselare de tarieven werden verhoogd, we volgen hierin de afspraken binnen de Woondienst en passen de verhoging toe.
éénparig
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de administratieve eenheid van de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2° Beveiligde zending: één van volgende betekeningswijzen:
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom,
b) het recht van opstal of van erfpacht,
c) het vruchtgebruik;
5° opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
6° verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
7° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
8° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Hoofdstuk 1: Registratie
Art. 2: Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,
4° het nummer en de datum van het opnameattest,
5° de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname,
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan,
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.
Art. 3: Registratie van verwaarlozing
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienstdoet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan één of meerdere van de volgende onderdelen:
Als ernstige, zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval worden beschouwd, de gebreken die het verder verval van het gebouw of de woning op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij het hoofdgebouw en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast;
2° de stabiliteit is aangetast;
3° onderdelen losgekomen zijn of dreigen los te komen;
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen/woningen en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in register van verwaarloosde gebouwen/woningen en omgekeerd.
Art. 4: Kennisgeving van de registratie
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
1° het opnameattest met het technisch verslag,
2° informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,
3° informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,
4° informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Art. 5: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister vanaf de datum van het opnameattest (opnamedatum).
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan, binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.
Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of de uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, kan beroep bij de rechtbank van eerste aanleg worden ingesteld ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente.
De bepalingen van artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn hierbij van toepassing.
Art. 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstig zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 3, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
3° de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Art. 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Art. 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Art. 9: Tarief van de belasting
De belasting bedraagt:
1000 euro voor een woning en gebouw;
Art. 10: Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.
§2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
a) de overdracht van of aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
b) de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
2° Die aantoont dat hij geen einde aan de verwaarlozing kan maken wegens een situatie van overmacht. Het College van Burgemeester en Schepen beslist over elk individueel geval, na advies van de intergemeentelijke woondienst of een bevoegd ambtenaar van de gemeente;
3° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
i. een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
ii. een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;
iii. een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) een combinatie van beide offertes;
iv. een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 3 opeenvolgende aanslagjaren verkregen worden.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende aanslagjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
Art. 11: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 12: Bezwaarprocedure
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Art. 13: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026 en vervangt het vorige reglement.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarlozing voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het reglement van 16 december 2019, zoals gewijzigd tot op heden, blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien. Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een voorafgaand belastingreglement kan door dezelfde eigenaar voor dezelfde woning, gebouw of terrein niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement. Indien op een vrijstelling meerdere aanslagjaren beroep kan worden gedaan, dan wordt het aantal jaren waarvoor, onder toepassing van een voorafgaand belastingreglement, reeds een vrijstelling (op basis van dezelfde of gelijkaardige grond) werd toegekend in mindering gebracht van het totaal aantal jaren vrijstelling voorzien in het huidig belastingreglement.
Het belastingreglement op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op artikel 170, §4 van de Grondwet;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1.;
Gelet op de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ;
Overwegende dat de kwaliteit van woningen op het grondgebied van de gemeente moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren;
Overwegende dat vanaf het aanslagjaar 2017 de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet wordt geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met art. 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit;
Overwegende dat de strijd tegen de ongeschikte en onbewoonbare woningen enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting;
Overwegende dat de vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, aansluiten bij de noden en het beleid van de gemeente;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Gelet op de noodzaak tot aanpassing van het bestaande reglement van 16 december 2019, zoals gewijzigd tot op heden.
Schepen Tomas De Meyer verduidelijkt dat ook hier de afspraken binnen de Woondienst werden gevolgd en de bedragen dus verhoogd werden.
éénparig
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:
1° Beveiligde zending: één van volgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.
c) een elektronische aangetekende zending.
2° Gewestelijke Inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen;
3° Inventarisatiedatum: de datum waarop een woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen is opgenomen;
4° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen;
5° Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen;
6° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP ONGESCHIKTE EN ONBEWOONBARE WONINGEN
Art. 2: Belastingstermijn en belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente, die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Of voor woningen die op het moment van de inwerkingtreding van dit reglement reeds in de inventaris zijn opgenomen, wordt de belasting voor het eerst geheven bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.
Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.
Art. 3: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de ongeschikte of onbewoonbare woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§2. Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
Art. 4: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
- € 1500 voor een kamer.
- € 2500 voor elke andere woning;
Als de kamer of woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:
- € 2000 voor een kamer
- € 3750 voor elke andere woning
Als de kamer of woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:
- € 2500 voor een kamer
- € 5000 voor elke andere woning
Als de kamer of woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, bedraagt de belasting:
- € 3000 voor een kamer
- € 6250 voor elke andere woning
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning is opgenomen in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij een overdracht van het volledige zakelijk recht op het betrokken onroerend goed, met dien verstande dat geen reset plaatsvindt bij gedeeltelijke overdracht of overdracht van een onverdeeld aandeel, noch bij de vestiging of overdracht van beperkte zakelijke rechten (zoals vruchtgebruik, erfpacht of opstal).
Deze herberekening is niet van toepassing bij overdracht van of aan:
Art. 5: Vrijstelling
§1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in artikel 5§2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen.
Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via de administratie.
§2. Van de belasting vrijgesteld is de belastingplichtige:
1° die de kamer of woning uitsluitend gebruikte als hoofdverblijfplaats en over geen enkel andere woning beschikt;
2° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de kamer of de woning, en dat voor een periode van één jaar die volgt op de volledige overdracht van de kamer of de woning.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
a) de overdracht van of aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
b) de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
3° Die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
a) een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
b) een volledige opsomming, korte beschrijving en tijdschema van alle geplande werken;
c) een raming van de kosten van de geplande werken via één van de volgende stukken:
i. een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
ii. een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
iii. een combinatie van beide offertes;
d) een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand hoogstens voor drie opeenvolgende aanslagjaren verkregen worden.
4° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van drie jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing;
5° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid;
6° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek en dit voor een periode tot één jaar die volgt op de datum van de vrijgave;
7° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp;
8° die aantoont dat hij geen einde aan de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid kan maken wegens een situatie van overmacht. Het College van Burgemeester en Schepen beslist over elk individueel geval, na advies van de intergemeentelijke woondienst of een bevoegd ambtenaar van de gemeente;
Art. 6: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Het reglement op de directe belasting op de aanplakborden voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op artikel 170§4 van de Grondwet;
Gelet op de Gemeenteraadsbeslissing van 28 oktober 2024 waarbij voor een termijn eindigend op 31.12.2025, een belasting wordt geheven op de borden, geplaatst op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg of op een plaats in de openlucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame, zoals gewijzigd tot op heden;
Gelet op het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse Regering van 15/2/2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Overwegende dat een overvloed aan aanplakborden visuele vervuiling veroorzaakt. Met deze belasting wordt getracht het aantal aanplakborden te beperken om zo tot een kwalitatief straatbeeld te komen;
Overwegende dat het past om in specifieke gevallen te voorzien in een vrijstelling gezien het maatschappelijk belang en het bijzonder doel van sommige publicitaire boodschappen;
Overwegende dat publiek toegankelijke evenementen die worden georganiseerd door een vereniging die erkend is door de gemeente Hooglede bijdragen tot de sociale cohesie, de leefbaarheid en de economische dynamiek van de gemeente; dat tijdelijke publiciteit voor dergelijke evenementen noodzakelijk is om een voldoende bereik bij het publiek te garanderen; dat het, ter beperking van de impact op het straatbeeld en de openbare ruimte, passend is om de vrijstelling te koppelen aan duidelijke termijnen voor plaatsing en verwijdering van de borden.
Schepen Tomas De Meyer: “Dit reglement werd juridisch sluitend gemaakt. We schrappen de “occasionele vrijstelling” vermits dit aanleiding gaf tot discussies. Dit wordt vervangen door een gerichte vrijstelling voor evenementen georganiseerd door een erkende Hoogleedse vereniging vanaf 1 maand voor het evenement tot 3 dagen na het evenement.”
éénparig
Artikel 1: Voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt een directe belasting geheven op de borden, geplaatst op het grondgebied van de gemeente langs de openbare weg of op een plaats in de open lucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame.
Onder aanplakbord wordt verstaan: iedere constructie, ongeacht uit welk materiaal deze vervaardigd is, opgericht voor het aanbrengen van reclame, hetzij door beplakking of vasthechting op een andere wijze, hetzij door beschildering, met een minimum oppervlakte van één m².
Worden gelijkgesteld met genoemde borden: de muren of gedeelten van muren, afsluitingen, die in huur of in gebruik worden genomen met het oog op het aanbrengen van reclame.
Voor de muren of gedeelten van muren waarop reclame wordt aangebracht, moet de bedekte totale oppervlakte worden beschouwd als één bord, ook indien er verschillende reclames op voorkomen.
Art. 2: Wordt als belastingplichtige aangesproken: de natuurlijke of de rechtspersoon, die de beschikking (vrij gebruik) heeft over het aanplakbord. Indien deze niet bekend is, wordt de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of de eigenaar van de muur, de afsluiting of het goed waarop de reclame is aangebracht als belastingplichtige aangeduid.
De natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening de reclame wordt gemaakt, is hoofdelijk gehouden tot betaling van de algehele belasting.
Art. 3: Het jaarlijkse bedrag van de belasting wordt bepaald per bord en vastgesteld op 100 € per m². De gedeelten van een m² worden proportioneel tegen dezelfde aanslagvoet belast.
Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte, de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting.
Voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte gedeelte ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek gevormd door de uiterste punten.
Voor constructies waarvan twee of meerdere zijden zichtbaar zijn, dient de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Art. 4: De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het aanslagjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst, met uitzondering van hetgeen is bepaald in het navolgend artikel 5.
Art 5: De belasting is niet verschuldigd voor:
Art. 6:
De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 30 november van het aanslagjaar een schriftelijke aangifte indienen voorzien van de noodzakelijke bewijsstukken, bij het gemeentebestuur (Dienst Financiën – marktplaats 1 te Hooglede). Dit gebeurt op een door het gemeentebestuur voorgeschreven formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet spontaan dit formulier vragen aan de bevoegde administratie (Dienst Financiën, Marktplaats 1 te Hooglede).
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. De titel van dit document omschrijft duidelijk dat het om een “voorstel van aangifte” gaat. Als de gegevens op dit “voorstel van aangifte” onjuist of onvolledig zijn, moet de belastingplichtige ten laatste op 30 november van het aanslagjaar dit “voorstel van aangifte” verbeterd, vervolledigd en ondertekend terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel tot aangifte, geldt in dat geval als regelmatige aangifte.
Als de gegevens op dit “voorstel van aangifte” correct zijn, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen 30 november terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde “voorstel van aangifte”.
Art. 7: Bij gebreke van een aangifte voor de in artikel 6 vermelde aangiftedatum of in geval van onjuiste, onvolledige, of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd brengt het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat daartoe is aangesteld de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de ontvangst van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De belasting mag niet worden gevestigd voor die termijn verstreken is, behoudens als de rechten van de gemeentelijke thesaurie in gevaar verkeren ingevolge een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijnen.
Ambtshalve belastingen kunnen geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn van drie jaar wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.
Art. 8: De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 9: De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Art. 10: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 11: Onderhavig reglement wordt ter kennisgeving aan de heer Provinciegouverneur voorgelegd.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten voor de aanslagjaren 2026-2031 wordt goedgekeurd.
Beslissing: goedgekeurd met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830)
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 40, §3 en 41, tweede lid, 14° van het decreet over het lokaal bestuur
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet)
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA)
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Overwegende dat het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten de kosten voor het organiseren van de ophaling en verwerking van papier en karton aanzienlijk verhogen voor de gemeente.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per exemplaar volgens gewicht. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
De gemeente wenst handelaars die geconfronteerd worden met door de gemeente erkende openbare werken te ondersteunen. Tijdens dergelijke werken ondervinden handelszaken vaak een aanzienlijke terugval in klantenbezoek en omzet. Door hen in deze periode vrij te stellen voor het verspreiden van drukwerk of gelijkgestelde producten, erkennen we de bijkomende moeilijkheden waarmee zij geconfronteerd worden en creëren we een billijk kader dat de economische leefbaarheid van onze lokale handel ten goede komt.
Schepen Tomas De Meyer: “Er was de nood aan billijke financiële bijdrage van alle betrokkenen wegens gemeentelijke financiële toestand en het verplicht evenwicht.
De huis-aan-huisverspreiding van ongeadresseerd drukwerk verhoogt kosten voor ophaling en verwerking van papier/karton.
Er is een ecologische doelstelling: ontmoedigen van massaverspreiding van reclame en papieren wegwerpmateriaal wegens impact op grondstoffen en afvalverwerking.
Er geldt een tarief per exemplaar volgens gewicht en dit volgt het principe “de vervuiler betaalt”.
Er is vrijstelling voor drukwerk van 'algemeen belang' en voor handelaars bij hinder door openbare werken. Voor de heffing wordt er gewerkt met referentieadressen.
Raadslid Dimitri Carpentier: “Vanuit onze fractie kunnen wij niet akkoord gaan met deze extra belasting.
Deze maatregel treft in de eerste plaats lokale ondernemers. Voor hen is ongeadresseerd drukwerk een essentieel communicatiemiddel om inwoners te bereiken. Een extra belasting vergroot de financiële druk op deze partijen en schaadt daarmee de lokale economie, terwijl grotere (online) spelers hier nauwelijks door worden geraakt. Het is ook merkwaardig dat een notaris vrijgesteld wordt, bijvoorbeeld om reclame te maken voor huizen die te koop staan in de buurt, maar een immo-kantoor wél de volle pot moet betalen.
Daarnaast beperkt deze belasting de toegang tot lokale informatie voor inwoners. Ongeadresseerd drukwerk vervult een belangrijke informatieve functie, met name voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Hoewel heel wat van onze senioren digitaal actief zijn, zal de toenemende vergrijzing toch voor een kloof blijven zorgen. Het invoeren van een belasting vergroot de informatieongelijkheid en staat haaks op het streven naar inclusiviteit.
Het beoogde milieueffect van deze maatregel is bovendien onvoldoende onderbouwd. De drukwerksector heeft de afgelopen jaren al aanzienlijke stappen gezet richting verduurzaming, onder meer door het gebruik van gerecycled papier en milieuvriendelijke productiemethoden. Een generieke belasting stimuleert duurzame keuzes niet, maar straft ook partijen die reeds verantwoord produceren.
Tot slot is de maatregel disproportioneel en onnodig betuttelend. Inwoners beschikken reeds over effectieve middelen om ongeadresseerd drukwerk te weigeren, zoals de ja/nee- of nee/nee-sticker. De keuzevrijheid ligt daarmee al bij de burger, waardoor extra fiscale maatregelen niet te rechtvaardigen zijn.
Wij zullen dit punt dus niet goedkeuren en hebben afsluitend nog drie vragen:
1. Jullie zegden zonet dat de belasting op motoren wordt afgeschaft omdat dit niet controleerbaar was. Ik heb onthouden dat dit een administratieve rompslomp met zich meebracht waar jullie komaf mee willen maken. We vragen ons af hoe deze belasting zal worden gecontroleerd? Hoe zullen jullie concreet weten waar er overal ongeadresseerd drukwerk wordt verspreid? Bij B-Post alleen al zijn er 17 verschillende zones waar post kan worden bedeeld? Wat als de ondernemer in één van die zones bedeelt? Hoe zal dit gecontroleerd worden?
2. jullie werken met een ambtshalve aanslag als er geen aangifte wordt gedaan. Hoe weten bedrijven dat zij aangifte moeten doen? Stel dat een bedrijf énkel in eigen straat een foldertje verspreidt in pakweg 10 brievenbussen. Volgens het reglement volgt er bij niet-aangifte een aanslag dat overeenstemt met 4000 exemplaren. Als dat foldertje 100 gram weegt, dan dient dit bedrijf 400 euro te betalen, te vermeerderen met een boete van 400 euro. 800 euro dus voor 10 foldertjes. Klopt dit?
3. wat met rouwbrieven die niet op naam worden bedeeld? Vallen die hier ook onder?”
Schepen Tomas De Meyer: “Het overgrote deel van de reclame die ik krijg komt niet van lokale ondernemers, dat is dus duidelijk anders dan bij jou. We controleren via referentieadressen en bij kleinere zones is er een minimum bedrag dat moet betaald worden.
Wat betreft berichten van notarissen: deze zijn vrijgesteld, maar niet als het bedoeld is als reclame om huizen te verkopen.
Wat betreft de communicatie van deze belasting: een aantal grotere bedrijven vragen nu al automatisch bij de gemeente of er belasting is op ongeadresseerd drukwerk, omdat ze dit systeem kennen van bij andere gemeenten.
De belasting zal ook gecommuniceerd via de diverse gemeentelijke kanalen en zal ook via de kranten de nodige aandacht krijgen.
Aanvullend kan ik nog meegeven dat tijdens een referentieperiode waarbij we het drukwerk bijhielden bleek dat 4 van de 82 folders van lokale handelaars waren, waaronder 1 die van het jeugdhuis uitkwam.
Raadslid Dimitri Carpentier wenst een amendement voor te leggen waarbij ook rouwbrieven vallen onder de vrijstelling van deze belasting, dit met name door een aanvulling op artikel 7 van het belastingsreglement.
De voorzitter van de gemeenteraad legt het amendement ter stemming voor: er zijn 21 ja-stemmen. Bijgevolg wordt bij artikel 7 “6° als het rouwbrieven betreft” toegevoegd aan de uitzonderingen.
met 14 ja-stemmen (fractie Groep 21, fractie Team Burgemeester en fractie Vlaams Belang) en 7 neen-stemmen (fractie Allen 8830)
Artikel 1: De Belastbare grondslag of het belastbaar feit:
De gemeente heft een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg.
Art. 2: De belastbare periode
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Art. 3: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker aaneensluitend tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
2° gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief;
3° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
Art. 4: de belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 9.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 9 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Art. 5: Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art. 6: Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet
De belasting is verschuldigd bij elke verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
De belasting bedraagt:
Per verspreiding bedraagt de heffing minimaal 50 euro.
Art. 7: Vrijstellingen en/of verminderingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
1° het drukwerk uitgaat van overheden, onderwijsinstellingen en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
2° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen;
3°het drukwerk uitgaat van handelaars die geconfronteerd worden met openbare werken die door de gemeente erkend zijn en dit voor zover de drukwerken of gelijkgestelde producten verspreid worden tijdens de periode vanaf een maand voorafgaand aan de uitvoering van de openbare werken tot en met het moment dat de werken zijn afgerond;
4° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indient naar aanleiding van de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst;
5° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
6° als het rouwbrieven betreft;
Art. 8: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 9: Aangifteplicht
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: marktplaats 1, 8830 Hooglede of op digitale wijze via het aangifteformulier dat op de website van de gemeente Hooglede ter beschikking wordt gesteld (www.hooglede.be).
De aangifte dient volgende gegevens te vermelden:
Een belastingplichtige die met een zekere regelmaat drukwerk of gelijkgestelde producten verspreidt, kan in de maand januari, uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar, een aangifte indienen voor het hele aanslagjaar. In dit geval, kan de belastingplichtige vanaf 1 december en uiterlijk op 15 december van het aanslagjaar een regularisatie-aangifte voor het ganse aanslagjaar indienen.
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
Art. 10: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte voor de in artikel 9 vermelde aangiftedatum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Bij verspreiding in brievenbussen, wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen dat jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld wordt volgens de gegevens van BPost.
Bij verspreiding op de openbare weg via een display, wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging forfaitair vastgesteld op 1000 exemplaren per display per maand dat de display aanwezig is op het grondgebied van de gemeente Hooglede.
Bij verspreiding op de openbare weg door persoonlijke afgifte wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging forfaitair vastgesteld op 4000.
Als het drukwerk of de gelijkgestelde producten op meerdere manieren verspreid wordt, wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging vastgesteld als een som van het toepasselijke aantal vastgestelde exemplaren in de voorgaande leden.
De belastingplichtige kan deze forfaitaire berekening weerleggen door het voorleggen van controleerbare bewijsstukken waaruit het werkelijk aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten blijkt.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 100%. Het bedrag van deze verhoging wordt samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Art. 11: bezwaarmogelijkheid
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag en de belastingverhoging (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Art. 12: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
Er wordt met ingang van 1 januari 2026, voor een termijn eindigend op 31 december 2031, een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op art. 40§3, 41, 14° en 286 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Gelet op artikel 90 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst op twee niveaus voor bepaalde opdrachten van bestuurlijke politiediensten;
Gelet op de Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van de Vlaamse Regering van 15/2/2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Gelet op de gemeenteraadsbeslissing dd. 28 oktober 2024 waarbij met ingang van 1 januari 2025, voor een termijn eindigend op 31 december 2025, een belasting werd gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig;
Overwegende dat de noodzaak bestaat om de gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen, dronken personen of van personen die gedragingen stelden die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overschreden. Dergelijk vervoer verzwaart de werklast van het politiepersoneel aanzienlijk waardoor andere taken in het gedrang kunnen komen, o.a. aanwezigheid in de straat en dat deze aanwezigheid van groot belang is om het veiligheidsgevoel van de burger te ondersteunen.
Schepen Tomas De Meyer licht toe dat de belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 135 euro per rit en per vervoerde persoon. De belasting stijgt jaarlijks met 2 % op 1 januari.
éénparig
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt begrepen onder:
Art. 2: Met ingang van 1 januari 2026, voor een termijn eindigend op 31 december 2031, wordt een belasting gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens
Art. 3: Bedrag
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 135 euro per rit en per vervoerde persoon.
De belasting stijgt jaarlijks met 2 % op 1 januari. Bedragen worden op de volle euro afgerond.
Art. 4: Belastingplichtige
De belastingplichtige is de vervoerde persoon, of in voorkomend geval, de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming bereikt heeft.
Art. 5: Uitzonderingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Art. 6: Kohierbelasting
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7: De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 8: De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
Art. 9: Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid en de korpschef van de lokale politie toegezonden.
De huidige administratieve verordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging wordt vervangen door het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria met zijn latere wijzigingen en aanvullingen;
Gelet op de omzendbrief KBB/ABB2024/X betreffende de toepassing van het Decreet van 16 januari 2004;
Herzien de administratieve verordening op de begraafplaatsen en de lijkbezorging in zitting van de gemeenteraad van Hooglede dd. 20.11.2017;
Overwegende dat een aanpassing van de huidige administratieve verordening op de begraafplaatsen en de lijkbezorging aangewezen was door nieuwe richtlijnen in de omzendbrief enerzijds en dat veel bepalingen dubbel werden aangenomen door het aanvullend politiereglement anderzijds;
Schepen Lies Colpaert stelt dat door nieuwe richtlijnen een grondige actualisatie van dit reglement vereist was.
éénparig
Artikel 1: De huidige administratieve verordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging wordt vervangen door het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en wordt als volgt aangenomen:
1. Definities
In dit huishoudelijk reglement zijn de definities van toepassing zoals opgenomen in het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria met zijn latere wijzigingen en aanvullingen.
Dit huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijk begraafplaatsen vervangt alle vorige reglementeringen en beslissingen.
Er bestaat een aanvullend politiereglement (= Gecoördineerd politiereglement Roeselare, Izegem, Hooglede, zie hoofdstuk 3) en een apart retributiereglement.
2. Formaliteiten begrafenis, toelating tot begraven en crematie
Artikel 1
§1 Onmiddellijk na de aangifte van overlijden, regelt de persoon die bevoegd is om voor de begrafenis in te staan, bij de dienst Burgerlijke Stand op het gemeentehuis, de formaliteiten betreffende de begrafenis.
Hij/zij stelt daarbij schriftelijk de wijze van teraardebestelling vast op een speciaal daartoe bestemd formulier (zie retributiereglement). In geval van een concessie, geldt dit als vergunningsaanvraag.
§2 Indien aan deze regeling kosten verbonden zijn, zoals bepaald in het retributiereglement zullen deze na ontvangst van de factuur vereffend worden.
Artikel 2
De persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien, ondertekent de aanvraag van toestemming tot begraven en/of de aanvraag van toestemming tot crematie. Hij kan een andere persoon machtigen om de aanvraag in te dienen, dat is doorgaans de begrafenisondernemer.
De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand kan het verlof tot begraven en/of het verlof tot crematie pas afleveren 24 uur na de ontvangst van de aanvraag van toestemming.
De Ambtenaar weigert de toestemming in 2 situaties:
- de overledene heeft in de laatste wilsbeschikking een andere wijze van lijkbezorging kenbaar gemaakt.
- de Ambtenaar heeft kennis gekregen van het verzoek dat een belanghebbende heeft ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg over het verlenen of weigeren van de toestemming tot begraving.
§1 Bij tekenen of aanwijzingen van een gewelddadige dood of andere omstandigheden kan de ambtenaar van de burgerlijke stand pas toestemming tot begraving verlenen nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij zich niet verzet tegen de begraving.
§2 Verlof tot crematie zal worden afgeleverd op voorlegging van volgende stukken:
- getuigschrift van al dan niet registratie van een laatste wilsbeschikking van de overledene inzake de wijze van lijkbezorging, afgeleverd door de dienst Bevolking van de laatste woonplaats van de overledene, of een andere akte van laatste wilsbeschikking terzake
- aanvraag om verlof tot crematie, ondertekend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien
- attest van de geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld, dat vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte oorzaak
- attest van een beëdigd geneesheer inzake de doodsoorzaak
- desgevallend een bewijs dat de Procureur des konings zich niet tegen de crematie verzet, wanneer het niet om een natuurlijke dood blijkt te gaan
Artikel 3
§1 Verlof tot begraven kan worden afgeleverd aan:
- alle personen, inwoner van de gemeente,
- alle personen die worden bijgezet in een bestaande concessie,
- personen, gewezen inwoners van Hooglede, die vanuit Hooglede opgenomen zijn in een instelling, rusthuis of bij een familielid tot de tweede graad buiten de gemeente,
- personen, niet- inwoner van de gemeente, waarvoor een toelating van de Burgemeester is verleend, mits er een vergunning wordt aangevraagd volgens de voorwaarden, vastgesteld in het retributiereglement.
§2 Er wordt bij de dienst Burgerlijke Stand een register gehouden waar de verloven tot begraving, bijzetting of verstrooiing van de as en de aanduiding van de begraafplaats en de vorm van teraardebestelling worden ingeschreven van:
- de personen die op één van de gemeentelijke begraafplaatsen worden begraven, bijgezet in het columbarium of wiens as er wordt verstrooid;
- de personen, wiens as wordt uitgestrooid, wordt begraven of wordt bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats;
3. De lijkbezorging
Artikel 4
Het gemeentebestuur beslist over dag en uur van de begrafenis of crematie. Deze vindt plaats meer dan 24 uur doch uiterlijk de zevende dag volgend op de dag van het overlijden. Begrafenisplechtigheden kunnen geen doorgang vinden op zon- en feestdagen.
Zondagen en wettelijke feestdagen worden niet meegeteld voor het berekenen van de genoemde termijn van zeven dagen. Mits ernstige redenen kan deze termijn verlengd worden, krachtens een toelating van de Burgemeester. De termijn wordt opgevoerd tot de volgende werkdag wanneer de laatste dag een zondag of een wettelijke feestdag is.
Artikel 5
De stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst worden. Het besluit van de Vlaamse regering van 2004 bepaalt de nadere voorwaarden waaraan deze moeten beantwoorden.
De begrafenisondernemer of diegene die instaat voor de kisting is persoonlijk verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen.
Artikel 6
Behalve om te voldoen aan een gerechtelijke beslissing, mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.
Artikel 7
Het vervoer van een stoffelijk overschot naar een andere gemeente wordt slechts toegelaten op voorlegging van een document waaruit het akkoord blijkt van de burgemeester van de plaats van bestemming of zijn gemachtigde.
Het stoffelijk overschot van een buiten de gemeente overleden persoon mag niet op het grondgebied van de gemeente in bewaring gegeven worden of teruggebracht worden zonder machtiging van de burgemeester of zijn gemachtigde.
Voor de overbrenging van een asurn is een machtiging vereist als voor lijkenvervoer.
Het is verboden een stoffelijk overschot te vervoeren zonder machtiging van de burgemeester of zijn gemachtigde. Deze machtiging is niet vereist voor de eenvoudige doortocht van een stoffelijk overschot door de gemeente, uitgezonderd in geval van epidemie. Deze machtiging is evenmin vereist voor het vervoeren van een stoffelijk overschot binnen de gemeentegrenzen.
Artikel 8
§1 Behoudens uitdrukkelijke en geschreven toelating van de Burgemeester zijn de lijkstoeten met optocht te voet van de plaats waar het stoffelijk overschot zich bevindt naar de kerk, tempel of rouwkapel en naar de begraafplaats, verboden.
Indien de kortst mogelijke weg wordt gekozen is deze bepaling niet toepasselijk op de lijkstoeten van:
- de Sint-Amanduskerk naar de begraafplaats in de Kleine Noordstraat, langs de Hogestraat,
- de Sint-Amanduskerk naar de begraafplaats in de Veldstraat, langs de Hogestraat en de Kleine Noordstraat,
- de Sint-Jozef Kerk naar de daarnaast gelegen begraafplaats in de Amersveldestraat,
- de Sint-Jacobus-de-meerdere-kerk naar de begraafplaats in de Grijspeerdstraat,
§2 De in de toelating door de Burgemeester vastgestelde voorschriften dienen strikt gevolgd.
§3 De lijkstoeten dienen de normale weg naar de kerk of rouwkapel en naar de begraafplaats te volgen.
4. Bewaring, verstrooiing of begraving van de as op een andere plaats dan de begraafplaats
Artikel 9
Indien de overledene die ouder is dan 16 jaar dit schriftelijk heeft bepaald in een laatste wilsverklaring of een testament
of, bij gebrek aan schriftelijke kennisgeving door de overledene, op gezamenlijk schriftelijke verzoek, vooraleer de crematie plaatsvindt, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad, waarbij alle betrokken nabestaanden ondertekenen. Het verzoek vermeldt de voornamen, achternaam en het adres van de nabestaande die de zorg zal dragen voor de as en de exacte plaats waar de as zal worden uitgestrooid, begraven of bewaard.
of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of in voorkomend geval, op verzoek van de voogd, tenzij de minderjarige vanaf 16 jaar de as bestemming heeft vastgelegd in een laatste wilsbeschikking,
kan de as:
hetzij verstrooid/begraven worden op een andere plaats dan de begraafplaats.
Voorwaarden:
- Het mag geen openbaar domein, andere dan de begraafplaats betreffen;
- Indien het terrein geen eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is de voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar vereist, die toestemming wordt in 2 exemplaren opgemaakt waarvan de eigenaar en de nabestaanden van de overledene elk een exemplaar bijhouden;
- De asverstrooiing/begraving dient aansluitend op de crematie te gebeuren;
- De asverstrooiing geschiedt volgens de bepalingen van artikel 46 van onderhavig reglement;
hetzij in een urne bewaard worden op een andere plaats dan de begraafplaats (thuisbewaring).
Voorwaarden:
- Indien er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden, ofwel op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee uitgestrooid te worden.
- Toepassing van deze bepaling kan enkel worden gemaakt voor overlijdens die plaats vinden na de inwerkingtreding van de wet van 8 februari 2001 en voor zover de asurn nog niet begraven of bijgezet werd op de gemeentelijke begraafplaats.
hetzij worden uitgestrooid op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee.
Voorwaarden:
- De verstrooiing geschiedt volgens de bepalingen van het KB van 25 juli 1990 en het KB van 19 januari 1973 en volgens het reglement van de kustgemeente aan wiens oever de verstrooiing zal plaatsgrijpen.
Het decreet van 9 februari 2024 voegde een nieuwe bepaling toe voor situaties waarin de overledene geen laatste wilsverklaring heeft vastgelegd en er ook geen partner en bloed- of aanverwanten van de eerste graad zijn. In die situaties kan de persoon die de begrafenis regelt ervoor kiezen om de as uit te strooien of de urne te begraven op een locatie die voor het publiek toegankelijk is. Die persoon kan de urne dus niet op een private locatie bewaren of begraven.
Artikel 10
De volgende personen kunnen een symbolisch gedeelte van de as vragen:
- de echtgenoot of de persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde
- de bloed- en aanverwanten tem de 2e graad
- de persoon die in de lijkbezorging voorziet en geen bloed- of aanverwante is tem de 2e graad (vb. een goede vriend)
5. De begraafplaatsen
Algemeen
Artikel 11
§1 Behoudens het bepaalde in de artikelen 9 en 10, mag begrafenis of bijzetting van een stoffelijk overschot enkel plaatsvinden op één van de gemeentelijke begraafplaatsen, namelijk:
a) op de begraafplaats in de Kleine Noordstraat in de deelgemeente Hooglede,
Op deze begraafplaats:
- mogen geen teraardebestellingen meer worden verricht in niet-vergunde grond. Er kan wel tot een tweede bijzetting in niet-vergunde volle grond worden overgegaan, indien een vergunningsaanvraag voor de grond wordt ingediend en indien de grafmaker oordeelt dat het technisch mogelijk is tot een bijzetting over te gaan overeenkomstig de wettelijke bepalingen;
- worden geen nieuwe grondvergunningen meer toegekend, behoudens indien het een aanvraag betreft tot omzetting van niet-vergunde in vergunde grond;
- worden wel nog hernieuwingen van bestaande vergunningen toegekend,
b) op de begraafplaats in de Veldstraat in de deelgemeente Hooglede,
c) op de begraafplaats in de Grijspeerdstraat in de deelgemeente Gits,
d) op de begraafplaats in de Amersveldestraat op de wijk St-Jozef,
Op deze begraafplaats:
- mogen geen teraardebestellingen meer worden verricht in niet-vergunde grond. Er kan wel tot een tweede bijzetting in niet-vergunde volle grond worden overgegaan, indien een vergunningsaanvraag voor de grond wordt ingediend en indien de grafmaker oordeelt dat het technisch mogelijk is tot een bijzetting over te gaan overeenkomstig de wettelijke bepalingen;
- worden geen nieuwe grondvergunningen meer toegekend, behoudens indien het een aanvraag betreft tot omzetting van niet-vergunde in vergunde grond;
- worden wel nog hernieuwingen van bestaande vergunningen toegekend,
§2 Deze begraafplaatsen zijn bestemd voor de begrafenis, bijzetting of verstrooiing van de as van de personen, vermeld in artikel 3 van onderhavig reglement.
Bij het ter aarde brengen van de kist mogen er geen externe mensen aanwezig zijn. Het afscheid dient te gebeuren in de daarvoor aangelegde zone.
Artikel 12
§1 Op de begraafplaatsen in de Veldstraat en in de Grijspeerdstraat worden zones voorzien bestemd voor graven, een urnenveld, een strooiweide voor verstrooiing van de as en een columbarium voor bijzetting van de as.
§2 In de zone bestemd voor graven, wordt een deel afgebakend, voorzien voor de bouw van normgraven.
Deze zone wordt onderverdeeld in:
- een zone voor bijzetting in vergunde grond, hetzij in grafkelder, hetzij in volle grond
- een zone voor bijzetting in niet vergunde grond.
De zone bestemd voor begraving andere dan in normgraven, wordt onderverdeeld in:
- een zone voor bijzetting in vergunde grond, hetzij in een grafkelder, hetzij in volle grond
- een zone voor bijzetting in niet-vergunde grond.
Er wordt eveneens een zone voorzien voor de begraving van kinderen in volle grond, hetzij in vergunde, hetzij in niet-vergunde grond en een sterretjesweide.
§3 In de columbaria worden nissen met of zonder vergunning voorzien.
§4 Op het urnenveld kunnen de asurnen bijgezet worden hetzij in vergunde, hetzij in niet-vergunde grond.
Niet-vergunde graven
Artikel 13
§1 De teraardebestelling in de perken bestemd voor begraving in niet-vergunde grond, vindt plaats overeenkomstig artikel 17, 18 en 19 van de wet van 20 juli 1971 en de wijzigende wetten.
§2 De overledenen worden begraven, de een na de ander, in doorlopende volgorde, in de door de Burgemeester aangeduide perken.
§3 Behoudens de reglementering inzake de vergunningen, heeft elke teraardebestelling plaats in een afzonderlijk graf en wordt iedere asurn bijgezet in een afzonderlijke nis of teraardebesteld in een afzonderlijk graf op het urnenveld.
Het is echter toegelaten de moeder samen met haar doodgeboren kind of een doodgeboren meerling in één en dezelfde kist en in één en hetzelfde graf te begraven.
Artikel 14
De grond voor teraardebestelling in gewone graven in niet-vergunde grond, de niet-vergunde nissen in het columbarium en de niet-vergunde grond op het urnenveld wordt teruggenomen op 31 december van het tiende jaar, te rekenen vanaf de datum van de teraardebestelling of bijzetting.
Minstens een jaar voor het verstrijken van deze termijn moet de burgemeester of zijn gemachtigde, een akte opmaken met de beslissing tot verwijdering. Een afschrift van die akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Wil men toch overgaan op een concessie, dan kan hiervoor een aanvraag ingediend worden, rekening houdend met het huidige retributiereglement. Deze concessie start op de datum van teraardebestelling, dus met terugkerende termijn.
De niet teruggenomen voorwerpen worden van ambtswege door het gemeentebestuur weggeruimd en worden eigendom van de gemeente.
De vergunningen
Artikel 15
§1 De grondvergunningen op de gemeentelijke begraafplaatsen worden door de aanvragers schriftelijk aangevraagd bij de dienst burgerzaken op het gemeentehuis (zie artikel 1 van onderhavig reglement) en worden toegestaan door het College van Burgemeester en Schepenen volgens de voorwaarden bepaald in een door de gemeenteraad vastgesteld retributiereglement.
§2 Volgende vergunningen kunnen worden toegestaan:
- grafvergunning in volle grond voor dertig jaar; maximum twee personen mogen worden bijgezet
- grafvergunning in een grafkelder voor 2 personen en voor dertig jaar;
- grafvergunning in een grafkelder voor 3 personen en voor dertig jaar;
- vergunning op het urnenveld voor dertig jaar; maximum drie urnen kunnen worden bijgezet
- vergunning voor een nis in het columbarium voor dertig jaar; maximum twee urnen kunnen worden bijgezet.
§3 In een grondvergunning mag een plaats, voorzien voor een gewone lijkkist, naarmate de mogelijkheid, aangewend worden voor de bijzetting van twee kinderlijkkisten.
§4 De rechten binnen de perken van de wet, verworven door eeuwige vergunningen die regelmatig werden verleend, worden gerespecteerd; er worden evenwel geen eeuwige vergunningen meer toegestaan.
§5 De altijddurende concessies zijn sinds de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging omgezet in concessies die om de vijftig jaar en zonder vergoeding hernieuwd worden. De hernieuwing moet echter gerekend worden vanaf de toekenning van de oorspronkelijke concessie.
Artikel 16
De prijzen van de vergunningen worden door de gemeenteraad vastgesteld in een retributiereglement.
Artikel 17
Aan niet-inwoners van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 4, §1, laatste lid van onderhavig reglement, kan een vergunning worden toegestaan, overeenkomstig de voorwaarden, bepaald in het retributiereglement.
Artikel 18
De oppervlakte van de grondvergunning is 2.90m x 1,10m.
De oppervlakte van de grond op het urnenveld is 0,60m x0,60m.
De vergunning is ondeelbaar. De prijs wordt berekend per vergunning.
Artikel 19
§1 De vergunningen zijn onafstaanbaar en onvervreemdbaar.
§2 De vergunningen worden toegestaan in de volgorde door de Burgemeester aangeduid.
§3 De vergunningen worden slechts toegestaan voor onmiddellijk gebruik, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden.
Artikel 20
Een concessie kan dienen voor:
- de aanvrager, zijn echtgenoot en zijn bloed- en aanverwanten;
- de overledene waarmee de aanvrager een feitelijk gezin vormde op het ogenblik van het overlijden;
- de persoon of personen die de concessiehouder heeft aangewezen, als die personen daarover bij de gemeente hun akkoord hebben gegeven;
- een derde die de aanvrager aangewezen heeft, en voor de echtgenoot, bloed- en aanverwanten van die derde;
- personen die tijdens hun leven bij de gemeente hebben gemeld dat ze in dezelfde concessie willen rusten.
De aanvrager duidt in de aanvraag tot het bekomen van de vergunning, de personen aan voor wie de vergunning bestemd is. De vergunninghouder kan bij schriftelijke verklaring de bestemming van de vergunning wijzigen. Indien de vergunninghouder overleden is, gaat het recht om de personen voor wie de vergunning bestemd is aan te duiden, over op zijn erfgenamen, indien dit niet strijdig is met de oorspronkelijke bedoeling van de vergunninghouder. In geval van betwisting, dienen de erfgenamen een procedure in kortgeding aan te spannen voor de Rechtbank van Eerste Aanleg.
De aangeduide personen kunnen bij schriftelijke verklaring van hun plaats in de vergunning afzien. Het feit in een andere vergunning begraven te worden, staat gelijk met het verzaken aan zijn plaats. Het opgraven van een lijk, met het doel het op een andere plaats te begraven staat gelijk aan het verzaken aan deze plaats. Deze plaats kan dan niet meer ingenomen worden. In dit geval wordt de oorspronkelijke vergunning niet teruggenomen.
Artikel 21
De vergunde grond mag teruggenomen worden indien het openbaar belang of de noodwendigheid van de dienst dit vereisen. In dit geval wordt de vergunninghouder een nieuwe plaats aangewezen. Het opgraven en het overbrengen van de stoffelijke resten, het plaatsen van de gedenktekens en gebeurlijk van een grafkelder, vallen ten laste van het gemeentebestuur.
Deze bepaling geldt eveneens voor eeuwigdurende vergunningen.
Artikel 22
§ 1 De vergunningen worden voor dertig jaar verleend.
Minstens een jaar voor het verstrijken van de (eeuwigdurende/hernieuwde) concessie moet de burgemeester of zijn gemachtigde, een akte opmaken waarin wordt gesteld dat een aanvraag tot hernieuwing moet worden ingediend wil men de concessie hernieuwen. Een afschrift van die akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Deze bekendmaking is een verplichte vormvereiste om een concessie te beëindigen.
De opeenvolgende hernieuwingen zonder bijzetting kunnen enkel geweigerd worden als blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is. De duur van de hernieuwing wordt bepaald op dertig jaar. Na het overlijden van een concessiehouder kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon een hernieuwing van de concessie aanvragen.
De concessie kan op uitdrukkelijke aanvraag worden hernieuwd naar aanleiding van elke bijzetting.
Op aanvraag van enig belanghebbende die erom verzoekt voor de bepaalde tijd is verstreken, kunnen opeenvolgende hernieuwingen worden toegestaan onder de voorwaarden en tegen betaling van de retributie die op het ogenblik van de verlenging in voege is.
§ 2 Nochtans neemt een nieuwe termijn van dezelfde duur van rechtswege een aanvang vanaf de laatste bijzetting in de toegestane vergunning, mits de retributie in voege op dat ogenblik betaald wordt, verminderd met de som in verhouding tot de nog resterende tijd van de lopende concessieperiode.
Als er geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie bij een bijzetting en als de laatste begraving minder dan 10 jaar voor het verstrijken van de concessie plaatsvindt, blijft het graf gedurende een termijn van 10 jaar behouden.
Indien de concessie vervallen is kan er geen enkele nieuwe teraardebestelling meer worden toegestaan.
Artikel 23
De gronden van de vergunningen en de nissen in het columbarium worden teruggenomen op 31 december volgend op het verstrijken van het dertigste jaar, te rekenen vanaf de toekenning van de vergunning, uitgenomen indien de oorspronkelijke vervaldatum van rechtswege verlengd wordt tot tien jaar na de laatste bijzetting, zoals bepaald in artikel 22.
Grafkelders
Artikel 24
In de zone, bestemd voor begraving in grafkelders - zowel in de zone voor gewone graven als in de zone voor normgraven, worden door toedoen van een daardoor door het gemeentebestuur aangeduide aannemer, grafkelders gebouwd, dienstig voor de bijzetting van hetzij twee personen, hetzij drie personen.
De grafkelders worden gebouwd volgens de door het gemeentebestuur opgelegde voorschriften.
Graftekens en beplantingen
Artikel 25
Tenzij de overledene of zijn verwanten anders hebben beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht op het graf van zijn verwante of vriend een grafteken te doen plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de vergunninghouder.
In geval van betwisting zal, behoudens andere wilsbeschikkingen van de overledene, de graad van verwantschap bepalend zijn voor de voorrang bij beslissing.
De gedenktekens moeten binnen de zes maand na de datum van overlijden of desgevallend na de datum van de vergunning op de graven worden geplaatst.
Artikel 26
- De zerken en gedenktekens mogen maximum 0,85m breed – 2,30m lang en 1,25m hoog zijn.
- De fundering waarop de zerk rust, moet bestaan uit hoekpalen of buizen tot op de nodige diepte. Het gebruik van steenslag of andere funderingen die latere teraardebestellingen in dezelfde vergunning bemoeilijken, is verboden.
- Alle aanvullingen of verhogingen, noodzakelijk voor het plaatsen van de deksteen, dienen vervaardigd uit steen.
- De graven zijn 0,25m van elkaar verwijderd aan de zijkanten en 0,30m aan de hoofdzijden.
- In vergunningen: dienen deze tussenruimten aangevuld met tegels. Elke vergunninghouder vult één zijkant aan, (de voorzijde) en minstens de helft van de hoofdzijde.
- In niet-vergunningen: worden deze tussenruimten door toedoen van het gemeentebestuur aangevuld met lava.
- De uitsprongen van de zerken of gedenktekens mogen buiten de grenzen van de voor het graf bestemde grond niet uitsteken, zo niet zal de bouwheer verplicht worden de bouwwerken af te breken.
- Kruisen en andere graftekens die recht staan moeten zo geplant worden dat ze niet overhellen in geval van grondverzakking.
Artikel 27
In de vergunningen dienen de graftekens vervaardigd in natuursteen.
Artikel 28
Elke wijziging van een grafteken dient bij het gemeentebestuur aangegeven. Het oorspronkelijke ontwerp mag door de voorgenomen wijziging niet in waarde verminderen. Zo de wijziging aangevraagd wordt door de erfgenamen of opvolgers van de vergunninghouder, zijn deze gehouden het oorspronkelijk godsdienstig of filosofisch karakter door de vergunninghouder aan het gedenkteken gegeven, te eerbiedigen.
Artikel 29
Wanneer de op te richten graftekens en monumenten afwijken van de bij de artikelen 26 en 27 vastgestelde normen, moet het desbetreffend ontwerp ter goedkeuring worden voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen. Het college kan de goedkeuring weigeren indien
- het op te richten bouwwerk niet aan de vereisten van stevigheid of stabiliteit beantwoordt,
- het de aanleg van andere graven kan schaden;
- de constructie eventuele latere bijzettingen kan bemoeilijken;
- het op te richten bouwwerk niet kan aanvaard worden binnen de maatschappelijke normen.
Artikel 30
De aangebrachte beplantingen:
- mogen in geen geval hoogstammig zijn;
- moeten worden aangelegd binnen de perken van elk graf, zodat ze zich niet uitbreiden boven de aanpalende graven;
- mogen zeker het toezicht en de doorgang niet belemmeren;
Enkel beplantingen wier hoogte niet meer bedraagt dan 1 meter zijn toegelaten zonder voorafgaande toelating van de grafmaker. Deze zal het struikgewas en de andere planten, die in overtreding van deze bepalingen werden aangebracht zonder verwittiging verwijderen.
Alle beplantingen op de begraafplaats, worden eigendom van de gemeente.
Artikel 31
§1 Alle graftekens moeten klaar zijn om geplaatst te worden voor ze op de begraafplaats worden binnengebracht. Ze worden geplaatst zonder onderbreking.
§ 2 Het bouwmateriaal moet worden aangebracht naargelang het werk vordert; binnen de omheining van de begraafplaats mag enkel bouwmateriaal worden neergelegd voor onmiddellijk gebruik.
§ 3 De mortel moet bereid zijn wanneer hij wordt aangevoerd.
§ 4 De lijkkisten in de grafkelders moeten tijdens de werken worden toegedekt.
§ 5 De grafschriften moeten op de graftekens worden aangebracht voor ze op de begraafplaats worden binnengebracht. Onder toezicht van de grafmaker mogen echter grafschriften worden geplaatst of gebeiteld op reeds bestaande graftekens.
Artikel 32
Alvorens tot een teraardebestelling in een vergunning mag worden overgegaan, moet de vergunninghouder volgens de aanduidingen van de grafmaker en indien nodig, het grafteken en eventueel de grondvesten doen afbreken, zo niet zal het lichaam in een graf in volle, niet-vergunde grond, ter aarde besteld worden.
Het grafteken dient vervolgens binnen de 4 maanden na de begrafenis teruggeplaatst, zo niet zal het werk, ambtshalve en op kosten van de in gebreke blijvende vergunninghouder worden uitgevoerd.
Artikel 33
Onmiddellijk na de voltooiing van de werken, moeten de families, de vergunninghouders of hun rechthebbenden, of de aannemers alle materiaal, puin en afval weghalen, de nabije omgeving reinigen en de plaats waar de werken werden uitgevoerd in behoorlijke staat herstellen. Indien hieraan niet wordt voldaan, zal het werk ambtshalve en op kosten van de in gebreke blijvende vergunninghouder worden uitgevoerd.
Artikel 34
Het onderhoud van de graven rust op de families of belanghebbenden, de vergunninghouders of hun rechthebbenden.
Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
De verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of van zijn gemachtigde; die akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling wordt op bevel van de Burgemeester van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot wegneming van de materialen op kosten van de in gebreke blijvende familie.
Artikel 35
Behalve bij gerechtelijk onderzoek mag een grafkelder slechts geopend worden om gewettigde redenen. Dit gebeurt in aanwezigheid van of mits toelating van de vergunninghouder, zijn rechthebbenden of zaakgelastigde en van de grafmaker.
Binnen 24 uur na de teraardebestelling of de voltooiing der werken, moet de grafkelder opnieuw hermetisch gesloten worden, zo niet zal dit ambtshalve door het gemeentebestuur worden gedaan op kosten van de vergunninghouder.
Normgraven
Artikel 36
In de zone bestemd voor normgraven, zorgt het gemeentebestuur zowel voor wat betreft de teraardebestelling in vergunde als in niet-vergunde grond, voor de plaatsing van het grafmonument, volgens retributiereglement.
Dit gedenkteken bestaat uit een rechtstaande steen, uitgevoerd in Jasberg graniet (afmetingen: 1,00m x 0,52m x 0,10m). De tekst beperkt tot naam, voornaam, geboorte- en overlijdensdatum van de overledene(n) en al dan niet een kruisje, wordt ingekapt in een klassiek Romeins lettertype door een ervaren steenkapper, daartoe door het gemeentebestuur aangeduid. Het graf zelf zal men laten begroeien met gras. Er mogen geen tekens, symbolen, afsluitingen en versieringen op aangebracht worden. Lage beplanting kan enkel aangebracht worden in de daartoe bestemde strook aan het voeteinde van het graf.
Artikel 37
Het gemeentebestuur verbindt er zich toe, zowel in de zone voor vergunningen, als niet-vergunningen, het graf en het normgrafmonument te onderhouden.
Afwijkingen worden niet toegestaan.
Columbaria
Artikel 38
§1 De columbaria op de begraafplaatsen bestaan uit constructies in muurvorm van vierkante prefab- elementen (54 x 54 cm) in gewassen silex. Ze worden geplaatst naargelang de behoefte en naar het inzicht van het gemeentebestuur.
§2 De opening bevindt zich aan de voorkant van het element en wordt door de zorgen van de grafmaker afgesloten met een deksel in Zweeds graniet (45cm x 45cm).
Bij de regeling van de begrafenis, zoals bepaald in artikel 1, dient de aanvrager aan te duiden of hij verkiest
- om de naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar van de overledene te laten aanbrengen op een éénvormige vlakke gedenkplaat in verguld aluminium (10cm x 6,5cm) volgens retributiereglement. In dit geval wordt er één gedenkplaat per overledene voorzien.
- om de naam, voornaam, geboorte- en overlijdensjaar van de overledene(n) in het afsluitdeksel te laten sableren in een eenvormig lettertype, volgens retributiereglement.
Het gemeentebestuur staat zelf in voor de uitvoering van bovenstaande opties.
§ 3 De strook aarde voor de columbaria wordt door de zorgen van het gemeentebestuur beplant. In deze strook mag geen enkele vorm van graftekens, symbolen of versieringen worden aangebracht.
Urnenveld
Artikel 39
§1 Op de begraafplaatsen wordt een zone voorbehouden voor het bijzetten van asurnen in volle grond, met name het urnenveld.
§2 De urnen worden boven elkaar bijgezet in een graf van 60cmx 60 cm.
§3 De urnen mogen niet hoger zijn dan 33cm en niet breder dan 18cm.
§4 Door toedoen van het gemeentebestuur wordt op ieder urnengraf, volgens retributiereglement, zowel in vergunde als in niet-vergunde grond, een gedenksteen geplaatst van 45cm x 45cm x5 cm. In deze gedenksteen wordt de naam, de voornaam, de geboortedatum en de overlijdensdatum van de overledene(n) gesableerd in een eenvormig lettertype.
Artikel 40
§1 Door toedoen van de grafmaker worden de tussenruimten opgevuld in door het gemeentebestuur te bepalen materialen.
§2 Het aanbrengen van vaste beplantingen, van graftekens, symbolen of versieringen is niet toegelaten in het urnenveld.
Strooiweide
Artikel 41
Diegene die instaat voor de begrafenis, kan, tenzij de overledene er anders heeft over beschikt, vragen dat de as van de overledene zal verstrooid worden op de gemeentelijke begraafplaats.
Daartoe is een strooiweide voorzien. Dit is een gazon, dat door middel van een afsluiting gescheiden is van de overige zones en van de wandelwegen op de begraafplaats.
Artikel 42
De verstrooiing gebeurt door middel van een strooitoestel dat enkel door de gemeentelijke aangestelde mag worden bediend. Om uitzonderlijke redenen, hetzij weersomstandigheden, hetzij familiale omstandigheden, kan het gemeentebestuur beslissen de verstrooiing uit te stellen tot een in overleg met de familie vastgestelde datum.
De Burgemeester ziet erop toe dat de asurn in dat geval bewaard wordt volgens de wettelijke voorschriften.
Artikel 43
§1 Palend aan de strooiweide, wordt een gemeenschappelijk gedenkteken opgericht, waarop gedenkplaatjes in verguld aluminium met naam, voornaam, geboortedatum en overlijdensdatum van de overledenen, worden aangebracht.
§2 Deze gedenkplaatjes worden aangebracht door toedoen van het gemeentebestuur volgens retributiereglement.
Kinderbegraafplaats - Sterretjesweide
Artikel 44
Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens (= 180 dagen vanaf de bevruchting) nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd.
§1 Op de begraafplaats op Hooglede-Veldstraat en Gits-Grijspeerdstraat wordt een zone voorbehouden voor het begraven van kinderen. Dit kan zowel in vergunde als in niet-vergunde grond.
In deze zone worden geen grafkelders geplaatst. De gedenktekens, zerken en graftekens te plaatsen op deze graven mogen niet langer zijn dan 1m, niet breder dan 0,50m en niet hoger dan 1,25m.
§2 Op de begraafplaats op Hooglede-Veldstraat en Gits-Grijspeerdstraat wordt een perceel voor een gedenkteken voor niet levensvatbare kinderen voorbehouden, een zogenaamde ‘sterretjesweide’.
Dit gedenkteken is een monumentale metalen boom met zitbank.
Op de stam van deze boom kan, indien gewenst, tegen betaling een metalen plaatje volgens uniform ter beschikking gesteld model worden bevestigd door de gemeentediensten met vermelding van enkel de naam en/of de voornaam van de foetus of het niet levensvatbaar geboren kind.
Er kunnen bij dit herdenkingsteken enkel bloemen of grafstukken in natuurlijk materiaal worden geplaatst. Er worden door de nabestaanden geen metalen, stenen of andere harde grafornamenten, symbolen of versieringen geplaatst op deze zone of andere stukken die niet biologisch afbreekbaar zijn.
As van de eerder overleden echtgenoot of partner
Artikel 45
Het is mogelijk dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde mee wordt:
- begraven in het (niet-geconcedeerde) graf of (niet-geconcedeerde) urnenveld van de overledene
- bijgezet in de (niet-geconcedeerde) columbariumnis van de overledene
- uitgestrooid met de as van de overledene
Er geldt een instemmingsvereiste. De overledene moet zijn wens daartoe hebben bepaald in zijn laatste wilsbeschikking. Bij gebrek hieraan is het gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad vereist. De eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, mag zich bovendien in zijn laatste wilsbeschikking niet uitdrukkelijk verzet hebben tegen het gezamenlijk begraven, bijzetten of uitstrooien.
As van een overleden gezelschapsdier
Artikel 46
Het is mogelijk om de as van een of meer overleden en gecremeerde gezelschapsdieren (= tam dier en traditioneel in huis gehouden zoals een hond of kat) samen met de (as van de) overleden eigenaar te begraven of bij te zetten op de begraafplaats.
De dood van het gezelschapsdier(en) heeft al eerder plaatsgevonden. De urne mag niet achteraf nog worden begraven of bijgezet. Het dier mag niet worden geëuthanaseerd om zo mee te kunnen begraven.
Het kan gaan om de as van een of meer overleden dieren, die worden verzameld in 1 asurne, vervaardigd uit een niet-afbreekbaar materiaal. De wens van de overledene over het mee begraven hoeft niet te worden aangetoond. Het volstaat dat de nabestaanden de as meegeven aan de begrafenisondernemer.
De urne met dierlijke as mag nooit de plaats innemen van een andere begunstigde. De urne met dierlijke as moet worden verwijderd ten gunste van de urne van die overleden persoon.
Als het graf van de overleden wordt verwijderd na het verstrijken van de concessie- of bewaartermijn van het graf moet ook de as met dierlijke as worden verwijderd. Deze as mag niet worden uitgestrooid op de strooiweide van de (inter)gemeentelijke begraafplaats. Nabestaanden kunnen daarvoor terecht op een erkende begraafplaats voor gezelschapsdieren.
Ordemaatregelen op de begraafplaatsen
Artikel 47
Uitgezonderd lijkwagens, worden geen voertuigen op de begraafplaatsen toegelaten, tenzij met toestemming van de Burgemeester of de verantwoordelijke, aangeduid binnen de lokale politie.
Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor aannemers en begrafenisondernemers bij het uitvoeren van de nodige werken op de begraafplaats, indien dit gebeurt onder toezicht van en in afspraak met de grafmaker.
Artikel 48
Uitgezonderd voor de noodwendigheden van de dienst, is het verboden binnen de omheining van de begraafplaatsen, opslagplaatsen voor steen of ander materiaal, dienende tot het plaatsen van graftekens of het bouwen van grafkelders op te richten. Het bouwmateriaal moet worden aangebracht, naarmate het werk vordert; het mag tijdens de werkzaamheden in de nabijheid van de werkplaats worden neergelegd.
Artikel 49
De bouw- of herstellingswerken mogen in geen geval de vrije doorgang in de lanen en de wegen belemmeren.
Artikel 50
§1 Het is verboden op zaterdagnamiddag, zondag en op wettelijke feestdagen enige bouwactiviteit op de begraafplaatsen te verrichten of bouwmateriaal op de begraafplaats te brengen, behalve mits toelating door de grafbewaker verleend om reden van noodzakelijkheid.
§2 van de voorlaatste werkdag van oktober tot en met 2 november van elk jaar is het verboden:
- graftekens of erbij horende voorwerpen te plaatsen of weg te nemen. Dit verbod betreft niet het neerleggen van eenvoudige draagbare herinneringstekens, kransen, bloemen, medaillons, ...;
- de graftekens met of zonder water te reinigen of ze recht te zetten;
- opschriften op graftekens te beitelen of de bestaande opschriften dieper te maken, enig bouw-, beitel- of schilderwerk uit te voeren;
- aanplantingen van meer dan 60 cm hoogte te planten;
- de begraafplaatsen te betreden met krui- of blokwagens, watertonnen, ladders en andere werktuigen. Enkel het verzorgen van tuintjes is toegelaten, op voorwaarde dat de lanen en wegen niet beschadigd worden en in behoorlijke toestand worden gehouden.
Artikel 51
De families, vergunninghouders of aannemers dienen met de grafmaker dag en uur af te spreken wanneer zij graafwerken zullen uitvoeren. Het is in ieder geval verboden graafwerken uit te voeren op een tijdstip waarop een plechtigheid tot teraardebestelling is voorzien.
Bij dergelijke graafwerken dienen de vergunninghouders of aannemers deze werken op goed zichtbare wijze af te sluiten zodat deze plaatsen niet kunnen betreden worden door het publiek.
Op advies van de grafmaker kan de Burgemeester bevelen de begraafplaats te sluiten voor het publiek.
Artikel 52
Eenieder die doodsbeenderen opgraaft, moet daarvan onmiddellijk de grafmaker in kennis stellen.
Aansprakelijkheid
Artikel 53
De families, de vergunninghouders of hun rechthebbenden, blijven ten allen tijde verantwoordelijk tegenover derden voor de schade die zou berokkend worden aan de nabijgelegen grafkelders en gedenktekens of voor ongevallen waarvan de bezoekers of bedienden van de begraafplaats het slachtoffer zouden worden ten gevolge van de slechte hoedanigheid van het aangewend materiaal, de gebrekkige uitvoering van de werken of het gebrek aan onderhoud.
Iedere schade dient onmiddellijk door de betrokkene op zijn kosten hersteld of vergoed, volgens akkoord met de belanghebbende familie. Indien hieraan niet wordt voldaan, zal de Burgemeester dit van ambtswege laten uitvoeren, ten laste van de vergunninghouder, diens rechthebbende of de aansprakelijke families.
Artikel 54
De aannemers zijn verantwoordelijk voor de schade berokkend aan wegen, graftekens en beplantingen bij het binnenbrengen van zware materialen of het plaatsen van grafkelders.
Het is verboden, zonder toelating van het gemeentebestuur, de graftekens in de omgeving van de uit te voeren werken weg te nemen of te verplaatsen, onder welk voorwendsel ook.
Artikel 55
De grafmaker is belast met de uitoefening van de politie binnen de omheining van de begraafplaatsen. Zijn aanwijzingen dienen stipt nagevolgd. Hij is bevoegd om:
- personen die de bepalingen van deze verordening overschrijden, onmiddellijk buiten te laten leiden, onverminderd de gerechtelijke vervolgingen. Naargelang de ernst van het geval kunnen zij door de Burgemeester of Politiecommissaris de toegang tot de begraafplaatsen tijdelijk ontzegd worden.
- onderhouds- of herstellingswerken onmiddellijk te laten stilleggen indien zij niet in overeenstemming met deze verordening worden uitgevoerd.
- Beplantingen die zijn aangebracht in overtreding met deze verordening, zonder verwittiging te verwijderen.
Artikel 56
De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.
Ontgravingen
Artikel 57
§1 De ontgraving bestaat erin de kist met het lijk van een overledene of de asurn uit de grond of uit de grafkelder te halen waar ze teraardebesteld werd.
§2 Behalve op bevel van de rechterlijke overheid mag tot geen ontgraving worden overgegaan zonder machtiging van de burgemeester. De burgemeester kan alleen om ernstige redenen toestemming verlenen tot opgraving, alleen hij kan bepalen wat valt onder “ernstige redenen”.
De aanvraag tot ontgraving dient schriftelijk te gebeuren door het naaste familielid van de overledene.
Artikel 58
§1 De ontgravingen vinden plaats op datum en uur die door de grafmaker in onderling akkoord met de aanvrager worden vastgesteld.
§2 Naast de van ambtswege aangestelden mogen alleen de familieleden van de overledene, of de door hen daartoe aangestelde personen, bij de opgraving aanwezig zijn.
§3 Behoudens ingevolge een rechterlijk bevel, kunnen er geen ontgravingen plaats vinden tussen 15 oktober en 5 november.
Artikel 59
Voor de uitvoering van opgravingswerken gelden een aantal voorschriften:
- Tijdens de ontgravingen wordt de begraafplaats voor het publiek gesloten.
- De gemeente maakt voor de ruiming een draaiboek op met een omschrijving van de werkzaamheden, de richtlijnen voor de bescherming van het uitvoerend personeel, de werkwijze en bestemming bij mogelijk onverteerbare resten en de bestemming van mogelijk aangetroffen waardevolle voorwerpen
- De personen die de opgraving uitvoeren, zijn voldoend opgeleid en dragen gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen.
De grafmaker stelt proces-verbaal op van de ontgraving.
Artikel 60
De kist met de stoffelijke resten van een niet-verbrand lijk die opgegraven wordt om naar een andere begraafplaats buiten het grondgebied van de gemeente of naar een crematorium te worden vervoerd, dient in een hermetisch gesloten metalen hulsel en in een lijkwagen te worden vervoerd.
De kosten voor de opgraving en die eventueel voortvloeien uit de afbraak en de terugplaatsing van naburige grafzerken of –tekens vallen ten laste van de nabestaanden die de opgraving hebben aangevraagd, behalve de opgravingen:
- door de rechterlijke overheid bevolen,
- van het stoffelijk overschot van militairen en burgers, gesneuveld voor het vaderland,
- veroorzaakt door bestemmingsverandering van de begraafplaats.
Ontruimen van de stoffelijke overschotten in graven
Artikel 61
Het College van Burgemeester en Schepenen keurt de lijst goed van de te ruimen stoffelijke overschotten in graven.
Tijdens de ruiming wordt de plaats van de te ontruimen graven voor het publiek visueel afgeschermd.
Bij ontruiming in volle grond, graf- of urnekelders en columbariumnissen worden de stoffelijke overschotten of assen in een knekelput verzameld.
Peterschap van een grafmonument van lokaal historisch belang
Artikel 62
definitie van een bestaand grafmonument
onder ‘peterschap’ van een bestaand grafmonument wordt het volgende verstaan:
Organisaties, privépersonen of groepen kunnen het peterschap over een bestaand grafmonument verwerven en verbinden zich er in ruil toe het te onderhouden. De gemeente blijft eigenaar van het grafmonument en het is niet mogelijk om er opnieuw in te begraven. Men kan het peterschap enkel bekend maken door een door het gemeentebestuur gratis aangeleverd plakkaatje aan het grafmonument te laten bevestigen door de gemeentelijke technische dienst.
onder ‘bestaand grafmonument’ wordt het volgende begrepen:
Een grafmonument waarvan de gemeente na afloop van de concessie én na niet-verlenging van deze concessie door de nabestaanden krachtens artikel 26 § 1 van het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging, eigenaar is geworden.
kostprijs
De verwerving van het peterschap van een bestaand grafmonument is gratis.
aanvragen
Aanvragen voor peterschap van een bestaand grafmonument worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen. Deze aanvraag moet normaal gebeuren vóór de opname van het graf in een goedgekeurd bestek tot ontruiming en ontknekeling.
In elke aanvraag wordt grondig gemotiveerd waarom men het peterschap over een bestaand grafmonument wenst te verwerven. Aanvragen voor peterschap worden aan het college van burgemeester en schepenen voorgelegd en voor advies aan de Cultuurraad. Het al dan niet voorkomen van het graf op de lijst met de door de intergemeentelijke onroerend-erfgoeddienst RADAR waardevol weerhouden grafmonumenten, is het belangrijkste criterium bij het verlenen van advies. De mogelijkheid wordt evenwel ingebouwd om van deze lijst af te wijken.
overeenkomst
Per aanvraag voor peterschap wordt een overeenkomst gesloten door alle partijen. Hierin worden de richtlijnen voor het onderhoud van het grafmonument opgenomen. De aanvrager verbindt er zich toe om de instandhoudingswerken aan het grafmonument uit te voeren zonder de oorspronkelijke staat van het grafmonument te wijzigen.
De aanvrager is aansprakelijk voor eventuele schade aan de eigendommen van de gemeente als gevolg van werken die in zijn/haar opdracht worden uitgevoerd.
termijn
Het peterschap geldt in principe voor een periode van 10 jaar en kan na afloop telkens voor een periode van 10 jaar verlengd worden.
Bij het niet naleven van de voorwaarden die deel uitmaken van de overeenkomst kan de gemeente de overeenkomst voortijdig beëindigen.
De aanvrager kan geen aanspraak maken op vergoeding of compensaties bij het beëindigen of niet hernieuwen van de overeenkomst.
6. Strafbepalingen
Artikel 63
De overtredingen van onderhavige verordening worden geregeld volgens Hoofdstuk I Algemeen reglement op de administratieve sancties, artikel 1.1 van het gecoördineerd politiereglement – specifiek gedeelte Hooglede
7. Slotbepalingen
Artikel 64
Dit huishoudelijk reglement betreffende de gemeentelijk begraafplaatsen vervangt alle vorige reglementeringen en beslissingen.
Er bestaat een aanvullend politiereglement (= Gecoördineerd politiereglement Roeselare, Izegem, Hooglede, zie hoofdstuk 3) en een apart retributiereglement.
Alle gevallen niet opgenomen in dit reglement vallen, voor zover zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid zijn toegewezen, onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen.
Art. 2: Onderhavige beslissing zal worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid en zal worden bekendgemaakt
Het retributiereglement op de begraafplaatsen wordt vastgesteld voor onbepaalde periode.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 40;
Gelet op het besluit van de Gemeenteraad in zitting van dd. 18.12.2001, waarin het huidige tariefreglement op de begraafplaatsen werd vastgesteld;
Gelet op het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria met zijn latere wijzigingen en aanvullingen;
Gelet op de omzendbrief KBB/ABB2024/X betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004;
Gelet op het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, vastgesteld bij raadsbeslissing van heden 18 december 2025;
Overwegende het voorstel reglement begraafplaatsen aan de Gemeenteraad, dd. 18.12.2025;
Overwegende dat er naast het reglement begraafplaatsen ook een retributiereglement is van begraafplaatsen;
Overwegende dat de huidige aankoopprijzen niet langer in evenwicht zijn met de tarieven zoals bepaald in het huidige retributiereglement begraafplaatsen;
Op voordracht van het College van Burgemeester en Schepenen;
Na beraadslaging;
Herzien bovengenaamd tariefreglement;
Schepen Lies Colpaert verduidelijkt dat de huidige tarieven de huidige kosten niet meer dekken en stelt dat de laatste aanpassing aan de prijzen reeds 25 jaar geleden was. Er wordt nu verhoogd naar de reële kostprijs.
éénparig
Artikel 1: Het tarief voor de grondvergunning en de voorwaarden voor het verlenen van grafconcessies op de gemeentelijke begraafplaatsen, worden als volgt vastgesteld, ongeacht of het om een oorspronkelijke concessie dan wel om een hernieuwing gaat :
Grafconcessie voor 30 jaar, hetzij voor begraving in volle grond, hetzij voor bijzetting in een grafkelder
De vergunning van een perceel grond, hetzij gelegen in de zone bestemd voor normgraven, hetzij in de zone niet bestemd voor normgraven gebeurt tegen betaling van 400 EURO waarbij de oppervlakte van de grafconcessie bepaald is op 3,19m² (2,90m x 1,10m).
De retributie van het grafmonument op een normgraf (gedenksteen + ingravering), dat geplaatst wordt door toedoen van het Gemeentebestuur, bedraagt 1.250 EURO.
De retributie op de grafkelders, die geplaatst worden door een aannemer die daartoe door het gemeentebestuur wordt aangesteld, bedraagt :
Concessie voor 30 jaar voor bijzetting van de asurn in een columbarium
De vergunning van een nis voor één asurn gebeurt tegen betaling van 275 EURO.
De vergunning van een nis voor maximaal twee asurnen gebeurt tegen betaling van 400 EURO.
De kostprijs van de identificatie van de overledene(n), hetzij door het aanbrengen van een vergulde gedenkplaat, hetzij door ingravering van de afsluitplaat van de nis, wordt vastgesteld op:
Concessie voor 30 jaar voor begraving van de asurn in een urnenveld
De vergunning van een perceel grond gebeurt tegen de betaling van 275 EURO waarbij de oppervlakte van de concessie bepaald is op 0,36m² (0,60m x 0,60m).
De kostprijs van de afdeksteen en van de identificatie van de overledene(n) door ingravering, wordt vastgesteld op 350 EURO.
Retributie voor het aanbrengen van een verguld gedenkplaatje op de strooiweide
De kostprijs van de identificatie van de overledene(n) door het aanbrengen van een verguld gedenkplaatje, wordt vastgesteld op 50 EURO.
Art. 2: Een nieuwe concessie van dertig jaar neemt van rechtswege een aanvang vanaf de laatste bijzetting in de toegestane vergunning, mits betaling van de toepasselijke retributie, verminderd met de som in verhouding tot de nog lopende tijd van de lopende concessieperiode.
Zo belanghebbende afziet van betaling van de bijkomende retributie, blijft de oorspronkelijke vervaldatum van de vergunning geldig maar wordt deze van rechtswege verlengd tot vijf jaar na de laatste bijzetting indien het overlijden zich minder dan vijf jaar voor het verstrijken van de concessie heeft voorgedaan.
Art. 3: Bij het verstrijken van de vergunningsperiode kan de tijdelijke grafconcessie worden vernieuwd tegen betaling van het tarief dat voor dat soort concessies op dat ogenblik van kracht is, rekening houdend met de voorwaarde dat geen concessie kan verleend worden voor meer dan dertig jaar.
Art. 4: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 5: Onderhavige beslissing zal worden overgemaakt aan de toezichthoudende overheid en zal worden bekendgemaakt.
De wijzigingen aan het gemeenschappelijk gedeelte en het specifiek gedeelte Hooglede van het gecoördineerd politiereglement Roeselare, Izegem en Hooglede worden goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op de artikelen 119, 119 bis, 133 en 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 en latere wijzigingen;
Gelet op de artikelen 285 tot en met 289 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de artikelen 2, 40, 41 en 285 tot en met 289;
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het Materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28;
Gelet op het Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA genoemd) en latere wijzigingen;
Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het Interregionaal Samenwerkingsakkoord verpakkingsafval genoemd);
Gelet op het besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 20 december 2018 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval;
Gelet op de goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023-2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023);
Gelet op de beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Mirom;
Gelet op de mail van MIROM dd. 24 oktober 2025 met de vraag het gewijzigde politiereglement "huishoudelijke afvalstoffen" te willen goedkeuren, o.m. als gevolg van de inwerkingtreding van de GFT-inzameling;
Overwegende dat hierdoor hoofdstuk 5 van het specifieke gedeelte van het gecoördineerd politiereglement "regels inzake huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen" dient aangepast en vervangen door de door MIROM voorgestelde tekst;
Overwegende dat artikel 2.10.7 §1 van het gemeenschappelijk gedeelte van het gecoördineerd politiereglement wordt aangevuld met een bepaling zodat de gemeente gerichter kan reageren tegen verloederde panden en eventuele kosten kunnen verhaald worden;
Overwegende dat we geconfronteerd worden met een toename van chauffeurs die roekeloos rijgedrag stellen. Ook gedrag waarbij de openbare orde wordt verstoord door overdreven geluidshinder (patsergedrag) wordt hieronder begrepen;
Overwegende dat om die reden in het specifieke gedeelte van het politiereglement een hoofdstuk 20 "politieverordening tot invoering van het bestuurlijk beslag ter bestrijding van geluidsoverlast veroorzaakt door motorvoertuigen" wordt toegevoegd;
éénparig
Artikel 1: De wijzigingen aan het gemeenschappelijk gedeelte en het specifiek gedeelte Hooglede van het gecoördineerd politiereglement Roeselare, Izegem en Hooglede worden goedgekeurd zoals in bijlage gevoegd.
Art. 2: Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het stadsbestuur van Roeselare, het stadsbestuur van Izegem en de politiezone RIHO.
Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 41, 2e alinea, 14°;
Overwegende dat we geconfronteerd worden met een toename van chauffeurs die roekeloos rijgedrag stellen. In een aantal gevallen is het nodig de voertuigen van de roekeloze chauffeurs te immobiliseren en van de baan te halen als preventieve maatregel, het voertuig wordt derhalve bestuurlijk in beslag genomen. Ook gedrag waarbij de openbare orde wordt verstoord door overdreven geluidshinder (patsergedrag) wordt hieronder begrepen;
Overwegende dat het nodig is dat de kosten van deze bestuurlijke inbeslagname worden doorgerekend aan de roekeloze bestuurder, dan wel de eigenaar en/of houder van de nummerplaat in ondergeschikte orde, door middel van een retributie. De retributie is een forfaitair bedrag met inbegrip van de effectieve takelkost. Het komt immers weinig billijk over dat deze kostprijs zou dienen te worden gedragen door alle burgers, nu net de gevaarlijke houding van deze chauffeurs de meerkosten voor het gemeentelijk budget veroorzaakt. Er wordt een differentiatie gemaakt in de tarifering naargelang de zwaarte van het voertuig, wat in verhouding staat met de door de takelfirma aangerekende kosten aan de stad, het stallen van zwaardere voertuigen is bovendien duurder. De betaling van de retributie dient te gebeuren op het moment van ophaling van het voertuig, nadat het bestuurlijk beslag werd opgeheven;
Overwegende dat hiertoe in zitting van 28 maart 2022 het retributiereglement op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen werd goedgekeurd voor de periode ingaand op 1 april 2022 tot en met 31 december 2025;
Overwegende dat het aangewezen is het retributiereglement te verlengen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031, zodat de kosten van deze bestuurlijke inbeslagname verder kunnen doorgerekend worden aan de roekeloze bestuurder;
éénparig
Artikel 1: Voor een periode ingaand op 01.01.2026 en eindigend op 31.12.2031 wordt een retributie gevestigd op de bestuurlijke inbeslagname en bewaring van voertuigen.
Art. 2: Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
- Bestuurlijke inbeslagname: het voertuig dat een onmiddellijk gevaar betekent voor het leven en/of de lichamelijke integriteit van personen en/of de veiligheid van goederen wordt aan het vrije beschikkingsrecht van de eigenaar, de bezitter of de gebruiker onttrokken, zolang zulks met het oog op de openbare orde vereist is; Ordeverstorend geluid, geproduceerd door het voertuig, met hinderende impact op het verkeer en/of omgeving, rechtvaardigt tevens een bestuurlijke inbeslagname
- Voertuig: elk transportmiddel, elk mobiel materiaal, landbouwmateriaal, industrieel materiaal, containers, tweewielers, (gemotoriseerde) twee- en driewielers, quads, caravans, aanhangwagens, zonder dat deze opsomming beperkend is. Het begrip voertuig houdt eveneens alle toebehoren in, alsook zijn inhoud en de voorwerpen die er aan vastgemaakt zijn
- Retributie bestuurlijke inbeslagname voertuig: de kost voor de inbeslagname en takeling van het voertuig enerzijds en de bewaarkost anderzijds
- Bewaarkost: de kost voor het bewaren van het voertuig gedurende de periode van bestuurlijke inbeslagname.
Art. 3: De retributie is een bedrag dat bestaat uit twee delen en wordt als volgt vastgesteld:
Deel 1: Forfaitair bedrag voor de bestuurlijke inbeslagname voertuig
| - tot 3.500 kg - vanaf 3.500 kg |
290,00 EUR 460,00 EUR |
Deel 2: Een bewaarkost per begonnen dag
| - voor een voertuig tot 3.500 kg - voor een voertuig vanaf 3.500 kg |
29,00 EUR 46,00 EUR |
De retributie stijgt jaarlijks met 2 % op 1 januari. Bedragen kleiner dan 100 euro worden afgerond op 25 eurocent. Bedragen vanaf 100 euro worden op de volle euro afgerond.
Art. 4: De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig op het moment van de bestuurlijke inbeslagname.
De houder van de nummerplaat en/of de eigenaar, dan wel bezitter, van het voertuig is de retributie verschuldigd indien de gebruiker in gebreke blijft.
Art. 5: Betaling
§ 1 De totale retributie dient vóór het moment van ophaling van het voertuig betaald te worden.
§ 2 De betaling van de retributie gebeurt bij voorkeur elektronisch.
§ 3 Op het moment van ophaling van het voertuig dient de verschuldigde retributie volledig betaald te zijn.
§ 4 Het voertuig wordt enkel vrijgegeven op voorlegging van een betaalbewijs.
§ 5 Indien de betaling van de volledige retributie niet voldaan is op de voorziene dag van ophaling en/of het voertuig niet opgehaald wordt op de voorziene dag van ophaling, wordt de stalling verlengd en de bijkomende bewaarkost eveneens aangerekend.
§ 6 Het voertuig wordt maximaal tot 6 maanden na de bestuurlijke inbeslagname bewaard. Indien de retributie na die 6 maanden niet betaald is, kan de eigenaar ervoor kiezen om vrijwillig afstand te doen van het voertuig.
Art. 6: Artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 biedt de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.
Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
Diverse subsidiereglementen worden geactualiseerd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 40 §3 en artikel 41, 2e alinea, 23°;
Overwegende dat de diverse subsidiereglementen kritisch doorgelicht werden en nagegaan werd welke reglementen dienden behouden, aangepast of afgeschaft;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2024 waarbij goedkeuring werd verleend aan het premiereglement voor maatregelen duurzaam bouwen, rationeel energieverbruik, isolatie en regenwater;
Overwegende dat het leefmilieu zoveel als mogelijk moet beschermd worden tegen vervuiling ten gevolge van verbranding van fossiele brandstoffen dat hiertoe ook op gemeentelijk niveau initiatieven moeten worden ontwikkeld;
Overwegende dat de uitputting van niet hernieuwbare grondstoffen en energiebronnen moet worden voorkomen;
Overwegende dat er gestreefd moet worden naar een evenwichtiger energiebalans, met name door de vermindering van vooral het aandeel van aardolie en voor diversifiëren in de oorsprong van de energiebevoorrading;
Overwegende dat de gemeente hiertoe kan bijdragen door de aanwending van ecologische energievormen aan te moedigen via premies;
Overwegende dat de gemeente ook hiertoe kan bijdragen door de isolatiewerkzaamheden aan te moedigen via premies;
Overwegende dat ook de gemeente tevens kan bijdragen door de bevolking te sensibiliseren en te informeren via een ondersteunende opmaak van planadviezen;
Overwegende dat bijgevolg een aanpassing van het geldende premiereglement zich opdringt;
Overwegende dat in artikel 6 van dit reglement de inwerkingtreding en looptijd van het reglement werd vermeld, waarbij bepaald werd dat 31 december 2025 de einddatum van het reglement is;
Overwegende dat er nog geen alternatief is uitgewerkt voor het huidige premiereglement, dat het bijgevolg aangewezen is het huidige reglement nog met 1 jaar te verlengen;
Overwegende dat voorgesteld wordt de volgende 5 reglementen met ingang van 1 januari 2026 af te schaffen:
Raadslid Mieke Debergh vraagt waar de landbouwers nu naartoe kunnen nu het reglement op de betoelaging van de verwijdering van landbouwfolie wordt afgeschaft.
Schepen Arne De Brabandere stelt dat er alternatieven zullen worden bekeken, zoals vb. enkele inzamelmomenten op het containerpark waar de landbouwfolie dan tegen kostprijs wordt verwerkt, tegen een kostprijs lager dan bij een privé-bedrijf.
Raadslid Debergh stelt voor de landbouwraad hierbij te betrekken, waarop Schepen De Brabandere antwoordt dat de leden van de landbouwraad reeds op de hoogte zijn van de nieuwe regeling.
Raadslid Debergh besluit door te stellen dat dit zeker op te volgen is naar alternatieven toe.
éénparig
Artikel 1: Artikel 6 van het premiereglement voor maatregelen duurzaam bouwen, rationeel energieverbruik, isolatie en regenwater, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 25 maart 2024, wordt als volgt gewijzigd: "Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2026."
De overige bepalingen van het reglement blijven ongewijzigd.
Art. 2: Met ingang van 1 januari 2026 worden volgende subsidiereglementen afgeschaft:
Art. 3: Deze beslissing wordt overeenkomstig artikel 285 van het Decreet over het Lokaal Bestuur bekend gemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop deze werd aangenomen als de datum waarop ze op de website bekend gemaakt wordt.
Het Globaal Preventieplan 2026-2030 voor gemeente en OCMW Hooglede wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op de Codex over het welzijn op het werk, meer bepaald artikel I.2-8;
Overwegende dat de gemeente optreedt als werkgever en verplicht is een beleid te voeren inzake welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
Overwegende dat het globaal preventieplan opgesteld wordt door de werkgever in overleg met de leden van de hiërarchische lijn en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en eventueel andere interne of externe diensten;
Overwegende dat het globaal preventieplan werd opgesteld voor een termijn van vijf jaar waarin de te ontwikkelen en toe te passen preventieactiviteiten worden geprogrammeerd, rekening houdend met de grootte van de onderneming en de aard van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de onderneming.
Overwegende dat het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) goedkeuring gaf aan het globaal preventieplan dd. 10 december 2025;
éénparig
Enig artikel: Het Globaal Preventieplan 2026-2030 voor gemeente en OCMW Hooglede, zoals opgenomen in bijlage, wordt goedgekeurd.
Raadslid Pascal Maes deelt mee dat dit zijn laatste zitting als gemeenteraadslid was, en bij deze ook de langste. Hij dankt al collega’s voor de aangename samenwerking in de afgelopen 7 jaar en wenst iedereen veel succes toe.
Raadslid Mieke Debergh dankt Pascal voor zijn inzet en betrokkenheid.