Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Gelet op artikel 74 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Gelet op het verslag van de vorige zitting in bijlage;
éénparig
Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Nancy Brock neemt ontslag als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst overeenkomstig artikel 103 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Aktename: éénparig
Raadsvoorzitter Els Werbrouck licht het agendapunt toe en dankt Nancy Brock voor haar inzet binnen het Bijzonder Comité voor de sociale dienst.
Gelet op de mail van 2 januari 2026 van Nancy Brock, waarbij zij haar ontslag aanbiedt als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst;
Overwegende dat Nancy Brock op 16 januari 2025 werd verkozen als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst;
Gelet op artikel 103 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
NEEMT EENPARIG AKTE:
Van het ontslag als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst van Nancy Brock.
Filip Herman wordt, op basis van de ingediende voordrachtsakte, verkozen verklaard als lid van het Bijzonder Comité voor de sociale dienst.
Beslissing: éénparig goedgekeurd
Overwegende dat Nancy Brock met mail van 2 januari 2026 ontslag heeft genomen als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst;
Gelet op artikel 95, 1°, 2° en 3° alinea en artikel 105 §1 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Overwegende dat Nancy Brock op 16 januari 2025 verkozen werd verklaard als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst;
Overwegende dat er geen opvolgers werden aangeduid, dat bijgevolg in toepassing van artikel 105 §1, 2° alinea en artikel 95 een voordracht van een kandidaat-lid voor het BCSD dient te gebeuren;
Overwegende dat de voordrachtsakte op 14.01.2026 werd bezorgd aan de algemeen directeur, waarbij Filip Herman als kandidaat-lid voor het BCSD werd voorgedragen;
De voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn deelt mee dat de ontvankelijkheid van de akte van voordracht is onderzocht.
De voordrachtsakte werd meer dan acht dagen voor de huidige vergadering ingediend en voldoet aan de voorwaarden van artikel 92, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en moet bijgevolg als ontvankelijk worden beschouwd;
Bijgevolg moet het voorgedragen kandidaat-lid, met toepassing van artikel 93 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 verkozen worden verklaard als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
De geloofsbrieven van het verkozen lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst zijn onderzocht.
Het lid voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, zoals bepaald in artikel 87, §1, tweede lid, Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;
Het verkozen lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst kan worden opgeroepen om de eed af te leggen;
éénparig
Artikel 1: Filip Herman voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.
Art. 2: Filip Herman wordt verkozen verklaard als lid van het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
Schepen Frederik Demeyere deelt mee dat het Vast Bureau, volgens de goedgekeurde bevoegdheidsverdeling, heeft beslist tot het indexeren van de dagprijzen voor WZC, centrum kortverblijf, centrum dagverzorging en beide serviceflats.
Door het overschrijden van de spilindex kunnen de prijzen met 2% geïndexeerd worden.
Onderstaande dagprijzen zijn vanaf 1 maart 2026 van toepassing:
A-vleugel - inwoner eigen gemeente: 61,00 €
A-vleugel - inwoner andere gemeente: 65,92 €
A-vleugel - echtpaar - prijs per persoon - inwoner eigen gemeente: 59,72 €
A-vleugel - echtpaar - prijs per persoon - inwoner andere gemeente: 64,64 €
B-vleugel - inwoner eigen gemeente: 74,52 € (bruto dagprijs te verminderen met het
infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 68,09 €)
B-vleugel - inwoner andere gemeente: 79,46 € (bruto dagprijs te verminderen met het
infrastructuurforfait van 6,29 €/dag = netto-dagprijs van 73,03 €)
B-vleugel - inwoner eigen gemeente - overgangsmaatregel huidige bewoners: 67,34 € (bruto
dagprijs te verminderen met het infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 60,91 €)
B-vleugel - inwoner andere gemeente - overgangsmaatregel huidige bewoners: 72,27 € (bruto
dagprijs te verminderen met het infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 65,84 €)
C-vleugel - inwoner eigen gemeente: 68,18 €
C-vleugel - inwoner andere gemeente: 73,11 €
C-vleugel - inwoner eigen gemeente - overgangsmaatregel huidige bewoners: 61,00 €
C-vleugel - echtpaar - prijs per persoon - inwoner eigen gemeente: 68,18 €
C-vleugel - echtpaar - prijs per persoon - inwoner andere gemeente: 73,11 €
D-vleugel - inwoner eigen gemeente: 74,52 € (bruto dagprijs te verminderen met het
infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 68,09 €)
D-vleugel - inwoner andere gemeente: 79,46 € (bruto dagprijs te verminderen met het
infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 73,03 €)
D-vleugel - inwoner eigen gemeente - overgangsmaatregel huidige bewoners: 67,34 € (bruto
dagprijs te verminderen met het infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 60,91 €)
D-vleugel -inwoner andere gemeente - overgangsmaatregel huidige bewoners: 72,27 € (bruto
dagprijs te verminderen met het infrastructuurforfait van 6,43 €/dag = netto-dagprijs van 65,84 €)
Voor alle dagprijzen geldt dat de wasserijkost bovenop de dagprijs wordt aangerekend, behalve voor de bewoners die zijn opgenomen voor 1/7/2020.
Mondelinge vragen:
1. Alexander Vandemaele
“Beperking werkloosheidsuitkering in de tijd: reële impact gekend?
Sinds 1 januari is de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd van kracht.
OCMW’s worden nu geconfronteerd met de reële impact van deze federale maatregel.
Uit een onderzoek van de VVSG blijkt dat ongeveer 26% van de werklozen uit de eerste golf een leefloon heeft aangevraagd.
De bijkomende instroom voor de OCMW’s is voorlopig dus eerder beperkt, al werden op voorhand al preventieve maatregelen genomen.
In bepaalde gevallen werden extra personeelsleden in dienst genomen om alle vragen van langdurig werklozen te kunnen beantwoorden.
Zo opende de stad Antwerpen zelfs een centrale dispatching om de vele vraagstellers te woord te staan.
Decretaal gezien moet de gemeente budget voorzien zodat het OCMW haar taken kan uitvoeren.
Met de (mogelijks) grote instroom van langdurig werklozen naar een leefloon kan dit dus een impact hebben op de lokale financiën.
De Vlaams Belang-fractie vernam hieromtrent graag het volgende:
- Hoeveel langdurig werklozen klopten aan bij het OCMW sinds de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd?
- Hoeveel van hen zullen een leefloon ontvangen?
- Op welke wijze begeleidt het OCMW hen naar de arbeidsmarkt?
- Welke (voorlopige) maatregelen heeft het OCMW genomen om dit op te vangen?
- Hoeveel extra aanvragen verwacht men in de volgende fases van deze federale beslissing?”
Schepen Frederik Demeyere: ”0 langdurig werklozen klopten bij het OCMW aan sedert de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd.
Mogelijk zijn er nu geen dossiers omdat de betrokken personen werk hebben gevonden, ofwel is er een ander “vangnet” ofwel komen ze eind deze maand nog langs.
Indien er dossiers zijn, zal dit de wijze zijn waarop het OCMW hen zal begeleiden naar de arbeidsmarkt:
De Wet van 26 mei 2002 legt de nadruk op zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, met werk als cruciaal middel. Daarom bestaat er een specifieke activeringsopdracht voor OCMW’s, die momenteel regionaal wordt ingevuld via de Regionale Dienst Activering (RDA) bij OCMW Roeselare.
OCMW Roeselare besliste echter om na eind 2025 het promotorschap en de arbeidstrajectbegeleiding voor andere gemeenten stop te zetten. Hoewel aanvankelijk meerdere gemeenten bereid leken om de RDA vanaf 2026 verder te zetten volgens een kostendelend principe, blijven uiteindelijk enkel OCMW Lichtervelde en OCMW Hooglede effectief over.
Na overleg werd een nieuw voorstel uitgewerkt: een samenwerking tussen Lichtervelde en Hooglede onder promotorschap van DVV Midwest. De samenwerking omvat:
- aanwerving van 1 VTE arbeidsbegeleider, verdeeld over beide gemeenten
- werking volgens het kostendelend principe, met indicatief 5% overhead
- coördinatie en dubbele controle (operationeel, beleidsmatig, financieel en administratief).
De totale geraamde kost bedraagt 89.544 €, ongeveer 46.000 € per gemeente per jaar.
Hoewel dit een kost met zich meebrengt, wordt het voorstel gezien als een investering: door bijkomende federale middelen (o.a. hogere terugbetaling bij activering) kunnen de kosten deels worden gerecupereerd, succesvolle activering verlaagt de uitgaven aan leefloon en financiële steun, en versterkt de lokale werking.
De arbeidstrajectbegeleider werkt in tandem met de maatschappelijk werker uit het lokaal bestuur om het arbeidsactiveringstraject vorm te geven. Dit arbeidsactiveringstraject omvat de volgende taken:
- Binnen trajectbegeleiding:
* Cliënt ondersteunen bij de zoektocht naar gepaste tewerkstelling
* Artikel 60§7 zowel inhoudelijk als administratief opstarten, opvolgen en begeleiden. Hiervoor worden persoonlijk ontwikkelingsplan, evaluatiedocument e.a. opgemaakt
* Bijhouden dossier in Mijn Loopbaan voor Partners (MLP, registratietool van VDAB)
* Indicering uitvoeren
* Communicatie i.v.m. traject met maatschappelijk werker lokaal bestuur opzetten
* Twee maal per jaar bespreking en evaluatie van de situatie in aanwezigheid van de cliënt en de maatschappelijk werker van het lokaal bestuur
* Contacten leggen met bedrijven (regulier, maatwerk, andere)
- Permanente bijscholing door opleiding en uitwisselen van ervaring in interne of externe werkgroepen en het bijwonen van overleg en vorming. Na bijwonen van opleiding, externe werkgroepen enzovoort de informatie uitwisselen met collega’s van de lokale besturen
- Zitdagen bij elk van de 2 lokale besturen (twee dagen per week).
Op de vraag welke (voorlopige) maatregelen het OCMW heeft genomen om dit op te vangen, kan ik verwijzen naar de eerdere uitleg, namelijk we zetten in op een ruimere capaciteit binnen de regionale dienst activering.
Tot slot: hoeveel extra aanvragen worden verwacht in de volgende fases van deze federale beslissing?
Op basis van cijfers vanuit de RVA verwachten we (maar dit is echt een schatting) een 14-tal nieuwe leefloners als gevolg van de beperking van de werkloosheid in de tijd. Dit kan evenwel ook tijdelijk zijn, want we zullen inzetten op activering.”
Raadslid Dimitri Carpentier wenst nog te weten of er ook in ontvangsten extra budget voorzien is voor deze mogelijke 14 nieuwe leefloon-gerechtigden, waarop Schepen Demeyere antwoordt dat het OCMW meer terugbetaling voor leefloon zal ontvangen bij een succesvolle activatie, maar daarvoor dient er wel geïnvesteerd te worden.
2. Alexander Vandemaele
“Onterecht toegekende leeflonen.
De toekenning van een leefloon gebeurt door het OCMW na een sociaal onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de behoeftigheid, verblijfplaats (België), nationaliteit, leeftijd (18+), en of je geen of onvoldoende inkomen hebt en bereid bent te werken.
Het leefloon heeft dan als doel een vangnet te bieden wanneer alle andere sociale uitkeringen zijn uitgeput en men geen bestaanszekerheid heeft.
Bij het toekennen en uitbetalen van een leefloon kan het gebeuren dat mensen van een leefloon genieten terwijl ze hier helemaal geen recht (meer) op hebben. Dit kan, bijvoorbeeld, gebeuren wanneer mensen onjuiste informatie doorgeven aan het sociaal huis of relevante informatie over hun woonsituatie of werksituatie achterhouden om hun uitkering te behouden.
Wij vernamen hieromtrent graag het volgende:
- Hoeveel dossiers zijn er de afgelopen drie jaar geregistreerd waarin een leefloon onterecht werd toegekend, en wat is het totaalbedrag van het onterecht uitgekeerde leefloon?
- In hoeveel van deze dossiers werd het onterecht toegekende bedrag zonder problemen teruggevorderd, en om welke bedragen gaat het?
- In hoeveel dossiers waren er problemen bij het terugvorderen van het onterecht uitgekeerde leefloon, en wat is het totaalbedrag dat hierdoor nog niet werd teruggevorderd?
- Welke maatregelen worden genomen om, bij uitblijvende terugbetaling, het teveel betaalde leefloon alsnog terug te vorderen?
- Worden er in dossiers waarin mensen hardnekkig weigeren terug te betalen juridische stappen ondernomen? Zo ja, om welke bedragen gaat het in deze dossiers?
- Zijn er dossiers bekend waarin het onterecht uitbetaalde bedrag aan de betrokkene werd kwijtgescholden? Zo ja, wat was hiervoor de reden en om welke bedragen en hoeveel dossiers gaat het?”
Schepen Frederik Demeyere: “De toekenning van een leefloon gebeurt door het OCMW na een sociaal onderzoek, waarbij gekeken wordt naar de behoeftigheid, verblijfplaats (België), nationaliteit, leeftijd (18+), en of je geen of onvoldoende inkomen hebt en bereid bent te werken.
Het leefloon heeft dan als doel een vangnet te bieden wanneer alle andere sociale uitkeringen zijn uitgeput en men geen bestaanszekerheid heeft.
Bij het toekennen en uitbetalen van een leefloon kan het gebeuren dat mensen van een leefloon genieten terwijl ze hier helemaal geen recht (meer) op hebben. Dit kan, bijvoorbeeld, gebeuren wanneer mensen onjuiste informatie doorgeven aan het sociaal huis of relevante informatie over hun woonsituatie of werksituatie achterhouden om hun uitkering te behouden.
De toekenning van een leefloon gebeurt binnen het OCMW steeds na een sociaal en financieel onderzoek, uitgevoerd door de maatschappelijk werker, en wordt nadien voorgelegd aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.
In dat onderzoek worden systematisch alle wettelijke voorwaarden nagegaan.
Daarnaast worden dossiers ook regelmatig herzien en opgevolgd, en worden gegevens gecontroleerd via de beschikbare kruispuntdatabanken door onze maatschappelijk werkers, die hierbij steeds nauwgezet en zorgvuldig werk leveren.
Op basis van deze werkwijze kunnen wij meedelen dat:
- er in de afgelopen drie jaar geen dossiers zijn vastgesteld waarin een leefloon onterecht werd toegekend
- er bijgevolg geen bedragen zijn die onterecht werden uitgekeerd
- er geen dossiers zijn waarin terugvordering moest gebeuren.
Er is uiteraard wel een procedure en eventuele gerechtelijke stappen mogelijk. De financiële dienst is verantwoordelijk voor de inning van eventueel onterechte bedragen die wij zouden terugvorderen.
Bij onterechte leeflonen is het aan de sociale dienst om dit recht te zetten. Ofwel via inhouding op toekomstige steun, ofwel via terugvordering.
De financiële dienst ziet er in geval van terugvordering op toe dat de gelden effectief terugbetaald worden via de normale invorderingsprocedure, dit uiteraard in nauw overleg met de sociale dienst.”
Raadslid Vandemaele repliceert dat het goed is dat er weinig van die dossiers zijn.